Klas: Vwo 6
Stof: Leesvaardigheid en argumentatie
Weging: 20%
Cijfer:
,Hoofdstuk 1: Basis
1.1 Onderwerp, hoofdgedachte, tekstdoel en titel
Onderwerp: 1 woord, of woordgroep die aangeeft waar de tekst over gaat (zo kort mogelijk).
Hoofdgedachte: Zin die aangeeft waar de tekst over gaat (geen vraag!).
Hoofdvraag: Vraag waarop de auteur antwoord probeert te geven.
Tekstdoelen:
Amuseren: vermaken (leuk, spannend).
Informeren: uitleg, beschrijving.
Opiniëren: aan het denken zetten, zelf een mening laten vormen.
Overtuigen: publiek een bepaalde mening laten overnemen.
Activeren: publiek aanzetten iets te doen.
Elke tekst heeft een van deze doelen als hoofddoel. Soms heeft een tekst een tweede,
bijkomend doel.
Titel:
Informerende titel: Geeft aan waarover de tekst gaat.
Motiverende titel: Maakt de lezer nieuwsgierig naar de tekst.
1.2 Inleiding en slot
Een tekst bestaat uit 3 delen: Inleiding, middenstuk en slot. De inleiding van een tekst heeft
2 functies:
De aandacht van het publiek trekken.
Het onderwerp van de tekst introduceren.
De tweede functie van een inleiding is duidelijk maken waar de tekst over gaat. Een
onderwerp kan op de volgende manier geïntroduceerd worden:
Er worden 1 of meer vragen gesteld.
Er wordt een mening (standpunt) geformuleerd.
Er word een probleem geschetst.
Manieren om een inleiding aantrekkelijk te maken zijn:
, Verwijzen naar een actuele gebeurtenis.
Kort de voorgeschiedenis beschrijven.
Een aantrekkelijk voorbeeld geven.
Het belang voor het publiek aangeven.
Een inleiding wordt ook aantrekkelijk gemaakt door een sterke eerste zin. Klassieke
manieren zijn:
Een intrigerende vraag.
‘Schokkende’ of opvallende cijfers.
Een paradox (een schijnbare tegenstelling).
Een prikkelend citaat (3 komma’s).
Een suggestieve of raadselachtige opsomming.
Een tekst wordt afgerond met een slot. Het slot bevat meestal de hoofdgedachte (de
conclusie van de tekst).
Naast de hoofdgedachte bevat het slot soms (een combinatie van):
Een samenvatting in enkele zinnen.
Een afweging.
Een aansporing of aanbeveling.
Een toekomstverwachting.
Manieren om aantrekkelijk te eindigen:
Een aansluiting bij het begin.
Een uitsmijter (pakkende slotzin).
1.3 Middenstuk
Deelonderwerp: deel van het onderwerp uitgelegd of toegelicht in 1 of meerdere alinea’s.
Tekststructuren: