Week 1: Mentorschap
Juridische beschermingsmaatregelen voor meerderjarigen
-algemeen uitgangspunt: als je meerderjarig bent, dan kan je jouw eigen
belangen behartigen.
-uitzondering: als een meerderjarige, tijdens zijn meerderjarigheid, op grond van
een bepaalde oorzaak niet ten volle in staat is om zijn eigen belangen zelfstandig
te behartigen, dan kan een beschermingsmaatregel worden ingesteld:
-drie soorten beschermingsmaatregelen:
1. Mentorschap: het gaat om persoonlijke niet-vermogensrechtelijke
belangen.
2. Bewindvoering: die ziet op de vermogensrechtelijke belangen van de
meerderjarige (dus financiën, bezittingen).
3. Curatele: meest ingrijpende beschermingsmaatregel, het gaat zowel om
vermogensrechtelijke als niet-vermogensrechtelijke belangen.
let op: een combinatie tussen mentorschap en bewind is mogelijk.
Mentorschap (art. 1:450 lid 1 BW)
-een beschermingsmaatregel voor meerderjarigen, van iemand die daarover zelf
geen beslissingen meer kan nemen, gericht op (art. 1:454 lid 1 BW):
- Verzorging,
- Verpleging,
- Behandeling,
- Begeleiding.
-wanneer al te voorzien is dat voor een kind een mentorschap moet worden
ingesteld zodra hij meerderjarig is, dan kan dat al tijdens de minderjarigheid (art.
1:450 lid 2 BW).
-verder kan de rechter het mentorschap al instellen wanneer te verwachten is dat
binnen afzienbare tijd aan de gronden is voldaan (art. 1:450 lid 3 BW). Het moet
dan duidelijk zijn dat iemand binnen niet al te lange tijd zijn persoonlijke
belangen niet meer kan waarnemen als gevolg van een lichamelijke of
psychische toestand.
Gronden van mentorschap
1. Meerderjarige,
2. Tijdelijk/duurzame toestand,
3. Gevolg van lichamelijke/psychische toestand,
4. Waardoor hij zijn persoonlijke/niet-vermogensrechtelijke belangen niet
behoorlijk kan behartigen.
Pagina 1 van 23
,Indienen van een verzoek (art. 1:451 lid 1 BW)
-art. 1:451 lid 1 BW bepaalt wie een verzoek tot mentorschap kunnen doen.
-het mentorschap kan ook worden verzocht door het Openbaar Ministerie of een
instelling waar iemand wordt verzorgd of die iemand begeleiding biedt gericht op
structuur in en regie over zijn leven (art. 1:451 lid 2 BW).
-als de rechter een verzoek tot ondercuratelestelling afwijst, kan zij ambtshalve
overgaan tot instelling van het mentorschap (art. 1:451 lid 3 BW). Hetzelfde geldt
wanneer een ondercuratelestelling wordt opgeheven.
-tot slot is het mogelijk een verzoek te doen tot het omzetten van een
ondercuratelestelling in een mentorschap (art. 1:451 lid 5 BW).
Wie kan mentor worden
- Art. 1:452 lid 1 BW -> de mentor wordt door de kantonrechter benoemd.
- Wanneer de betrokkene een voorkeur heeft voor een bepaalde persoon,
dan is de rechter in beginsel verplicht die persoon tot mentor te benoemen
(art. 1:452 lid 3 BW).
-> alleen als er gegronde redenen zijn, mag de rechter hiervan afwijken.
- Geeft de betrokkene geen voorkeur voor een mentor aan of volgt de
rechter de voorkeur van de betrokkene niet, dan geldt de wettelijke
voorkeur (art. 1:452 lid 4 BW)
- Rechter kan ook een rechtspersoon benoemen tot mentor (art. 1:452 lid 5
BW).
- De rechter mag twee mentoren benoemen, behalve als de verwachting is
dat er onenigheid ontstaat.
- De mentor moet de betrokkene zo veel mogelijk meenemen in zijn
taakuitoefening. Verder is hij verplicht de betrokkene te stimuleren
rechtshandelingen en andere handelingen en zelf te verrichten (art. 1:454
lid 1 BW).
