Casus ‘Gevulde tassen’
Op dinsdag 21 november 2023 belt Piet om 18:52 de politie. Hij geeft aan dat hij
ongeveer 10 minuten eerder in de buurt waar hij woont met zijn hond aan het wandelen
was, langs het Gomarus College aan het Vondelpad 1 te Groningen. Daar zag hij iets
verdachts. Twee mannen met mondkapjes op, liepen uit de fietsenkelder en over het
schoolplein met een sporttas en twee grote boodschappentassen die er goed gevuld
uitzagen. De mannen droegen allebei een spijkerbroek en een zwarte jas. Nadat hij naar
de mannen had geroepen renden ze weg.
De meldkamer stuur direct twee agenten erop af. Op circa honderd meter van het
Gomarus College zien zij een man op een brommer uit de richting van de school komen
aanrijden. Ze zien dat dit de bij hen inzake meerdere inbraken bekende Jasper Manninga
is. Hij is gekleed in een spijkerbroek en draagt een zwarte jas. Hij heeft zichtbaar een
grote boodschappentas bij zich die goed gevuld lijkt. De agenten twijfelen geen moment
en geven Jasper een stopteken. Jasper remt af en brengt de brommer tot stilstand. Hij
houdt de motor draaiende. De twee agenten komen naar Jasper toe en vertellen dat hij
wordt staandegehouden op verdenking van diefstal met braak. Ze vragen aan hem om
zich te identificeren. Het is inmiddels 19:05.
Jasper geeft antwoord. “Ik heet Jasper Manninga. Luister, ik ben al veel te laat voor een
afspraak. Jullie zeiden dat ik moest stoppen vanwege een diefstal? Ik ben nergens bij
betrokken.” Daarna geeft Jasper gas. Hij maakt aanstalten om met zijn brommer verder
te rijden. De agenten grijpen hem bij de arm en het lichaam, en roepen dat hij direct
moeten stoppen. Jasper geeft meer gas en de agenten geven aan dat hij wordt
aangehouden wegens wederspannigheid. Jasper blijft zich flink verzetten tegen de
aanhouding.
Nadat Jasper om 19:10 is aangehouden zeggen de agenten tegen hem dat ze hem naar
politiebureau Groningen centrum zullen meenemen. Daar aangekomen wordt hij om
19:30 uur aan de hulpofficier van justitie Moraal voorgeleid. De hulpofficier van justitie
ziet dat in de tas die Jasper bij zich had enkele laptop computers zitten. Hij vraagt eerst
aan Jasper hoe hij aan deze computers komt en nadat hij daarop geen antwoord heeft
gekregen vraagt Moraal of Jasper deze heeft gestolen uit het Gomarus College, samen
met iemand anders. Jasper geeft geen antwoord.
Moraal is van mening dat naar Jaspers vermoedelijke betrokkenheid bij de diefstal met
braak verder onderzoek verricht moet worden en dat er ook moet worden nagegaan of
in het kader van die verdenking voorlopige hechtenis dient te worden toegepast. Om
19:55 beveelt hij dat Jasper dient te worden opgehouden voor onderzoek en dat hij de
volgende ochtend zal doorgaan met het verhoor.
Op 22 november start Moraal om 9:00 uur met het verhoor van Jasper. Deze wenst op
geen enkele vraag antwoord te geven. Om 12:00 uur besluit Moraal om Jasper voor te
geleiden aan officier van justitie Goedgedrag. Hij is na een kort verhoor van enkele
, minuten het met hulpofficier van justitie Moraal eens dat verder onderzoek naar Jaspers
betrokkenheid bij de diefstal met braak nodig is en dat dient te worden nagegaan of
voorlopige hechtenis in het onderzoek geboden is.
Goedgedrag geeft om 12:05 bevel dat Jasper in verzekering wordt gesteld.
Op 24 november wordt Jasper om 11:00 uur in de ochtend voor de rechter-commissaris
geleid, die overgaat tot toetsing van de rechtmatigheid van de inverzekeringsstelling.
Vraag 1:
Was de aanhouding van Jasper rechtmatig? 2/8
Er dient gekeken te worden naar aanhouding buiten heterdaad ex art. 54 Sv. Het gaat
namelijk niet om een situatie uit art. 53 jo. 128 Sv. Er zit ruime tijd tussen dat Jasper
gezien is met de boodschappentassen en dat Jasper aangehouden wordt op de motor
door de agenten. Aanhouding op heterdaad kan slechts indien er enkele
seconden/minuten tussen zitten. Het gaat hier om meer dan dat.
