Staatsrecht hoorcollege 1: de democratische rechtsstaat
De Nederlandse staat
-het rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen
-met organen, decentralisatie, taken, bevoegdheden, een territorium en een
bevolking
Het legaliteitsbeginsel
-aan de decentrale lichamen komen bevoegdheden toe die door de wetgever zijn
toegekend
-dit beginsel bepaalt dat overheidsbevoegdheden een grondwettelijke grondslag
moeten hebben
Decentralisatie
-onderverdeling in provincies en gemeenten
-waterschappen zijn ook functioneel bepaald: zij hebben in een bepaald
waterkundig afgebakend gebied een taak op het punt van de waterhuishouding
en waterbeheer
Vormen van decentralisatie
Autonomie (functioneel): waar de wetgever aan provincie of gemeente de
regeling en organisatie van de eigen huishouding overlaat (art. 149
gemeentewet)
-gespecialiseerde organisaties die niet perse een gebied
vertegenwoordigen
voorbeeld: vuilnisophaaldiensten, verkeerscirculatie en parkeerbeheer
Medebewind (territoriaal): als de wetgever gedecentraliseerde lichamen
opdraagt een bepaalde taak te behartigen en daartoe bevoegdheden
toekent en aangeeft hoe van de medebewindsbevoegdheden gebruik te
maken
-uitvoerder van centrale wetgeving en centraal beleid
voorbeeld verordende medebewindsbevoegdheid: art. 3 lid 2 en 4 wet
veiligheidsregio’s
Criteria van een staat:
Een staat is een organisatie
Die betrekking heeft op een bepaald grondgebied
Die op dit grondgebied gezag uitoefent over de burgers
Die daartoe geweldsmonopolie heeft: de staat mag als enige burgers
opsluiten en bestraffen en geweld gebruiken ter bescherming van haar
onderdanen
Waarbij we spreken van soevereiniteit
Vaak is er ook een eenheid van de bevolking (door bijv. dezelfde taal of
cultuur)
Internationaalrechtelijke criteria:
Pagina 1 van 39
, Het erkend zijn als staat, zodat de statelijke organisatie beschouwd wordt
als de vertegenwoordiger van die staat in het internationale rechtsverkeer
en het kunnen sluiten van verdragen
Met als rechtsgevolgen dat de staat internationale soevereiniteit geniet en
beschermd wordt tegen inbreuken op het grondgebied door andere staten
(agressieverbod)
Uitzonderingen: er zijn staten waarin bij het ontbreken van een overkoepelende
organisatie waarin regelgeving, bestuur en beslechting van geschillen zijn
geregeld toch als staat worden beschouwd kijk bijv. naar Libië (hier strijden
stammen om heerschappij over het grondgebied)
Geweldsmonopolie en organisatie
-zorgen voor orde en rust, regelen zaken zoals gezondheidszorg, onderwijs,
infrastructuur, sociale zekerheid, milieu en arbeidsomstandigheden
-hier is legitimatie van de staat gelegen en een reden voor acceptatie van de
burger: de burger is onderdaan, maar krijgt in ruil hiervoor bescherming, vrede
en een goed bestuur
De eenheid van bevolking
Natiestaat: als een staat samenvalt met iets wat we als volk kunnen
schetsen
-heersers hebben vaak gebruik gemaakt van middelen om eenheid tot stand te
brengen, zoals afdwingen van dezelfde taal of het organiseren van nationale
versieringen of evenementen
-er zijn ook staten waarin meerdere talen worden gesproken of waar regio’s een
eigen identiteit claimen met een eigen cultuur (denk aan Friesland en Limburg
met een eigen taal en dialect)
Om van een erkende staat te kunnen spreken, is van belang wat de
internationale wereldgemeenschap daarvan vindt
-erkennen andere staten een staat als staat of niet?