Gevolgen van mentorschap (art. 1:453 BW)
-tijdens het mentorschap is de betrokkene handelingsonbevoegd ten aanzien van
zijn gezondheidsrechtelijke belangen. Dit betreft rechtshandelingen die
betrekking hebben op zijn verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding
(art. 1:453 lid 1 BW). De mentor kan de betrokkene toestemming verlenen om
deze rechtshandelingen zelf te verrichten (art. 1:453 lid 2 BW). Ten aanzien van
feitelijke handelingen die zien op de persoonlijke belangen van de betrokkene
treedt de mentor op in plaats van de betrokkene (art. 1:453 lid 3 BW).
-in dat geval mag de handeling alleen plaatsvinden als dit noodzakelijk is om
ernstig nadeel voor de betrokkene te voorkomen (art. 1:453 lid 5 BW). Tot slot is
de mentor verplicht om de betrokkene te adviseren in niet-vermogensrechtelijke
kwesties (art. 1:453 lid 4 BW).
Pagina 2 van 23
, Einde van het mentorschap
-het mentorschap eindigt van rechtswege in de volgende gevallen (art. 1:462 lid
1 BW):
- Verstrijken van de tijdsduur waarvoor het mentorschap is ingesteld,
- Het overlijden van de betrokkene,
- Door een ondercuratelestelling van betrokkene.
-het mentorschap kan ook eindigen doordat de rechter overgaat tot opheffing
(art. 1:462 lid 2 BW):
1. Er is geen noodzaak meer voor het mentorschap,
2. Het mentorschap is niet zinvol gebleken. Dit is bijvoorbeeld het geval
wanneer de betrokkene elke vorm van ondersteuning weigert.
-de opheffing kan worden verzocht door de mentor en degenen die bevoegd zijn
om een verzoek tot instelling van het mentorschap te doen. Ook mag de rechter
het bewind ambtshalve opheffen. Iedereen die een verzoek kan doen tot
instelling van het mentorschap kan ook verzoeken om verlenging daarvan (art.
1:462 lid 3 BW).
Pagina 3 van 23
Juridische beschermingsmaatregelen voor meerderjarigen
-algemeen uitgangspunt: als je meerderjarig bent, dan kan je jouw eigen
belangen behartigen.
-uitzondering: als een meerderjarige, tijdens zijn meerderjarigheid, op grond van
een bepaalde oorzaak niet ten volle in staat is om zijn eigen belangen zelfstandig
te behartigen, dan kan een beschermingsmaatregel worden ingesteld:
-drie soorten beschermingsmaatregelen:
1. Mentorschap: het gaat om persoonlijke niet-vermogensrechtelijke
belangen.
2. Bewindvoering: die ziet op de vermogensrechtelijke belangen van de
meerderjarige (dus financiën, bezittingen).
3. Curatele: meest ingrijpende beschermingsmaatregel, het gaat zowel om
vermogensrechtelijke als niet-vermogensrechtelijke belangen.
let op: een combinatie tussen mentorschap en bewind is mogelijk.
Mentorschap (art. 1:450 lid 1 BW)
-een beschermingsmaatregel voor meerderjarigen, van iemand die daarover zelf
geen beslissingen meer kan nemen, gericht op (art. 1:454 lid 1 BW):
- Verzorging,
- Verpleging,
- Behandeling,
- Begeleiding.
-wanneer al te voorzien is dat voor een kind een mentorschap moet worden
ingesteld zodra hij meerderjarig is, dan kan dat al tijdens de minderjarigheid (art.
1:450 lid 2 BW).
-verder kan de rechter het mentorschap al instellen wanneer te verwachten is dat
binnen afzienbare tijd aan de gronden is voldaan (art. 1:450 lid 3 BW). Het moet
dan duidelijk zijn dat iemand binnen niet al te lange tijd zijn persoonlijke
belangen niet meer kan waarnemen als gevolg van een lichamelijke of
psychische toestand.
Gronden van mentorschap
1. Meerderjarige,
2. Tijdelijk/duurzame toestand,
3. Gevolg van lichamelijke/psychische toestand,
4. Waardoor hij zijn persoonlijke/niet-vermogensrechtelijke belangen niet
behoorlijk kan behartigen.