Art. 54 Sv:
Allereerst dient er sprake te zijn van een verdachte ex art. 27 lid 1 Sv. Jasper wordt
verdacht van een strafbaar feit, namelijk wederspannigheid uit art. 180 Sr. Er bestaat een
redelijk vermoeden van schuld volgens het Rennende reputatie arrest. Uit de feiten en
omstandigheden blijkt namelijk dat Jasper al een bekende is bij de politie (voorkennis) en
verzet hij zich hevig tegen de aanhouding. Ook heeft hij goed gevulde
boodschappentassen bij zich en voldoet hij aan het signalement van een spijkerbroek
met een zwarte jas. Echter heeft dit geen betrekking op de wederspannigheid waarvoor
Jasper aangehouden wordt. Verder kan Jasper aangemerkt worden als verdachte
aangezien hij voldoende individualiseerbaar, objectiveerbaar en concretiseerbaar is
(Caribian Nights). Jasper betreft dus een verdachte in de zin van art. 27 lid 1 Sv.
Ten tweede moet de aanhouding buiten heterdaad verricht zijn door een
opsporingsambtenaar. Uit de casus blijkt dat de aanhouding verricht is door de politie en
dus is er sprake van een algemene opsporingsambtenaar ex art. 127 jo. 141 Sv.
Dan moet de aanhouding buiten heterdaad een voorlopige hechtenis feit betroffen als in
art. 67 Sv. Op art. 180 Sr staat een maximale gevangenisstraf van een jaar en dus
voldoet dit niet aan de 4 jaren eis uit art. 67 lid 1 sub a Sv. Verder vloeit geen geval voor
uit art. 67 lid 1-2 Sv. Er is dus geen sprake van een voorlopige hechtenis feit.
De aanhouding van Jasper is dus al onrechtmatig ex art. 54 jo. 67 Sv.
Wel hoefde er geen sprake te zijn van een bevel van de (hulp)OvJ aangezien er sprake is
van een spoed situatie. Uit de casus blijkt dat Jasper nog in de auto zit en dat de motor
nog draait. Ook geeft Jasper soms gas.
Verder is er ook sprake van een voorgeleiding aan de hulpovj.
MODELANTWOORD
Op dinsdag 21 november 2023 belt Piet om 18:52 de politie. Hij geeft aan dat hij
ongeveer 10 minuten eerder in de buurt waar hij woont met zijn hond aan het wandelen
was, langs het Gomarus College aan het Vondelpad 1 te Groningen. Daar zag hij iets
verdachts. Twee mannen met mondkapjes op, liepen uit de fietsenkelder en over het
schoolplein met een sporttas en twee grote boodschappentassen die er goed gevuld
uitzagen. De mannen droegen allebei een spijkerbroek en een zwarte jas. Nadat hij naar
de mannen had geroepen renden ze weg.
De meldkamer stuur direct twee agenten erop af. Op circa honderd meter van het
Gomarus College zien zij een man op een brommer uit de richting van de school komen
aanrijden. Ze zien dat dit de bij hen inzake meerdere inbraken bekende Jasper Manninga
is. Hij is gekleed in een spijkerbroek en draagt een zwarte jas. Hij heeft zichtbaar een
grote boodschappentas bij zich die goed gevuld lijkt. De agenten twijfelen geen moment
en geven Jasper een stopteken. Jasper remt af en brengt de brommer tot stilstand. Hij
houdt de motor draaiende. De twee agenten komen naar Jasper toe en vertellen dat hij
wordt staandegehouden op verdenking van diefstal met braak. Ze vragen aan hem om
zich te identificeren. Het is inmiddels 19:05.
Jasper geeft antwoord. “Ik heet Jasper Manninga. Luister, ik ben al veel te laat voor een
afspraak. Jullie zeiden dat ik moest stoppen vanwege een diefstal? Ik ben nergens bij
betrokken.” Daarna geeft Jasper gas. Hij maakt aanstalten om met zijn brommer verder
te rijden. De agenten grijpen hem bij de arm en het lichaam, en roepen dat hij direct
moeten stoppen. Jasper geeft meer gas en de agenten geven aan dat hij wordt
aangehouden wegens wederspannigheid. Jasper blijft zich flink verzetten tegen de
aanhouding.
