Vermogensrecht week 1 les 1, verbintenissen
Verbintenissenrecht
-de persoon staat centraal
-koopfase
-relatief recht
à het recht dat je niet tegenover iedereen kan toepassen
-je maakt afspraken. Er ontstaat een verbintenis waarvan je recht hebt op iets
VB: alleen jou eigen werkgever kan arbeid van jou vragen
Rechtsfeiten
-heeft wel een rechtsgevolg
Blote rechtsfeiten
-zijn geen handelingen, maar hebben toch een rechtsgevolg, vinden hoe dan ook
plaats zonder dat er een feitelijke handeling aan de pas komt
VB: het meerderjarig worden, hier is geen handeling voor vereist, maar er zijn
wel rechtsgevolgen
Rechts relevante handelingen
-een handeling die relevantie heeft voor het recht, handeling met rechtsgevolg
Rechtshandelingen
-een handeling die gericht is op het rechtsgevolg, wilsuiting van de handelde
persoon nodig
Feitelijke handelingen
-hebben wel een rechtsgevolg, maar zijn hier niet op gericht
VB: als je met je auto per ongeluk de spiegel van een geparkeerde auto eraf rijdt,
gevolg is dat je de schade aan de auto moet vergoeden, terwijl dit geen bedoelde
handeling was
Eenzijdige rechtshandelingen
-het rechtsgevolg komt tot stand door één persoon, zonder dat medewerking van
een andere persoon nodig is, wilsuiting van één persoon die gericht is op het
rechtsgevolg
VB: opstelling van een testament, er is geen medewerking van de erfgenamen
nodig, handeling wordt verricht door degene die zijn nalatenschap wil regelen
Meerzijdige rechtshandelingen
-noodzakelijk dat twee personen een bepaald rechtsgevolg tot stand brengen,
wilsuitingen van beide partijen zijn vereist
Persoonsgerichte handelingen
-verricht door een van beide partijen en zijn gericht tot de andere partij
VB: als je een kamer huurt en deze niet langer wilt huren en de huur wilt
opzeggen, de medewerking van de verhuurder is niet nodig
Niet-persoonsgerichte handelingen (ongerichte handeling)
-handeling die door één partij wordt verricht, maar niet tot een specifieke
persoon is gericht
VB: aangifte van geboorte van je kind, de rechtshandeling is gericht tot een
2
,ambtenaar van de burgerlijke stand, het maakt niet uit welke ambtenaar de
geboorteaangifte verwerk
Vermogensrecht week 1 les 2, overeenkomsten
Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding
-zowel aanbod als aanvaarding moeten allebei 2 elementen bevatten die op
elkaar aansluiten: wil en verklaring. Zodra deze niet op elkaar aansluiten is er
sprake van discrepantie. Anders ontstaat er geen meerzijdige overeenkomst (art.
6:213 BW)
Ontvangsttheorie, art. 3:37 lid 3 BW
-op het moment dat de aanvaarding de wederpartij bereikt, treedt de verklaring
in werking
à op het moment dat de aanvaarding opgestuurd wordt, maar de aanvaarding
belemmerd wordt, dan kan de verkoper beschermd worden
Wilsverklaring theorie
-als je wilt kijken of een aanbod rechtsgeldig is, dan moet je kijken naar de wil en
de verklaring en of die op elkaar aansluiten
-soms is er geen sprake van een aanbod, maar een uitnodiging tot het doen van
een aanbod
VB: uitnodiging tot het doen van een aanbod op een bieding van een product op
markplaats
! als iemand een uitnodiging tot onderhandeling doet, door bijvoorbeeld een bod
te plaatsen op markplaats en iemand plaatst een bod, dan komt er pas een
overeenkomst tot stand, zodra de verkoper het bod accepteert
Wanneer kun je een aanbod niet herroepen
-als een termijn voor de aanvaarding inhoudt of de onherroepelijkheid ervan op
andere wijze uit het aanbod volgt
à op mondelinge wijze kan dit ook
-als het aanbod al aanvaard is of de verklaring van aanvaarding al is verzonden
à tenzij het een vrijblijvend aanbod is
VB: stel je verkoopt een telefoon en je stelt een termijn voor de koper om tot een
bepaalde tijd een besluit te nemen
! een koper kan het aanbod herroepen, zodra hij een sneller communicatiemiddel
vindt om de aanbieder te bereiken
De inhoud van een overeenkomst, art. 6:248 BW
1. Partijafspraak
2. Wet
3. Gewoonte
4. Redelijkheid en billijkheid
1. de wet
kan beperkingen opleggen aan partijen
2
, kan dwingende regels opleggen aan een van de- of beide partijen, van
deze wettelijke bepalingen mogen de partijen niet afwijken
VB: arbeidsrecht: om werknemers bescherming te bieden tegen een sterke
wetgever
kent bepalingen van aanvullend recht (regelend recht), deze regelingen
hebben slechts werking wanneer partijen niets met elkaar hebben
afgesproken, de wet vult het aan