Pagina 1 van 23
,Indienen van een verzoek (art. 1:451 lid 1 BW)
-art. 1:451 lid 1 BW bepaalt wie een verzoek tot mentorschap kunnen doen.
-het mentorschap kan ook worden verzocht door het Openbaar Ministerie of een
instelling waar iemand wordt verzorgd of die iemand begeleiding biedt gericht op
structuur in en regie over zijn leven (art. 1:451 lid 2 BW).
-als de rechter een verzoek tot ondercuratelestelling afwijst, kan zij ambtshalve
overgaan tot instelling van het mentorschap (art. 1:451 lid 3 BW). Hetzelfde geldt
wanneer een ondercuratelestelling wordt opgeheven.
-tot slot is het mogelijk een verzoek te doen tot het omzetten van een
ondercuratelestelling in een mentorschap (art. 1:451 lid 5 BW).
Wie kan mentor worden
- Art. 1:452 lid 1 BW -> de mentor wordt door de kantonrechter benoemd.
- Wanneer de betrokkene een voorkeur heeft voor een bepaalde persoon,
dan is de rechter in beginsel verplicht die persoon tot mentor te benoemen
(art. 1:452 lid 3 BW).
-> alleen als er gegronde redenen zijn, mag de rechter hiervan afwijken.
- Geeft de betrokkene geen voorkeur voor een mentor aan of volgt de
rechter de voorkeur van de betrokkene niet, dan geldt de wettelijke
voorkeur (art. 1:452 lid 4 BW)
- Rechter kan ook een rechtspersoon benoemen tot mentor (art. 1:452 lid 5
BW).
- De rechter mag twee mentoren benoemen, behalve als de verwachting is
dat er onenigheid ontstaat.
- De mentor moet de betrokkene zo veel mogelijk meenemen in zijn
taakuitoefening. Verder is hij verplicht de betrokkene te stimuleren
rechtshandelingen en andere handelingen en zelf te verrichten (art. 1:454
lid 1 BW).
Gevolgen van mentorschap (art. 1:453 BW)
-tijdens het mentorschap is de betrokkene handelingsonbevoegd ten aanzien van
zijn gezondheidsrechtelijke belangen. Dit betreft rechtshandelingen die
betrekking hebben op zijn verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding
(art. 1:453 lid 1 BW). De mentor kan de betrokkene toestemming verlenen om
deze rechtshandelingen zelf te verrichten (art. 1:453 lid 2 BW). Ten aanzien van
feitelijke handelingen die zien op de persoonlijke belangen van de betrokkene
treedt de mentor op in plaats van de betrokkene (art. 1:453 lid 3 BW).
-in dat geval mag de handeling alleen plaatsvinden als dit noodzakelijk is om
ernstig nadeel voor de betrokkene te voorkomen (art. 1:453 lid 5 BW). Tot slot is
de mentor verplicht om de betrokkene te adviseren in niet-vermogensrechtelijke
kwesties (art. 1:453 lid 4 BW).
Pagina 2 van 23
, Einde van het mentorschap
-het mentorschap eindigt van rechtswege in de volgende gevallen (art. 1:462 lid
1 BW):
- Verstrijken van de tijdsduur waarvoor het mentorschap is ingesteld,
- Het overlijden van de betrokkene,
- Door een ondercuratelestelling van betrokkene.
-het mentorschap kan ook eindigen doordat de rechter overgaat tot opheffing
(art. 1:462 lid 2 BW):
1. Er is geen noodzaak meer voor het mentorschap,
2. Het mentorschap is niet zinvol gebleken. Dit is bijvoorbeeld het geval
wanneer de betrokkene elke vorm van ondersteuning weigert.
-de opheffing kan worden verzocht door de mentor en degenen die bevoegd zijn
om een verzoek tot instelling van het mentorschap te doen. Ook mag de rechter
het bewind ambtshalve opheffen. Iedereen die een verzoek kan doen tot
instelling van het mentorschap kan ook verzoeken om verlenging daarvan (art.
1:462 lid 3 BW).
Pagina 3 van 23