E-thiek tentamen eerste kans 2023-2024
Vraag 1 (15 punten)
Fullers stelt acht eisen:
1. een wet moet een algemene strekking hebben;
2. burgers moeten kennis kunnen nemen van de wet;
3. wetgeving mag nooit met terugwerkende kracht gelden;
4. de wet moet begrijpelijk zijn;
5. het recht moet intern consistent zijn;
6. het moet mogelijk zijn voor de burger om de wet na te leven;
7. de wet mag niet voortdurend veranderd worden;
8. rechtspraak moet plaatsvinden op basis van het geldende recht.
Doelregulering:
Centrale overheid formuleert in kaderwetgeving een doel (vb lever verantwoorde zorg) en
lagere overheid of maatschappelijk middenveld (vb organisaties van zorginstellingen en
specialisten) moeten resultaatsnormen opstellen. Doelregulering kan leiden tot minder over- en
underinclusiveness en tot meer doelmatigheid. Maar het risico neemt toe
- dat burgers en organisaties niet goed kunnen kennisnemen van de lagere regels,
- dat lagere regels onderling tegenstrijdig want niet goed afgestemd zijn,
- dat het niet mogelijk is de regels na te leven omdat resultaatsnormen geen gedrag
maar een resultaat voorschrijven dat misschien niet haalbaar is
- dat regels te vaak veranderen
- ook is het de vraag of rechtspraak moet plaatsvinden alleen op basis van de kaderwet
of ook op basis van de (niet democratisch vastgestelde) resultaatsnormen.
Mijn antwoord (15/15)
Welke van de eisen die Fuller stelde aan wetgeving zijn moeilijk te verwezenlijken bij
doelregulering? Onderbouw uw antwoord.
De eisen die Fuller stelt aan goede wetgeving zijn (doelregulering - Koopmans):
- Algemene strekking van regels/wetten: de doelregulering regels gelden voor iedereen. Dit kan
in een bepaald gebied zijn van de samenleving, zoals de zorg, maar hebben dan wel algemene
strekking voor een ieder in de zorg, als in de gehele samenleving.
- Duidelijkheid ervan: Door alle regels die doelregulering mogelijk moeten maken kan er
ontstaan dat een persoon door de bomen het bos niet meer kan zien.
- Burgers moeten deze kunnen inzien: burgers kunnen doelregulering gewoon inzien bij de
bekendmaking of de documenten opvragen/opzoeken. Dit moet namelijk altijd naar de burgers
toe.
- Geen terugwerkende kracht: Nee, burgers worden door doelregulering niet ineens gestrafd voor
iets uit het verleden wat toen geen straf was.
, - Burgers moeten de regels kunnen naleven: burgers kunnen de regels van doelregulering
gewoon naleven. Er is geen sprake van een belemmering.
- Niet steeds veranderen van de regels: bij elke nieuwe zienswijze zal er een nieuwe wet worden
ingevoerd of worden veranderd indien dit de doelregulering beschermd. Als een wet het doel niet
kan behalen dan moet deze verandert worden om wel het doel te kunnen behalen. Hierdoor
zullen de regels m.b.t. doelregulering toch wel kunnen veranderen en brengt die moeilijkheden
met zich mee.
- Intern consistent: de wetten moeten met elkaar samenhangen of in ieder geval elkaar niet
tegenspreken. Doordat er doelregulering bestaat op veel verschillende gebieden van de
samenleving, zoals de zorg, kan er sprake zijn van interne inconsistentie. De gebieden kennen
misschien niet de regels van elkaar en het kan dus voorkomen dat de regels niet overeenkomen
met elkaar binnen het maatschappelijk middenveld of het specifieke gebied waarop de
doelregulering gemaakt is.
- Rechtspraak op basis van deze rechten: doelregulering kan een basis vormen voor rechtspraak
dus geen moeilijkheid.