VB: de duur van de proeftijd bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst
voor onbepaalde tijd, max. 2 maanden
2. de gewoonte
-in sommige gevallen wordt de inhoud van een overeenkomst bepaald door de
gewoonte
VB: afspraken tussen partijen in een bepaalde branche, deze zijn zo
vanzelfsprekend dat ze niet worden vastgelegd, bijv. het geven van fooi in een
restaurant
3. eisen van redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW)
-maatstaven van ongeschreven recht, hetgeen dat als rechtvaardig en redelijk
wordt beschouwd
wanneer partijen worden geconfronteerd met een overeenkomst die niet volledig
is, zullen ze bij de invulling hiervan rekening moeten houden met de redelijkheid
en billijkheid
-redelijkheid en billijkheid kunnen zowel een aanvullende als beperkende werking
hebben
aanvullende werking: R&B vullen aan wat niet tussen partijen is
afgesproken of niet uit de wet voortvloeit
beperkende werking (derogerende werking): R&B schrijven voor dat moet
worden afgeweken van hetgeen dat tussen partijen is afgesproken of
voortvloeit uit de wet of gewoonte
VB: degene die een boek niet terug brengt bij de bieb, moet een
schadevergoeding betalen van de nieuwprijs van het boek en een boete
van 250 euro. Deze maatregelen voldoen niet aan R&B, deze bepaling kan
daarom buiten beschouwing worden gelaten
Onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 lid 1 BW)
-omstandigheden die bij het afsluiten van de overeenkomst niet te voorzien
waren
VB: concurrentiebeding dat kan worden overeengekomen tussen een werkgever
en een werknemer (wat betekent dat een bepaalde periode na beëindigen van
de arbeidsovereenkomst de werknemer niet voor een concurrerend bedrijf kan
gaan werken)
-de rechter kan op verzoek van een partij de gevolgen van een overeenkomst
wijzigen of ontbinden, zodra deze o.g.v. onvoorziene omstandigheden in strijd zijn
met de R&B
à dit staat de rechter niet toe zodra de omstandigheid veroorzaakt wordt door de
partij zelf
2
Verbintenissenrecht
-de persoon staat centraal
-koopfase
-relatief recht
à het recht dat je niet tegenover iedereen kan toepassen
-je maakt afspraken. Er ontstaat een verbintenis waarvan je recht hebt op iets
VB: alleen jou eigen werkgever kan arbeid van jou vragen
Rechtsfeiten
-heeft wel een rechtsgevolg
Blote rechtsfeiten
-zijn geen handelingen, maar hebben toch een rechtsgevolg, vinden hoe dan ook
plaats zonder dat er een feitelijke handeling aan de pas komt
VB: het meerderjarig worden, hier is geen handeling voor vereist, maar er zijn
wel rechtsgevolgen
Rechts relevante handelingen
-een handeling die relevantie heeft voor het recht, handeling met rechtsgevolg
Rechtshandelingen
-een handeling die gericht is op het rechtsgevolg, wilsuiting van de handelde
persoon nodig
Feitelijke handelingen
-hebben wel een rechtsgevolg, maar zijn hier niet op gericht
VB: als je met je auto per ongeluk de spiegel van een geparkeerde auto eraf rijdt,
gevolg is dat je de schade aan de auto moet vergoeden, terwijl dit geen bedoelde
handeling was
Eenzijdige rechtshandelingen
-het rechtsgevolg komt tot stand door één persoon, zonder dat medewerking van
een andere persoon nodig is, wilsuiting van één persoon die gericht is op het
rechtsgevolg
VB: opstelling van een testament, er is geen medewerking van de erfgenamen
nodig, handeling wordt verricht door degene die zijn nalatenschap wil regelen
Meerzijdige rechtshandelingen
-noodzakelijk dat twee personen een bepaald rechtsgevolg tot stand brengen,
wilsuitingen van beide partijen zijn vereist
Persoonsgerichte handelingen
-verricht door een van beide partijen en zijn gericht tot de andere partij
VB: als je een kamer huurt en deze niet langer wilt huren en de huur wilt
opzeggen, de medewerking van de verhuurder is niet nodig
Niet-persoonsgerichte handelingen (ongerichte handeling)
-handeling die door één partij wordt verricht, maar niet tot een specifieke
persoon is gericht
VB: aangifte van geboorte van je kind, de rechtshandeling is gericht tot een
2
,ambtenaar van de burgerlijke stand, het maakt niet uit welke ambtenaar de
geboorteaangifte verwerk
Vermogensrecht week 1 les 2, overeenkomsten
Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding
-zowel aanbod als aanvaarding moeten allebei 2 elementen bevatten die op
elkaar aansluiten: wil en verklaring. Zodra deze niet op elkaar aansluiten is er
sprake van discrepantie. Anders ontstaat er geen meerzijdige overeenkomst (art.
