Z-scores
- Hangen samen met de standaardnormale verdeling
- Is een gestandaardiseerde score (score hebt en kijkt wat de afstand van de score tot
het gemiddelde is.
Als je alle scores hebt Bij een steekproef
Een individuele score zegt niet zo veel, je weet met het halen van een 8 niet zo veel,
bijvoorbeeld waar ligt het gemiddelde en hoe heb je gescoord ten opzichte van de rest van
de groep.
Afstand tot het gemiddelde wordt ook bepaald door de spreiding.
Bij het bepalen van een score rekening houden met gemiddelde en de spreiding.
Z-score: Hoeveel standaarddeviaties ligt een Z-score af van het gemiddelde.
Positief: Rechts of groter dan gemiddelde
Negatief: Links of kleiner dan het gemiddelde
0: Een score precies op het gemiddelde.
Een standaard normale verdeling
Klokvormig en symmetrisch en het oppervlakte onder de verdeling is altijd 1, hiermee kan je
de waarschijnlijkheid van een Z-score of lager, een Z-score of hoger en het oppervlakte
tussen twee Z-scores in berekenen.
Normale verdelingen
Alle normale verdelingen zijn hetzelfde als we standaardiseren, zo kunnen we oppervlakte
en proporties bekijken in een tabel
Elke cel van de tabel geeft de oppervlakte aan de linker kant van de verdeling met een
bepaalde Z-waarde
Voorbeeld
Je haalt de bloktoets met een 6,7,
het gemiddelde is een 5,5 en de sd is 1.481,
Z-score uitkomst: hoeveel sd’s groter of kleiner dan gem
Als je dan in tabel A zoekt, is die proportie wat dus is wat je
hebt berekend
, P(Z < 0.81) Wat is de kans van de z-score op een score onder de 0.81 -> 0,79
Relaties tussen variabelen
➢ Verband / relatie tussen 2 variabelen
○ Vraag: Als X verandert, wat doet Y dan?
○ Voorbeeld: Wat is het verband tussen de tijd die een student investeert in
zelfstudie en het gemiddelde cijfer over een reeks aan tentamens?
➢ Manieren om relaties tussen 2 variabelen weer te geven
○ Kruistabel (2 categorische variabelen)
○ Scatterplot (2 kwantitatieve variabelen)
○ Correlatie
Kruistabellen
Er is sprake van 2 categorische variabelen.
2 way table ^
➢ Samenspelen:
○ Ja/Nee (waarden) - 2 categorieën
○ Nominale variabele (geen rangorde)
➢ Gezinssamenstelling
○ 1 kind/meer dan 1 kind (waarden)
○ Ordinaal (wel rangorde)
Er zijn 2029 kinderen geobserveerd, turven of het samenspeelt en uit welk gezin het kind
komt.
➢ Marginalen
○ Aan de rand, daar zie je de totalen
- Hangen samen met de standaardnormale verdeling
- Is een gestandaardiseerde score (score hebt en kijkt wat de afstand van de score tot
het gemiddelde is.
Als je alle scores hebt Bij een steekproef
Een individuele score zegt niet zo veel, je weet met het halen van een 8 niet zo veel,
bijvoorbeeld waar ligt het gemiddelde en hoe heb je gescoord ten opzichte van de rest van
de groep.
Afstand tot het gemiddelde wordt ook bepaald door de spreiding.
Bij het bepalen van een score rekening houden met gemiddelde en de spreiding.
Z-score: Hoeveel standaarddeviaties ligt een Z-score af van het gemiddelde.
Positief: Rechts of groter dan gemiddelde
Negatief: Links of kleiner dan het gemiddelde
0: Een score precies op het gemiddelde.
Een standaard normale verdeling
Klokvormig en symmetrisch en het oppervlakte onder de verdeling is altijd 1, hiermee kan je
de waarschijnlijkheid van een Z-score of lager, een Z-score of hoger en het oppervlakte
tussen twee Z-scores in berekenen.
Normale verdelingen
Alle normale verdelingen zijn hetzelfde als we standaardiseren, zo kunnen we oppervlakte
en proporties bekijken in een tabel
Elke cel van de tabel geeft de oppervlakte aan de linker kant van de verdeling met een
bepaalde Z-waarde
Voorbeeld
Je haalt de bloktoets met een 6,7,
het gemiddelde is een 5,5 en de sd is 1.481,
Z-score uitkomst: hoeveel sd’s groter of kleiner dan gem
Als je dan in tabel A zoekt, is die proportie wat dus is wat je
hebt berekend
, P(Z < 0.81) Wat is de kans van de z-score op een score onder de 0.81 -> 0,79
Relaties tussen variabelen
➢ Verband / relatie tussen 2 variabelen
○ Vraag: Als X verandert, wat doet Y dan?
○ Voorbeeld: Wat is het verband tussen de tijd die een student investeert in
zelfstudie en het gemiddelde cijfer over een reeks aan tentamens?
➢ Manieren om relaties tussen 2 variabelen weer te geven
○ Kruistabel (2 categorische variabelen)
○ Scatterplot (2 kwantitatieve variabelen)
○ Correlatie
Kruistabellen
Er is sprake van 2 categorische variabelen.
2 way table ^
➢ Samenspelen:
○ Ja/Nee (waarden) - 2 categorieën
○ Nominale variabele (geen rangorde)
➢ Gezinssamenstelling
○ 1 kind/meer dan 1 kind (waarden)
○ Ordinaal (wel rangorde)
Er zijn 2029 kinderen geobserveerd, turven of het samenspeelt en uit welk gezin het kind
komt.
➢ Marginalen
○ Aan de rand, daar zie je de totalen