Producent = iemand die wetenschappelijk onderzoek uitvoert.
Consument = iemand die resultaten van wetenschappelijk onderzoek kan lezen, evalueren,
interpreteren en benutten.
Bronnen van informatie
Ervaring
- Niet betrouwbaar, maar m.b.v. een vergelijkingsgroep kan een ervaring wel
betrouwbaar worden.
Intuïtie
- Bevooroordeeld
- Verschillende soorten bias (vertekening):
availability heuristiek/availability bias = informatie die vers in het geheugen zit,
wordt eerder naar boven gehaald en gezien als de waarheid.
Present/present bias = er wordt alleen gekeken naar informatie die er is en niet
naar informatie die ontbreekt.
Confirmation bias = er wordt alleen gekeken naar informatie die overeenkomt met
de huidige overtuiging.
Bias blind spot = denken dat je niet aan bias lijdt.
Good story = De voorkeur geven aan informatie die als een overtuigend
samenhangend verhaal wordt weergegeven.
Autoriteit
- Relevant?
- Meest betrouwbaar als het is gebaseerd op eerder onderzoek.
Wetenschap
- Heeft controlegroepen en kan beter kijken naar het gehele plaatje.
- Kan ook bevooroordeeld zijn.
Kenmerken van wetenschappelijk onderzoek
1. Empirisch = gebaseerd op systematische waarnemingen.
2. Controleerbaar = peer review.
3. Probabilistisch = gebaseerd op kans.
Theorie
Een theorie is een geheel van denkbeelden, hypothesen en verklaringen die in onderlinge
samenhang worden beschreven. In de wetenschap is een theorie een getoetst model ter
verklaring van waarnemingen van de werkelijkheid.
,Het startpunt van onderzoek is theorie. De theorie-datacyclus:
Kenmerken van goede wetenschappelijke theorie
1. Ondersteund door data
- Uit wetenschappelijk onderzoek
2. Falsifieerbaar = een theorie moet weerlegd kunnen worden a.d.h.v. verzamelde
gegevens.
3. Spaarzaam (parsimonious) = als een eenvoudige theorie volstaat, is het niet nodig om
deze complexer te maken.
Onderzoeksvragen
In wetenschappelijk onderzoek zijn er hoofdzakelijk twee soorten onderzoeksvragen:
1. Fundamenteel (basic)
- Hoe zit het?
- De link tussen twee dingen leggen
2. Toegepast (applied)
- Verder onderzoek
3. (Translational)
- Van het een naar het ander overvloeien
,Onderzoeksontwerp
Wat voor soort empirische gegevens worden verzameld? Zijn de gegevens kwalitatief of
kwantitatief?
Kwalitatief = niet numeriek
Kwantitatief = numeriek, vragenlijsten
Hoe worden de gegevens verzameld? Bij wie worden de gegevens verzameld?
, Inductief onderzoek = van gegevens naar theorie.
Deductief onderzoek = van theorie naar gegevens.
Kwalitatief onderzoek
Doel van kwalitatief onderzoek
1. Sociale fenomenen begrijpen vanuit hun natuurlijke context.
2. Empirische patronen vinden.
3. Die een startpunt kunnen zijn voor theorievorming.
- Ontwikkeling nieuwe theorie
- Aanpassing of uitbreiding van bestaande theorie
Kenmerken van kwalitatief onderzoek
1. De onderzoeker is geïnteresseerd in de natuurlijke omgeving van de respondent.
2. De onderzoeker heeft een contextuele benadering.
3. Het perspectief van de respondenten staat centraal.
4. Via specifieke observaties probeert de onderzoeker:
- De sociale werkelijkheid te omschrijven in al haar diversiteit.
- Naar algemeenheden te zoeken die nieuwe theorieën vormen of bestaande
theorieën aanpassen.
Idee/theorie
Onderzoeksvraag
Een onderzoeksvraag van een kwalitatief onderzoek gaat vaak over de ervaring van een
persoon en kun je herkennen aan het SPI(C)E-acroniem:
S Setting Waar vindt het onderzoek plaats? In welke context?
P Perspective/population Wie/wat wordt onderzocht?
I Interest Wat is het hoofdonderwerp?
(C) Comparison Wat wordt met elkaar vergeleken?
E Evaluation Welk aspect wordt bestudeerd?