-hier spelen de criteria een rol, maar ook motieven van diplomatie en
internationale betrekkingen
Totstandkoming van een staat
-er moet zich een abrupte of geleidelijke ontwikkeling hebben voorgedaan
waardoor er zich op een gegeven moment een situatie vormde van een staat die
ook door derde staten werd erkend
-de vorming van een nieuwe staat zal moeten leiden tot het opzetten van een
overheidsorganisatie met effectief gezag
-acceptatie van oprichting en inrichting van de staat door het volk is cruciaal
Secessie
-wanneer regio’s van een staat met een specifieke identiteit zich afscheiden
-staten erkennen dit verschijnsel niet, omdat dit is strijdig met hun identiteit, er
Pagina 2 van 39
,zal hier tegen worden opgetreden: dit hoort bij het kenmerk van staatsgezag over
een bepaald territorium
De Nederlandste staat heeft rechtspersoonlijkheid (art. 2:1 lid 1 BW)
-hij kan deelnemen aan het internationale rechtsverkeer en verdragen afsluiten
-hij kan als privaatrechtelijk rechtspersoon overeenkomsten aangaan, eigendom
bezitten en andere rechten verplichtingen hebben
Constitutie
-omvat regels over bevoegdheden, instellingen, procedures, rechten van burgers,
rechtspraak en organen: de basisstructuur van een staat
-de basisregels (fundamentele regels) zijn neergelegd in de grondwet (positie van
de koning)
dit bevat procedures tot aanneming en verandering : dit is om de basisregels
van het staatsrecht vastigheid te geven en het lastig te maken dat veranderingen
zomaar worden doorgevoerd of dat de grondwet en democratie kan worden
veranderd of afgeschaft
een grondwet zoals in Nederland wordt een ‘regid constitution’ genoemd
! bij bijv. het VK kunnen constitutionele veranderingen bij gewone wet worden
doorgevoerd: dit heet een ‘’flexible constitution’
De verschillende betekenissen van soevereiniteit
Intern: de staat kan zelfstandig besluiten nemen en handelingen verrichten
Extern: de staat maakt met andere staten afspraken
de relaties tussen staten en internationale organisaties onderling
hierin is het handvest van de VN van het internationale
geweldsverbod geregeld
Als aanduiding waar binnen de staat het laatste woord is
ziet op het aangeven waar binnen een staat de besluiten kunnen
worden genomen en wie dit doet: de grondwet(gever)
de grondwet is voor Nederland het basisdocument, dus is het aan de
grondwetgever om te bepalen hoe de staatsrechtelijke orde eruitziet
Om aan te duiden waarin de staat zijn grondslag vindt en wat het
fundament is van het gezag dat de staat uitoefent
Volkssoevereiniteit: de grondwet wordt gegrondvest in de wil van
het volk (bijv. zoals in de VS
-de Nederlandse grondwet zwijgt op dit punt, er kan niet worden
gesproken van een filosofische of theoretische grondslag, behalve dat
de staat uitkomst is van een historische ontwikkeling
Als retorisch begrip om het streven aan te duiden van de staat ten
opzichte van bijv. toegenomen internationalisering meer macht moet
terugnemen en bevoegdhedenoverdrachten moet terughalen, omdat dit de
macht van de staat uitholt
streven dat zich richt op eigen zeggenschap en gekant is tegen
internationalisering of overdracht/uitoefening van bevoegdheden
door de EU
Pagina 3 van 39
, Constitutioneel recht (staatsrecht)
-het gaat hier om statelijke instellingen en organen op nationaal niveau en
organen op decentrale niveaus (zoals provincies en gemeenten)
De hoofdvragen van het staatsrecht (indeling van een staat de
lichamen)
1. Welke bevoegdheden zijn toegekend aan een lichaam of orgaan?: er dient
bezien te worden of er een bevoegdheid is toegekend in grondwet of wet
2. Wat is de reikwijdte van een bevoegdheid?: tot hoever mag de uitoefening
ervan?