6:213 BW)
Ontvangsttheorie, art. 3:37 lid 3 BW
-op het moment dat de aanvaarding de wederpartij bereikt, treedt de verklaring
in werking
à op het moment dat de aanvaarding opgestuurd wordt, maar de aanvaarding
belemmerd wordt, dan kan de verkoper beschermd worden
Wilsverklaring theorie
-als je wilt kijken of een aanbod rechtsgeldig is, dan moet je kijken naar de wil en
de verklaring en of die op elkaar aansluiten
-soms is er geen sprake van een aanbod, maar een uitnodiging tot het doen van
een aanbod
VB: uitnodiging tot het doen van een aanbod op een bieding van een product op
markplaats
! als iemand een uitnodiging tot onderhandeling doet, door bijvoorbeeld een bod
te plaatsen op markplaats en iemand plaatst een bod, dan komt er pas een
overeenkomst tot stand, zodra de verkoper het bod accepteert
Wanneer kun je een aanbod niet herroepen
-als een termijn voor de aanvaarding inhoudt of de onherroepelijkheid ervan op
andere wijze uit het aanbod volgt
à op mondelinge wijze kan dit ook
-als het aanbod al aanvaard is of de verklaring van aanvaarding al is verzonden
à tenzij het een vrijblijvend aanbod is
VB: stel je verkoopt een telefoon en je stelt een termijn voor de koper om tot een
bepaalde tijd een besluit te nemen
! een koper kan het aanbod herroepen, zodra hij een sneller communicatiemiddel
vindt om de aanbieder te bereiken
De inhoud van een overeenkomst, art. 6:248 BW
1. Partijafspraak
2. Wet
3. Gewoonte
4. Redelijkheid en billijkheid
1. de wet
kan beperkingen opleggen aan partijen
2
, kan dwingende regels opleggen aan een van de- of beide partijen, van
deze wettelijke bepalingen mogen de partijen niet afwijken
VB: arbeidsrecht: om werknemers bescherming te bieden tegen een sterke
wetgever
kent bepalingen van aanvullend recht (regelend recht), deze regelingen
hebben slechts werking wanneer partijen niets met elkaar hebben
afgesproken, de wet vult het aan
VB: de duur van de proeftijd bij het aangaan van een arbeidsovereenkomst
voor onbepaalde tijd, max. 2 maanden
2. de gewoonte
-in sommige gevallen wordt de inhoud van een overeenkomst bepaald door de
gewoonte
VB: afspraken tussen partijen in een bepaalde branche, deze zijn zo
vanzelfsprekend dat ze niet worden vastgelegd, bijv. het geven van fooi in een
restaurant
3. eisen van redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW)
-maatstaven van ongeschreven recht, hetgeen dat als rechtvaardig en redelijk
wordt beschouwd
wanneer partijen worden geconfronteerd met een overeenkomst die niet volledig
is, zullen ze bij de invulling hiervan rekening moeten houden met de redelijkheid
en billijkheid
-redelijkheid en billijkheid kunnen zowel een aanvullende als beperkende werking
hebben
aanvullende werking: R&B vullen aan wat niet tussen partijen is
afgesproken of niet uit de wet voortvloeit
beperkende werking (derogerende werking): R&B schrijven voor dat moet
worden afgeweken van hetgeen dat tussen partijen is afgesproken of
voortvloeit uit de wet of gewoonte
VB: degene die een boek niet terug brengt bij de bieb, moet een
schadevergoeding betalen van de nieuwprijs van het boek en een boete
van 250 euro. Deze maatregelen voldoen niet aan R&B, deze bepaling kan
daarom buiten beschouwing worden gelaten
Onvoorziene omstandigheden (art. 6:258 lid 1 BW)
-omstandigheden die bij het afsluiten van de overeenkomst niet te voorzien
waren
VB: concurrentiebeding dat kan worden overeengekomen tussen een werkgever
en een werknemer (wat betekent dat een bepaalde periode na beëindigen van
de arbeidsovereenkomst de werknemer niet voor een concurrerend bedrijf kan
gaan werken)
-de rechter kan op verzoek van een partij de gevolgen van een overeenkomst
wijzigen of ontbinden, zodra deze o.g.v. onvoorziene omstandigheden in strijd zijn
met de R&B
à dit staat de rechter niet toe zodra de omstandigheid veroorzaakt wordt door de
partij zelf
2