Er zijn dus moeilijkheden bij het verwezenlijken van doelregulering bij de eisen duidelijkheid,
verandering van wetten en interne consistentie.
Vraag 2 (15 punten)
De rechter moet de regel toepassen in het individuele geval. Dat leidt soms tot over- of
underinclusiveness in relatie tot het doel van de regel en leidt soms tot onrechtvaardige
beslissingen. Maatwerk is bedoeld onrechtvaardige uitkomsten te voorkomen. Leidt dat tot
recht is wat de rechter zegt dat recht is? Het antwoord verschilt per filosoof.
Llwellelyn is van oordeel dat het recht sowieso is wat de rechter zegt dat het is. Volgens Ll
wordt de rechter in de zoektocht naar de beslissing namelijk nooit geleid door de regel, maar
door de uitkomst die hij voor ogen heeft. Vervolgens selecteert hij precedenten of regels en
geeft hij zijn legitimatie door een logisch laddertje te creëren van gekozen precedent of regel
naar beslissing.
Hart zegt dat in eenvoudige gevallen het recht wel de uitkomst bepaalt en dat de rechter alleen
in moeilijke gevallen discretie heeft. In moeilijke gevallen en dus ook als de uitkomst
onrechtvaardig dreigt te worden, levert de rechter maatwerk en bepaalt de rechter dus ook wat
het recht is.
Dworkin daarentegen is van oordeel dat het recht en niet de rechter de uitkomst bepaalt: ‘one
right answer’. Het recht bestaat volgens hem niet alleen uit regels, maar ook uit
rechtsbeginselen, en het zijn volgens hem die rechtsbeginselen, en niet de opvattingen van de
rechter, die zorgen voor maatwerk in het individuele geval (vb Riggs vs Palmer).
Mijn antwoord (8/15)
Naar aanleiding van de toeslagenaffaire is gepleit voor meer maatwerk (rechtvaardige
rechtstoepassing in het individuele geval). In hoeverre leidt maatwerk tot "recht is wat de rechter
Vraag 1 (15 punten)
Fullers stelt acht eisen:
1. een wet moet een algemene strekking hebben;
2. burgers moeten kennis kunnen nemen van de wet;
3. wetgeving mag nooit met terugwerkende kracht gelden;
4. de wet moet begrijpelijk zijn;
5. het recht moet intern consistent zijn;
6. het moet mogelijk zijn voor de burger om de wet na te leven;
7. de wet mag niet voortdurend veranderd worden;
8. rechtspraak moet plaatsvinden op basis van het geldende recht.
Doelregulering:
Centrale overheid formuleert in kaderwetgeving een doel (vb lever verantwoorde zorg) en
lagere overheid of maatschappelijk middenveld (vb organisaties van zorginstellingen en
specialisten) moeten resultaatsnormen opstellen. Doelregulering kan leiden tot minder over- en
underinclusiveness en tot meer doelmatigheid. Maar het risico neemt toe
- dat burgers en organisaties niet goed kunnen kennisnemen van de lagere regels,
- dat lagere regels onderling tegenstrijdig want niet goed afgestemd zijn,
- dat het niet mogelijk is de regels na te leven omdat resultaatsnormen geen gedrag
maar een resultaat voorschrijven dat misschien niet haalbaar is
- dat regels te vaak veranderen
- ook is het de vraag of rechtspraak moet plaatsvinden alleen op basis van de kaderwet
of ook op basis van de (niet democratisch vastgestelde) resultaatsnormen.
Mijn antwoord (15/15)
Welke van de eisen die Fuller stelde aan wetgeving zijn moeilijk te verwezenlijken bij
doelregulering? Onderbouw uw antwoord.
De eisen die Fuller stelt aan goede wetgeving zijn (doelregulering - Koopmans):
- Algemene strekking van regels/wetten: de doelregulering regels gelden voor iedereen. Dit kan
in een bepaald gebied zijn van de samenleving, zoals de zorg, maar hebben dan wel algemene
strekking voor een ieder in de zorg, als in de gehele samenleving.
