🔹 Inkomensparade
De inkomensparade van Jan Pen laat zien hoe ongelijk inkomens verdeeld zijn in een
samenleving.
Stel je een optocht van mensen voor. Iedereen loopt 1 uur.
De hoogte van elke persoon staat voor zijn/haar jaarinkomen.
Aan het begin zie je bijna onzichtbare mensen (lage inkomens). Pas helemaal aan het
einde komen de “reuzen” (topinkomens).
👉 Kernboodschap: De meeste mensen verdienen relatief weinig; een klein deel verdient
extreem veel.
🔹 Vermogensparade
De vermogensparade werkt hetzelfde idee uit, maar dan voor vermogen in plaats van
inkomen.
Hoogte = netto vermogen (bezittingen − schulden).
Veel mensen beginnen onder de grond (negatief vermogen door schulden).
De top is nóg extremer dan bij inkomen.
👉 Kernboodschap: Vermogen is veel ongelijker verdeeld dan inkomen.
2️
⃣ Overzichtelijk schema (perfect voor leren & tentamen)
Kenmerk Inkomensparade Vermogensparade
Wat wordt
Jaarinkomen Netto vermogen
gemeten?
Voorbeeld Loon, uitkering Spaargeld, huizen, aandelen
Start parade Lage inkomens Schulden → negatief vermogen
Ongelijkheid Groot Extreem groot
Mediaan Relatief laag Vaak dichtbij nul
Topgroep Hoog, maar beperkt Zeer klein, extreem rijk
Beleidsrelevant
Belasting op arbeid Vermogensbelasting, erfbelasting
voor
Veel mensen hebben weinig De meeste mensen hebben weinig of geen
Kerninzicht
inkomen vermogen
Tentamenzin (kort & sterk): De vermogensparade laat een veel schevere verdeling zien
dan de inkomensparade, omdat vermogen zich sterker concentreert aan de top en
schulden aan de onderkant voorkomen.
📖 Verhaal 1: De inkomensoptocht
, Stel je staat langs de weg en kijkt naar een parade van exact één uur. De eerste 40 minuten
zie je mensen die zo klein zijn dat je ze bijna niet ziet. Ze verdienen net genoeg om rond te
komen. Rond minuut 50 zie je “normale” mensen: modaal, iets boven modaal.
Maar pas in de laatste paar minuten verschijnen gigantische figuren: topmanagers, CEO’s,
beroemdheden. 👉 Les: inkomen stijgt pas echt aan het einde van de verdeling.
📖 Verhaal 2: De vermogensoptocht
Nu komt de vermogensparade. De eerste helft zie je… niemand. Ze zitten onder de grond:
studieschuld, hypotheek, leningen. Daarna zie je wat mensen met kleine stapeltjes spaargeld.
En helemaal op het eind: een paar mensen die zó hoog zijn dat ze de wolken raken. Ze
bezitten huizen, aandelen, bedrijven. 👉 Les: vermogen hoopt zich extreem op bij een heel
kleine groep.
Waarom is dit belangrijk voor openbare financiën?
Docenten gebruiken Jan Pen om te laten zien dat:
Ongelijkheid ≠ alleen inkomen, maar vooral vermogen.
Belastingen op arbeid raken veel mensen.
Belastingen op vermogen raken een kleine maar rijke groep.
Beleidskeuzes (belasting, toeslagen, erfbelasting) beïnvloeden deze parades.
Koppeling aan beleid (tentamentopper): Omdat vermogen veel ongelijker verdeeld is dan
inkomen, kan vermogensbeleid een krachtiger herverdelend effect hebben dan
inkomensbeleid.
Mini-spiekversie (1 minuut onthouden)
Inkomensparade → ongelijk, maar meeste mensen zitten rond laag–midden.
Vermogensparade → extreem ongelijk, veel schulden onderaan, enorme top.
Beleid → arbeid vs. vermogen verschillend belasten heeft andere effecten.
1. Jan Pen → Gini-coëfficiënt → herverdeling (logisch gekoppeld)
🔹 De parades van Jan Pen (heel kort ter herinnering)
Inkomensparade: mensen lopen voorbij, lengte = inkomen
→ meeste mensen zijn klein, een paar extreem lang
Vermogensparade: mensen lopen voorbij, lengte = vermogen
→ bijna iedereen onzichtbaar, één gigant aan het eind
👉 Dit laat zien: vermogen is veel ongelijker verdeeld dan inkomen.
2. Koppeling aan de Gini-coëfficiënt