van belastingincidentie: de studie naar wie de feitelijke economische last van een belasting
draagt. Dit is essentieel voor het vak Openbare Financiën, omdat de persoon die de belasting
wettelijk moet betalen, vaak niet de persoon is die er economisch door wordt geraakt.
Hieronder volgt een samenvatting van de belangrijkste concepten:
1. Wettelijke vs. Economische Incidentie
Wettelijke (statutaire) incidentie: Wie volgens de wet de belasting aan de overheid
moet overmaken (bijv. de werkgever betaalt de loonbelasting).
Economische incidentie: Wie er uiteindelijk echt slechter af is door de belasting (bijv.
de werknemer die een lager nettoloon ontvangt).
Kernregel: De wettelijke incidentie zegt niets over de economische incidentie.
2. Het Mechanisme van Afwenteling
Marktpartijen proberen de belastingdruk op elkaar af te wentelen:
Producenten proberen belastingen af te wentelen op consumenten door prijzen te
verhogen.
Werkgevers proberen belastingen af te wentelen op werknemers door lonen te
verlagen.
Uiteindelijk wordt de last bijna altijd gedeeld tussen beide partijen, ongeacht wie de
cheque naar de belastingdienst schrijft.
3. De Rol van Elasticiteit (De "Gouden Regel")
Wie het grootste deel van de belasting betaalt, hangt af van de relatieve prijsgevoeligheid
(elasticiteit) van vraag en aanbod.
De algemene regel: De meest inelastische kant van de markt draagt de grootste belastinglast.
Inelastische vraag (bijv. sigaretten): Consumenten zijn verslaafd en blijven kopen,
ook bij prijsstijgingen. Hierdoor kunnen producenten de belasting makkelijk
doorberekenen aan de consument.
Elastische vraag (bijv. Diet Coke): Consumenten stappen makkelijk over op een
alternatief (bijv. Diet Pepsi). De producent kan de prijs nauwelijks verhogen en moet
de belasting dus zelf betalen.
Inelastisch aanbod (bijv. woningen op korte termijn): Verhuurders kunnen hun
aanbod niet zomaar aanpassen. Belastingen op woningen vallen daarom vaak
grotendeels op de verhuurders.
4. Empirische Bevindingen
Het meten van incidentie in de praktijk is lastig, maar onderzoek toont het volgende aan:
Loonbelasting (Payroll tax): Wordt bijna volledig gedragen door werknemers via
lagere lonen.
, Vennootschapsbelasting (Corporation tax): Het is een misvatting dat "bedrijven" dit
betalen. De last valt uiteindelijk op mensen: de eigenaren (kapitaal), de werknemers
(lager loon) of de consumenten (hogere prijzen). Er is nog discussie over wie precies
het grootste deel betaalt.
Consumptiebelasting (BTW): Wordt meestal betaald door de consument, maar dit
hangt sterk af van de mate van concurrentie tussen leveranciers.
Samenvatting – Tax incidence (Bozio, 2008)
1. Centrale vraag van de tekst
De kernvraag is: Wie betaalt een belasting uiteindelijk écht?
Het antwoord is vaak niet degene die de belasting afdraagt aan de overheid.
Dit inzicht heet tax incidence en is essentieel voor goed belastingbeleid.
2. Statutory incidence vs. economic incidence
Statutory incidence (wettelijke last)
Wie volgens de wet de belasting moet betalen.
Voorbeelden:
o Bedrijven betalen vennootschapsbelasting.
o Werkgevers betalen werkgeverspremies.
o Consumenten betalen btw aan de kassa.
Economic incidence (economische last)
Wie er uiteindelijk slechter van wordt:
o lagere lonen,
o hogere prijzen,
o lagere winsten.
👉 Alleen de economische incidentie is economisch relevant.
Voorbeeld (payroll tax)
Wet: werkgever betaalt loonbelasting/premies.
In praktijk: lonen dalen.
Conclusie: werknemers dragen de belasting. Dit is empirisch sterk onderbouwd.
3. Waarom kan de wettelijke last niet bepalen wie betaalt?
Omdat belastingen niet los staan van vraag en aanbod.
Werkgevers proberen belasting af te wentelen op werknemers (lagere lonen).
Producenten proberen belastingen af te wentelen op consumenten (hogere prijzen).
Consumenten proberen minder te kopen.
Werknemers proberen ander werk te zoeken.