Datasets bestaan uit
➢ Cases of units - Subjecten (mensen) of objecten (dingen) in een dataset
➢ Variabelen - Kenmerken van een case, kan verschillende waarden aannemen voor
verschillende cases of units
➢ Score - Waarde van een case of unit op een variabele
➢ Label - unieke waarden
Kunnen zijn
➢ Categorisch/kwalitatief (1 soort, waarde vertegenwoordigd categorie, kunnen
volgorde/rangorde hebben)
○ Studie (voorbeeldwaarde: pedagogische wetenschappen of psychologie)
○ Leeftijdsgroep (voorbeeldwaarde: kleuter, puber, volwassen)
○ Plaats in een gezin (voorbeeldwaarde: jongste, oudste, middelste)
○ LVS Citoscore (voorbeeldwaarde: A t/m D)
Meetniveau:
➢ Nominaal
Geen volgorde, geen meeteenheid en geen nulpunt (bijvoorbeeld sekse)
➢ Ordinaal
Wel een volgorde, geen meeteenheid en geen vast nulpunt (bijvoorbeeld
sociaal economische status (laag/middel/hoog))
Gebruik grafische weergave
➢ Kwantitatief (Staan de waarde voor een bepaalde hoeveelheid, in aantallen)
○ Leeftijd (1-10 jaar)
○ Aantal kinderen in een gezin (0-4 kinderen)
○ IQ-score (85-115 iq score)
○ Eindscore cito (501-550 eindscore)
Meetniveau:
➢ Interval
Wel een volgorde, wel een meeteenheid, en geen vast nulpunt (gelijke
afstanden tussen de intervallen: bijvoorbeeld cijfers voor een bloktoets,
verschil tussen ½ en ¾ moeten even groot zijn, deling niet betekenisvol
interpreteren. Cijfer 5 is niet 2,5x zo hoog als iemand met een 2 )
➢ Ratio
Wel een volgorde, wel een meeteenheid en een vast nulpunt aantal correct
beantwoorde vragen op een bloktoets, er is een absoluut nulpunt en je kunt
delingen zinvol interpreteren, iemand die 10 vragen goed heeft heeft 2x
zoveel vragen goed als iemand met 5 goede antwoorden.
Gebruik grafische weergave
-
➢ Cases of units - Subjecten (mensen) of objecten (dingen) in een dataset
➢ Variabelen - Kenmerken van een case, kan verschillende waarden aannemen voor
verschillende cases of units
➢ Score - Waarde van een case of unit op een variabele
➢ Label - unieke waarden
Kunnen zijn
➢ Categorisch/kwalitatief (1 soort, waarde vertegenwoordigd categorie, kunnen
volgorde/rangorde hebben)
○ Studie (voorbeeldwaarde: pedagogische wetenschappen of psychologie)
○ Leeftijdsgroep (voorbeeldwaarde: kleuter, puber, volwassen)
○ Plaats in een gezin (voorbeeldwaarde: jongste, oudste, middelste)
○ LVS Citoscore (voorbeeldwaarde: A t/m D)
Meetniveau:
➢ Nominaal
Geen volgorde, geen meeteenheid en geen nulpunt (bijvoorbeeld sekse)
➢ Ordinaal
Wel een volgorde, geen meeteenheid en geen vast nulpunt (bijvoorbeeld
sociaal economische status (laag/middel/hoog))
Gebruik grafische weergave
➢ Kwantitatief (Staan de waarde voor een bepaalde hoeveelheid, in aantallen)
○ Leeftijd (1-10 jaar)
○ Aantal kinderen in een gezin (0-4 kinderen)
○ IQ-score (85-115 iq score)
○ Eindscore cito (501-550 eindscore)
Meetniveau:
➢ Interval
Wel een volgorde, wel een meeteenheid, en geen vast nulpunt (gelijke
afstanden tussen de intervallen: bijvoorbeeld cijfers voor een bloktoets,
verschil tussen ½ en ¾ moeten even groot zijn, deling niet betekenisvol
interpreteren. Cijfer 5 is niet 2,5x zo hoog als iemand met een 2 )
➢ Ratio
Wel een volgorde, wel een meeteenheid en een vast nulpunt aantal correct
beantwoorde vragen op een bloktoets, er is een absoluut nulpunt en je kunt
delingen zinvol interpreteren, iemand die 10 vragen goed heeft heeft 2x
zoveel vragen goed als iemand met 5 goede antwoorden.
Gebruik grafische weergave
-