Databronnen
➢ Anekdotische data
Data die betrekking hebben op verhalen van mensen, individuele gevallen, situatie
waarbij individuele geval niet heel representatief is, weinig aandacht systematisch
observeren van gedrag van mensen
Bijvoorbeeld: Roken is niet gevaarlijk, ik ken een oud persoon die al heel erg lang rookt!
➢ Soms zeggen mensen dat op basis van individuele gevallen claims maken slecht is,
dit klopt niet geheel.
➢ Available data (beschikbare data)
Data verzameld met een bepaald doel maar onderzoekers gebruiken deze data om
andere onderzoeken te doen en antwoorden te vinden op andere vragen
➢ Observationele studie
Verzameling type studies
- Je observeert de werkelijkheid op allerlei manieren en doet metingen maar
verandert de werkelijkheid niet en doet geen ingrepen in de werkelijkheid.
- Direct observeren was hier een voorbeeld van (in natuurlijke setting kijken in
een bepaald theoretisch kader)
- Surveys (vragenlijsten) zijn hier ook een voorbeeld van, mensen doen dit in
hun eigen tijd.
➢ Experiment
Verzameling andere studies
- Je grijpt in in de werkelijkheid en resultaat is dat je samenhang tussen twee
variabelen causaal kunt duiden
- Het kan onethisch zijn
- Experimenten kunnen onnatuurlijk zijn
- Je kunt causale verbanden leggen -> Groot voordeel!
Terminologie van experimenten
➢ Experimentele eenheden
De mensen, dieren of dingen waar je het onderzoek op doet.
Bij wie of wat je meet.
➢ Uitkomsten (afhankelijke variabele)
Wat je meet om te zien wat het effect is.
Deze heet afhankelijk, omdat de uitkomst afhangt van wat je verandert.
➢ Interventie (onafhankelijke variabele)
Wat je bewust verandert in het onderzoek.
Deze heet onafhankelijk, omdat jij deze zelf kiest en hij niet afhangt van de uitkomst.
➢ Comparative experiment
Een onderzoek waarin je groepen vergelijkt:
één groep krijgt de interventie, de andere niet (controlegroep).
, In een experiment:
Onafhankelijke variabele creëren door manipulatie toe te dienen en werkelijkheid naar je
eigen hand te zetten
Compare
Vergelijken van twee of meer groepen.
Je kijkt of er verschil is tussen de uitkomsten.
Randomize
Willekeurig verdelen van mensen of dingen over groepen.
Iedereen heeft evenveel kans om in elke groep te komen.
Repeat
Het onderzoek meerdere keren uitvoeren.
Zo weet je zekerder dat het resultaat klopt en geen toeval is.
Designs: Experimenten
- Random toewijzing
Stel je hebt 1200 subjecten, dan ga je deze willekeurig toewijzen aan de 4 groepen
van het experiment (condities).
- Blocking
Gebruik je als je specifieke subgroepen wilt vergelijken in een experiment.
Splits uit naar de groepen en dan in de groepen willekeurige situaties toewijzen. Je
kan dan
➢ Anekdotische data
Data die betrekking hebben op verhalen van mensen, individuele gevallen, situatie
waarbij individuele geval niet heel representatief is, weinig aandacht systematisch
observeren van gedrag van mensen
Bijvoorbeeld: Roken is niet gevaarlijk, ik ken een oud persoon die al heel erg lang rookt!
➢ Soms zeggen mensen dat op basis van individuele gevallen claims maken slecht is,
dit klopt niet geheel.
➢ Available data (beschikbare data)
Data verzameld met een bepaald doel maar onderzoekers gebruiken deze data om
andere onderzoeken te doen en antwoorden te vinden op andere vragen
➢ Observationele studie
Verzameling type studies
- Je observeert de werkelijkheid op allerlei manieren en doet metingen maar
verandert de werkelijkheid niet en doet geen ingrepen in de werkelijkheid.
- Direct observeren was hier een voorbeeld van (in natuurlijke setting kijken in
een bepaald theoretisch kader)
- Surveys (vragenlijsten) zijn hier ook een voorbeeld van, mensen doen dit in
hun eigen tijd.
➢ Experiment
Verzameling andere studies
- Je grijpt in in de werkelijkheid en resultaat is dat je samenhang tussen twee
variabelen causaal kunt duiden
- Het kan onethisch zijn
- Experimenten kunnen onnatuurlijk zijn
- Je kunt causale verbanden leggen -> Groot voordeel!
Terminologie van experimenten
➢ Experimentele eenheden
De mensen, dieren of dingen waar je het onderzoek op doet.
Bij wie of wat je meet.
➢ Uitkomsten (afhankelijke variabele)
Wat je meet om te zien wat het effect is.
Deze heet afhankelijk, omdat de uitkomst afhangt van wat je verandert.
➢ Interventie (onafhankelijke variabele)
Wat je bewust verandert in het onderzoek.
Deze heet onafhankelijk, omdat jij deze zelf kiest en hij niet afhangt van de uitkomst.
➢ Comparative experiment
Een onderzoek waarin je groepen vergelijkt:
één groep krijgt de interventie, de andere niet (controlegroep).
, In een experiment:
Onafhankelijke variabele creëren door manipulatie toe te dienen en werkelijkheid naar je
eigen hand te zetten
Compare
Vergelijken van twee of meer groepen.
Je kijkt of er verschil is tussen de uitkomsten.
Randomize
Willekeurig verdelen van mensen of dingen over groepen.
Iedereen heeft evenveel kans om in elke groep te komen.
Repeat
Het onderzoek meerdere keren uitvoeren.
Zo weet je zekerder dat het resultaat klopt en geen toeval is.
Designs: Experimenten
- Random toewijzing
Stel je hebt 1200 subjecten, dan ga je deze willekeurig toewijzen aan de 4 groepen
van het experiment (condities).
- Blocking
Gebruik je als je specifieke subgroepen wilt vergelijken in een experiment.
Splits uit naar de groepen en dan in de groepen willekeurige situaties toewijzen. Je
kan dan