Het welvaartsverlies van
belastingheffing
Frank Ramsey (1927): Welk product belasten??
Vroeg zich af: twee goederenmarkten welke markt wil ik dan belasten als
ik een bepaalde hoeveelheid belastingen wil ophalen?
Introductie welvaartsverlies belastingheffing
• In thema 7 gaan we verder op de vraag: hoe kan de overheid kiezen
tussen verschillende belastingen?
• In dit weblecture beantwoorden we de vraag: wat is het welvaartsverlies
van belastingheffing?
• Elke belasting zorgt voor een welvaartsverlies doordat economisch
waardevol gedrag niet meer tot stand komt: mensen werken minder,
mensen kopen minder, de Nederlandse concurrentiepositie verzwakt… etc.
Dit is een maatschappelijke kost.
economische waardevolle activiteiten komen niet meer tot stand
(minder werken, anders kopen)
• De Kam et al. hst. 19.2: “welvaartsverlies 1 euro extra belastingheffing
ligt tussen de 20 en 70 cent” (op basis van Jacobs, 2008)
• Allers (1994) de uitvoeringskosten van belastingheffing ongeveer 5 %
van belastbaar inkomen
• Het welvaartsverlies is onderdeel van “doelmatigheid”: wordt het “doel”
behaald tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten?
Het meten van “welvaart” in een “goed” functionerende
markt
Het “focus punt” – markt evenwicht
De “marginale” consument betaalt de productiekosten van het
“marginale” product.
P0 en Q0 = evenwicht: dit is het punt waar de marignale bereidheid te
betalen van de consument gelijk is aan de marginale kosten van productie
voor de consument, geen surplus over.
Surplus ook voor alle eenheden op de markt.
, Infra-marginale consumenten betalen minder dan hun waardering voor het
product er is een surplus.
(Producenten) Voor alle infra-marignale eenheden geld ligt de marktprijs
hoger dan de marginale productiekosten. Dit is het producentensurplus.
Totale surplus = CS + PS (productie voor de welvaart)
Voor de aankomende figuren is het makkelijker om aan te nemen dat het
aanbod perfect elastisch is.