3. Wie ziet toe op de naleving van de bevoegdheidsgrondslag, de uitoefening
en de eventuele strijd met grondrechten/ algemene rechtsbeginselen? Via
petitierecht kan een vertegenwoordigend lichaam worden ingezet om het
bestuursorgaan te controleren
4. Wat zijn de grenzen van de bevoegdheid?: komt de
bevoegdheidsuitoefening niet in strijd met andere regels en beginselen?
Voorbeeld: een wet bepaald dat een orgaan een boete mag opleggen. Er
moeten worden gekeken wat voor boetes en of het opleggen van een
sanctie niet strijdig is met bijv. grondrechten. Bijv. strijdig met het
proportionaliteitsbeginsel/ vertrouwensbeginsel.
Afbakening tussen de politieke praktijk en staatsrechtelijke regels
(geschreven)
-er wordt steeds op min of meer dezelfde manier geopereerd, maar er is geen
zelfde instemming dat dat ook juridisch geboden is
-de staatsrechtelijke regels in grondwet en wetgeving zijn juridische regels,
waaraan de actoren geacht worden zich te houden en waarvan veelal ook
naleving kan worden afgedwongen
voorbeeld: de praktijk dat het initiatief tot kabinetsformatie na verkiezingen bij de
Grootste Tweede Kamerfractie ligt. Staatsrechtelijk staat er niets aan in de weg
dat een groep die samen de meerderheid vormen en waarin niet de grootste
fractie zit, overgaan tot formatie. Wat er toe doet is dat er een kabinet wordt
geformeerd dat kan steunen op het vertrouwen van de meerderheid in de Tweede
Kamer.
Ongeschreven staatsrecht
-regel: een kabinet en de ministers dienen het vertrouwen te hebben van het
parlement en er is sprake van vertrouwen zolang van het tegendeel niet is
gebleken
-dit is een ongeschreven regel, omdat alle actoren met elkaar instemmen dat er
sprake is van een regel, en dat men zich daaraan gebonden acht en daarnaar het
werk wil inrichten
De vertrouwensregel (ook ongeschreven)
-is er omdat overeenstemming is dat deze regel geldt en nageleefd behoort te
worden
Pagina 4 van 39
De Nederlandse staat
-het rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen
-met organen, decentralisatie, taken, bevoegdheden, een territorium en een
bevolking
Het legaliteitsbeginsel
-aan de decentrale lichamen komen bevoegdheden toe die door de wetgever zijn
toegekend
-dit beginsel bepaalt dat overheidsbevoegdheden een grondwettelijke grondslag
moeten hebben
Decentralisatie
-onderverdeling in provincies en gemeenten
-waterschappen zijn ook functioneel bepaald: zij hebben in een bepaald
waterkundig afgebakend gebied een taak op het punt van de waterhuishouding
en waterbeheer
Vormen van decentralisatie
Autonomie (functioneel): waar de wetgever aan provincie of gemeente de
regeling en organisatie van de eigen huishouding overlaat (art. 149
gemeentewet)
-gespecialiseerde organisaties die niet perse een gebied
vertegenwoordigen
voorbeeld: vuilnisophaaldiensten, verkeerscirculatie en parkeerbeheer
Medebewind (territoriaal): als de wetgever gedecentraliseerde lichamen
opdraagt een bepaalde taak te behartigen en daartoe bevoegdheden
toekent en aangeeft hoe van de medebewindsbevoegdheden gebruik te
maken
-uitvoerder van centrale wetgeving en centraal beleid
voorbeeld verordende medebewindsbevoegdheid: art. 3 lid 2 en 4 wet
veiligheidsregio’s
Criteria van een staat:
Een staat is een organisatie
Die betrekking heeft op een bepaald grondgebied
Die op dit grondgebied gezag uitoefent over de burgers
Die daartoe geweldsmonopolie heeft: de staat mag als enige burgers
opsluiten en bestraffen en geweld gebruiken ter bescherming van haar
onderdanen
Waarbij we spreken van soevereiniteit
Vaak is er ook een eenheid van de bevolking (door bijv. dezelfde taal of
cultuur)
