‘Brede welvaart’ is geen nieuw concept en kan prima worden ondergebracht in
de bestaande welvaartstheorie, mits welvaart expliciet wordt gekoppeld aan
maatschappelijke doelen, streefwaarden en de inzet van schaarse middelen.
1. Kernbegrippen van Welvaart
Brede welvaart: Een opvatting van welvaart die verder kijkt dan alleen de
groei van het bruto nationaal product (bnp) of consumptie. Het omvat ook
zaken als milieu, armoede, ongelijkheid en psychisch welbevinden.
Schaarsteprincipe: Welvaart heeft uitsluitend betrekking op zaken waarbij
schaarse middelen (zoals tijd, geld of ruimte) in het geding zijn. Zonder de
relatie met schaarste raken welvaartsindicatoren losgezongen van het
feitelijke beleid.
Formeel welvaartsbegrip: Welvaart is een 'leeg' of formeel begrip. Dit
betekent dat het ruimte biedt voor elke doelstelling waarvoor schaarse
middelen nodig zijn, of dit nu gaat om de productie van appels of om
psychisch welzijn.
2. Theoretische Kaders
Axiomatisch individualisme: De (vaak onterechte) aanname dat welvaart
alleen gebaseerd kan zijn op individuele voorkeuren. Vollebergh stelt dat de
theorie ook ruimte biedt voor niet-individualistische, zelfstandige
overheidsdoelstellingen.
Bergson-Samuelson-welvaartsfunctie: Een functie die individuele
welvaartsbeleving en interpersonele waardering combineert om welvaart
tussen individuen vergelijkbaar te maken. Sommigen zien de zoektocht naar
brede welvaart hierom als overbodig, omdat dit kader die verbreding al in zich
heeft.
Capaciteitenbenadering: Een benadering die kijkt naar wat mensen
daadwerkelijk kunnen en weten te realiseren. Volgens de auteur staat dit niet
haaks op de klassieke welvaartstheorie, maar is het er een aanvulling op.
3. Sturing en Beleid
Zelfstandige overheidsdoelstellingen: De overheid kan eigen doelen stellen
die afwijken van individuele voorkeuren, bijvoorbeeld omdat burgers de
langetermijnconsequenties niet overzien of onvoldoende geïnformeerd zijn.
Streefwaarden: Om 'brede welvaart' concreet te maken, moeten indicatoren
gekoppeld worden aan harde doelen. Voorbeelden zijn:
o Klassieke doelen: 2% inflatie, volledige werkgelegenheid of
rechtvaardige inkomensverdeling
o Nieuwe doelen: Een maximale temperatuurstijging van 1,5 of 2 graden
Celsius.
Gap analysis: Een methode om vast te stellen in hoeverre de huidige
uitkomsten afwijken van de gestelde streefwaarde en welke middelen nodig
zijn om dit gat te dichten.
, Conclusie voor het tentamen
De discussie moet niet alleen gaan over het kiezen van nieuwe indicatoren, maar
over het expliciet verbinden van maatschappelijke doelen aan de inzet
van schaarse middelen via de rijksbegroting.
1. Waarom is er een discussie over brede welvaart?
Traditioneel wordt welvaart gemeten met het bbp (bruto binnenlands product). Dat
meet productie en inkomen, maar mist veel zaken die mensen belangrijk vinden,
zoals:
milieu en klimaat,
ongelijkheid en armoede,
gezondheid en psychisch welbevinden.
Daarom is er (in Nederland én internationaal) een zoektocht naar bredere
welvaartsindicatoren (bijv. CBS Monitor Brede Welvaart). Probleem volgens
Vollebergh: De discussie is doorgeslagen richting meten, met:
veel losse indicatoren,
samengestelde indices,
maar zonder duidelijke koppeling aan beleid, schaarse middelen en
concrete keuzes.
➡️
Daardoor dreigt ‘brede welvaart’ vrijblijvend te worden.
2. Wat zegt de klassieke welvaartstheorie eigenlijk?
De welvaartstheorie (Tinbergen, Koopmans, Hennipman) ging altijd al over meer
dan alleen inkomen of consumptie.
Welvaart = alles:
waaraan individuen of de maatschappij waarde hechten,
én waarvoor schaarse middelen moeten worden ingezet.
👉Het begrip is ‘leeg’ of formeel:
het schrijft niet voor wat belangrijk is,
maar stelt wél de eis dat er schaarste is.
Gevolg Ook zaken als:
milieuvervuiling, natuurkwaliteit, gezondheid,psychisch welbevinden
vallen volledig binnen de welvaartstheorie, zolang ze schaarse middelen
vereisen.➡️ Er is dus geen nieuwe theorie nodig voor brede welvaart.