Reflectievragen
1. Kinderen ontwikkelen zich fysiek-motorisch, sociaal-emotioneel en cognitief.
Geef van elke ontwikkeling een voorbeeld dat past bij kinderen in de
bovenbouw.
2. Kun je aangeven in hoeverre er bij je eigen opleiding, bijvoorbeeld tot leraar,
sprake is van competentie, autonomie en relatie? En hoe waardeer je dit?
3. In paragraaf 4.3 gaat het over grote doelen voor het onderwijs. Welke doelen
vind jij belangrijk en hoe verhouden die zich tot wat hier geschreven staat?
Kun je een lesvoorbeeld ontwerpen waarin je een deel van jouw doelen
zichtbaar maakt?
4. Benoem een drietal factoren waardoor de overstap naar het voortgezet
onderwijs best een grote stap is voor veel leerlingen.
5. Wat is volgens jou de belangrijkste opgave voor de basisschool? Wat moeten
kinderen leren en waar moet de meeste tijd aan besteed worden?