Internationaalrechtelijke criteria:
Pagina 1 van 39
, Het erkend zijn als staat, zodat de statelijke organisatie beschouwd wordt
als de vertegenwoordiger van die staat in het internationale rechtsverkeer
en het kunnen sluiten van verdragen
Met als rechtsgevolgen dat de staat internationale soevereiniteit geniet en
beschermd wordt tegen inbreuken op het grondgebied door andere staten
(agressieverbod)
Uitzonderingen: er zijn staten waarin bij het ontbreken van een overkoepelende
organisatie waarin regelgeving, bestuur en beslechting van geschillen zijn
geregeld toch als staat worden beschouwd kijk bijv. naar Libië (hier strijden
stammen om heerschappij over het grondgebied)
Geweldsmonopolie en organisatie
-zorgen voor orde en rust, regelen zaken zoals gezondheidszorg, onderwijs,
infrastructuur, sociale zekerheid, milieu en arbeidsomstandigheden
-hier is legitimatie van de staat gelegen en een reden voor acceptatie van de
burger: de burger is onderdaan, maar krijgt in ruil hiervoor bescherming, vrede
en een goed bestuur
De eenheid van bevolking
Natiestaat: als een staat samenvalt met iets wat we als volk kunnen
schetsen
-heersers hebben vaak gebruik gemaakt van middelen om eenheid tot stand te
brengen, zoals afdwingen van dezelfde taal of het organiseren van nationale
versieringen of evenementen
-er zijn ook staten waarin meerdere talen worden gesproken of waar regio’s een
eigen identiteit claimen met een eigen cultuur (denk aan Friesland en Limburg
met een eigen taal en dialect)
Om van een erkende staat te kunnen spreken, is van belang wat de
internationale wereldgemeenschap daarvan vindt
-erkennen andere staten een staat als staat of niet?
-hier spelen de criteria een rol, maar ook motieven van diplomatie en
internationale betrekkingen
Totstandkoming van een staat
-er moet zich een abrupte of geleidelijke ontwikkeling hebben voorgedaan
waardoor er zich op een gegeven moment een situatie vormde van een staat die
ook door derde staten werd erkend
-de vorming van een nieuwe staat zal moeten leiden tot het opzetten van een
overheidsorganisatie met effectief gezag
-acceptatie van oprichting en inrichting van de staat door het volk is cruciaal
Secessie
-wanneer regio’s van een staat met een specifieke identiteit zich afscheiden
-staten erkennen dit verschijnsel niet, omdat dit is strijdig met hun identiteit, er
Pagina 2 van 39
,zal hier tegen worden opgetreden: dit hoort bij het kenmerk van staatsgezag over
een bepaald territorium
De Nederlandste staat heeft rechtspersoonlijkheid (art. 2:1 lid 1 BW)
-hij kan deelnemen aan het internationale rechtsverkeer en verdragen afsluiten
-hij kan als privaatrechtelijk rechtspersoon overeenkomsten aangaan, eigendom
bezitten en andere rechten verplichtingen hebben
Constitutie
-omvat regels over bevoegdheden, instellingen, procedures, rechten van burgers,
rechtspraak en organen: de basisstructuur van een staat
-de basisregels (fundamentele regels) zijn neergelegd in de grondwet (positie van
de koning)
dit bevat procedures tot aanneming en verandering : dit is om de basisregels
van het staatsrecht vastigheid te geven en het lastig te maken dat veranderingen
zomaar worden doorgevoerd of dat de grondwet en democratie kan worden
veranderd of afgeschaft
een grondwet zoals in Nederland wordt een ‘regid constitution’ genoemd
! bij bijv. het VK kunnen constitutionele veranderingen bij gewone wet worden
doorgevoerd: dit heet een ‘’flexible constitution’
De verschillende betekenissen van soevereiniteit
Intern: de staat kan zelfstandig besluiten nemen en handelingen verrichten
Extern: de staat maakt met andere staten afspraken