Nadat Jasper om 19:10 is aangehouden zeggen de agenten tegen hem dat ze hem naar
politiebureau Groningen centrum zullen meenemen. Daar aangekomen wordt hij om
19:30 uur aan de hulpofficier van justitie Moraal voorgeleid. De hulpofficier van justitie
ziet dat in de tas die Jasper bij zich had enkele laptop computers zitten. Hij vraagt eerst
aan Jasper hoe hij aan deze computers komt en nadat hij daarop geen antwoord heeft
gekregen vraagt Moraal of Jasper deze heeft gestolen uit het Gomarus College, samen
met iemand anders. Jasper geeft geen antwoord.
Moraal is van mening dat naar Jaspers vermoedelijke betrokkenheid bij de diefstal met
braak verder onderzoek verricht moet worden en dat er ook moet worden nagegaan of
in het kader van die verdenking voorlopige hechtenis dient te worden toegepast. Om
19:55 beveelt hij dat Jasper dient te worden opgehouden voor onderzoek en dat hij de
volgende ochtend zal doorgaan met het verhoor.
Op 22 november start Moraal om 9:00 uur met het verhoor van Jasper. Deze wenst op
geen enkele vraag antwoord te geven. Om 12:00 uur besluit Moraal om Jasper voor te
geleiden aan officier van justitie Goedgedrag. Hij is na een kort verhoor van enkele
, minuten het met hulpofficier van justitie Moraal eens dat verder onderzoek naar Jaspers
betrokkenheid bij de diefstal met braak nodig is en dat dient te worden nagegaan of
voorlopige hechtenis in het onderzoek geboden is.
Goedgedrag geeft om 12:05 bevel dat Jasper in verzekering wordt gesteld.
Op 24 november wordt Jasper om 11:00 uur in de ochtend voor de rechter-commissaris
geleid, die overgaat tot toetsing van de rechtmatigheid van de inverzekeringsstelling.
Vraag 1:
Was de aanhouding van Jasper rechtmatig? 2/8
Er dient gekeken te worden naar aanhouding buiten heterdaad ex art. 54 Sv. Het gaat
namelijk niet om een situatie uit art. 53 jo. 128 Sv. Er zit ruime tijd tussen dat Jasper
gezien is met de boodschappentassen en dat Jasper aangehouden wordt op de motor
door de agenten. Aanhouding op heterdaad kan slechts indien er enkele
seconden/minuten tussen zitten. Het gaat hier om meer dan dat.
Art. 54 Sv:
Allereerst dient er sprake te zijn van een verdachte ex art. 27 lid 1 Sv. Jasper wordt
verdacht van een strafbaar feit, namelijk wederspannigheid uit art. 180 Sr. Er bestaat een
redelijk vermoeden van schuld volgens het Rennende reputatie arrest. Uit de feiten en
omstandigheden blijkt namelijk dat Jasper al een bekende is bij de politie (voorkennis) en
verzet hij zich hevig tegen de aanhouding. Ook heeft hij goed gevulde
boodschappentassen bij zich en voldoet hij aan het signalement van een spijkerbroek
met een zwarte jas. Echter heeft dit geen betrekking op de wederspannigheid waarvoor
Jasper aangehouden wordt. Verder kan Jasper aangemerkt worden als verdachte
aangezien hij voldoende individualiseerbaar, objectiveerbaar en concretiseerbaar is
(Caribian Nights). Jasper betreft dus een verdachte in de zin van art. 27 lid 1 Sv.
Ten tweede moet de aanhouding buiten heterdaad verricht zijn door een
opsporingsambtenaar. Uit de casus blijkt dat de aanhouding verricht is door de politie en
dus is er sprake van een algemene opsporingsambtenaar ex art. 127 jo. 141 Sv.
Dan moet de aanhouding buiten heterdaad een voorlopige hechtenis feit betroffen als in
art. 67 Sv. Op art. 180 Sr staat een maximale gevangenisstraf van een jaar en dus
voldoet dit niet aan de 4 jaren eis uit art. 67 lid 1 sub a Sv. Verder vloeit geen geval voor
uit art. 67 lid 1-2 Sv. Er is dus geen sprake van een voorlopige hechtenis feit.
De aanhouding van Jasper is dus al onrechtmatig ex art. 54 jo. 67 Sv.
Wel hoefde er geen sprake te zijn van een bevel van de (hulp)OvJ aangezien er sprake is
van een spoed situatie. Uit de casus blijkt dat Jasper nog in de auto zit en dat de motor
nog draait. Ook geeft Jasper soms gas.
Verder is er ook sprake van een voorgeleiding aan de hulpovj.
MODELANTWOORD