- Duidelijkheid ervan: Door alle regels die doelregulering mogelijk moeten maken kan er
ontstaan dat een persoon door de bomen het bos niet meer kan zien.
- Burgers moeten deze kunnen inzien: burgers kunnen doelregulering gewoon inzien bij de
bekendmaking of de documenten opvragen/opzoeken. Dit moet namelijk altijd naar de burgers
toe.
- Geen terugwerkende kracht: Nee, burgers worden door doelregulering niet ineens gestrafd voor
iets uit het verleden wat toen geen straf was.
, - Burgers moeten de regels kunnen naleven: burgers kunnen de regels van doelregulering
gewoon naleven. Er is geen sprake van een belemmering.
- Niet steeds veranderen van de regels: bij elke nieuwe zienswijze zal er een nieuwe wet worden
ingevoerd of worden veranderd indien dit de doelregulering beschermd. Als een wet het doel niet
kan behalen dan moet deze verandert worden om wel het doel te kunnen behalen. Hierdoor
zullen de regels m.b.t. doelregulering toch wel kunnen veranderen en brengt die moeilijkheden
met zich mee.
- Intern consistent: de wetten moeten met elkaar samenhangen of in ieder geval elkaar niet
tegenspreken. Doordat er doelregulering bestaat op veel verschillende gebieden van de
samenleving, zoals de zorg, kan er sprake zijn van interne inconsistentie. De gebieden kennen
misschien niet de regels van elkaar en het kan dus voorkomen dat de regels niet overeenkomen
met elkaar binnen het maatschappelijk middenveld of het specifieke gebied waarop de
doelregulering gemaakt is.
- Rechtspraak op basis van deze rechten: doelregulering kan een basis vormen voor rechtspraak
dus geen moeilijkheid.
Er zijn dus moeilijkheden bij het verwezenlijken van doelregulering bij de eisen duidelijkheid,
verandering van wetten en interne consistentie.
Vraag 2 (15 punten)
De rechter moet de regel toepassen in het individuele geval. Dat leidt soms tot over- of
underinclusiveness in relatie tot het doel van de regel en leidt soms tot onrechtvaardige
beslissingen. Maatwerk is bedoeld onrechtvaardige uitkomsten te voorkomen. Leidt dat tot
recht is wat de rechter zegt dat recht is? Het antwoord verschilt per filosoof.
Llwellelyn is van oordeel dat het recht sowieso is wat de rechter zegt dat het is. Volgens Ll
wordt de rechter in de zoektocht naar de beslissing namelijk nooit geleid door de regel, maar
door de uitkomst die hij voor ogen heeft. Vervolgens selecteert hij precedenten of regels en
geeft hij zijn legitimatie door een logisch laddertje te creëren van gekozen precedent of regel
naar beslissing.
Hart zegt dat in eenvoudige gevallen het recht wel de uitkomst bepaalt en dat de rechter alleen
in moeilijke gevallen discretie heeft. In moeilijke gevallen en dus ook als de uitkomst
onrechtvaardig dreigt te worden, levert de rechter maatwerk en bepaalt de rechter dus ook wat
het recht is.
Dworkin daarentegen is van oordeel dat het recht en niet de rechter de uitkomst bepaalt: ‘one
right answer’. Het recht bestaat volgens hem niet alleen uit regels, maar ook uit
rechtsbeginselen, en het zijn volgens hem die rechtsbeginselen, en niet de opvattingen van de
rechter, die zorgen voor maatwerk in het individuele geval (vb Riggs vs Palmer).
Mijn antwoord (8/15)
Naar aanleiding van de toeslagenaffaire is gepleit voor meer maatwerk (rechtvaardige
rechtstoepassing in het individuele geval). In hoeverre leidt maatwerk tot "recht is wat de rechter