de relaties tussen staten en internationale organisaties onderling
hierin is het handvest van de VN van het internationale
geweldsverbod geregeld
Als aanduiding waar binnen de staat het laatste woord is
ziet op het aangeven waar binnen een staat de besluiten kunnen
worden genomen en wie dit doet: de grondwet(gever)
de grondwet is voor Nederland het basisdocument, dus is het aan de
grondwetgever om te bepalen hoe de staatsrechtelijke orde eruitziet
Om aan te duiden waarin de staat zijn grondslag vindt en wat het
fundament is van het gezag dat de staat uitoefent
Volkssoevereiniteit: de grondwet wordt gegrondvest in de wil van
het volk (bijv. zoals in de VS
-de Nederlandse grondwet zwijgt op dit punt, er kan niet worden
gesproken van een filosofische of theoretische grondslag, behalve dat
de staat uitkomst is van een historische ontwikkeling
Als retorisch begrip om het streven aan te duiden van de staat ten
opzichte van bijv. toegenomen internationalisering meer macht moet
terugnemen en bevoegdhedenoverdrachten moet terughalen, omdat dit de
macht van de staat uitholt
streven dat zich richt op eigen zeggenschap en gekant is tegen
internationalisering of overdracht/uitoefening van bevoegdheden
door de EU
Pagina 3 van 39
, Constitutioneel recht (staatsrecht)
-het gaat hier om statelijke instellingen en organen op nationaal niveau en
organen op decentrale niveaus (zoals provincies en gemeenten)
De hoofdvragen van het staatsrecht (indeling van een staat de
lichamen)
1. Welke bevoegdheden zijn toegekend aan een lichaam of orgaan?: er dient
bezien te worden of er een bevoegdheid is toegekend in grondwet of wet
2. Wat is de reikwijdte van een bevoegdheid?: tot hoever mag de uitoefening
ervan?
3. Wie ziet toe op de naleving van de bevoegdheidsgrondslag, de uitoefening
en de eventuele strijd met grondrechten/ algemene rechtsbeginselen? Via
petitierecht kan een vertegenwoordigend lichaam worden ingezet om het
bestuursorgaan te controleren
4. Wat zijn de grenzen van de bevoegdheid?: komt de
bevoegdheidsuitoefening niet in strijd met andere regels en beginselen?
Voorbeeld: een wet bepaald dat een orgaan een boete mag opleggen. Er
moeten worden gekeken wat voor boetes en of het opleggen van een
sanctie niet strijdig is met bijv. grondrechten. Bijv. strijdig met het
proportionaliteitsbeginsel/ vertrouwensbeginsel.
Afbakening tussen de politieke praktijk en staatsrechtelijke regels
(geschreven)
-er wordt steeds op min of meer dezelfde manier geopereerd, maar er is geen
zelfde instemming dat dat ook juridisch geboden is
-de staatsrechtelijke regels in grondwet en wetgeving zijn juridische regels,
waaraan de actoren geacht worden zich te houden en waarvan veelal ook
naleving kan worden afgedwongen
voorbeeld: de praktijk dat het initiatief tot kabinetsformatie na verkiezingen bij de
Grootste Tweede Kamerfractie ligt. Staatsrechtelijk staat er niets aan in de weg
dat een groep die samen de meerderheid vormen en waarin niet de grootste
fractie zit, overgaan tot formatie. Wat er toe doet is dat er een kabinet wordt
geformeerd dat kan steunen op het vertrouwen van de meerderheid in de Tweede
Kamer.
Ongeschreven staatsrecht
-regel: een kabinet en de ministers dienen het vertrouwen te hebben van het
parlement en er is sprake van vertrouwen zolang van het tegendeel niet is
gebleken
-dit is een ongeschreven regel, omdat alle actoren met elkaar instemmen dat er
sprake is van een regel, en dat men zich daaraan gebonden acht en daarnaar het
werk wil inrichten
De vertrouwensregel (ook ongeschreven)
-is er omdat overeenstemming is dat deze regel geldt en nageleefd behoort te
worden
Pagina 4 van 39