Hoorcollege 1a: Inleiding
Rechtsgoed, strafbaar feit en strafbaarheid
1. Strafbaarstelling legitimerende functie van het rechtsgoed
2. Ordenende functie van rechtsgoed
3. Interpretatieve functie van rechtsgoed
4. Kwalificatie uitsluitende functie van rechtsgoed
5. Wijzen van bescherming van rechtsgoed
a. Rol schuldbestanddelen
b. Formele en materiële delicten
c. Krenkings- en gevaarzettingsdelicten
6. Strafbaarstelling uitsluitende functie van rechtsgoed
1. Rechtsgoed: reden en legitimatie van strafbaarstelling (keuze wetgever) (legitimerende
functie).
Wetgever erkent belang/goed als beschermingswaardig belang/goed en daarmee als rechtsbelang of
rechtsgoed.
Wijze van beschermen? (Zie hierna onder 5)
- Via strafrecht of ander systeem
- Indien strafrechtelijk: hoe?
o Opzetdelicten, culpose delicten, delicten met geobjectiveerde bestanddelen).
o Formele en materiële delicten.
o Krenkings- en gevaarzettingsdelicten.
Hierboven uitgaan strafrechtelijke weg, maar kan ook andere weg (keuze wetgever).
2. Ordenende functie van rechtsgoed (wetgever)
Ordenen of rubriceren van delicten. Bijvoorbeeld Tweede Boek WvSR: indeling in Titels:
- Titel I: misdrijven tegen de veiligheid van de staat
- Titel V: misdrijven tegen de openbare orde
- Titel XIV: misdrijven tegen de zeden
- Titel XIX” misdrijven tegen het leven gericht
N.B.: Soms klopte plaatsing niet: bijvoorbeeld art. 134bis (oud) = art. 46a Sr OF strafbaarstellingen ter
bescherming van rechtsgoed verspreid over titels, bijvoorbeeld vermogensdelicten. OF
strafbaarstellingen ter bescherming van meerdere rechtsgoederen, bijvoorbeeld openlijke
geweldpleging, art. 141 Sr: bescherming openbare orde en lichamelijke integriteit.
3. Interpretatieve functie van het rechtsgoed (rechter): functie van het rechtsgoed bij
interpretatie van bestanddelen belangrijkste voor nu
Art. 138 Sr: huisvredebreuk: lid 1: Hij die in de woning of het besloten lokaal of erf, bij een ander in
gebruik, wederrechtelijk binnendringt .., wordt gestraft met … (zie nu echter art. 138a Sr)
voorbeeld hierbij zijn krakers bij huisvrede breuk, met name ‘bij een ander in gebruik’ wordt
geïnterpreteerd door de rechter.
- Teleologische, rechtsgoedconforme interpretatie kan leiden tot restrictieve, maar ook
extensieve interpretatie: legaliteitsbeginsel!
- Voorbeeld: arrest Stiefkind ging over art 249 Sr.
,Arrest Stiefkind (NJ 1997/361):
Art. 249 Sr: hij die ontucht pleegt met zijn minderjarig kind, pleegkind of stiefkind … een aan zijn zorg,
opleiding of waakzaamheid toevertrouwede minderjarige…
Vrouw heeft relatie met man, niet met elkaar getrouwd. De vrouw heeft een kind uit een eerdere
relatie. Man (niet de biologische vader) pleegt ontucht met het kind.
Tll: man pleegt ontucht met stiefkind.
Hof: met beroep op strekking (teleologisch: bescherming van minderjarigen in
afhankelijkheidsrelaties), stiefkind is ook een minderjarig kind van de vrouw met die de verdachte
samenleeft als ware zij gehuwd.
HR: 4.2. Bij de beoordeling van het middel dient het volgende voorop te worden gesteld, de in art.
249, eerste lid, Sr opgenomen opsomming van door hun hoedanigheid ten opzichte van de dader
aangeduide minderjarigen met wie het plegen van ontucht in deze bepaling strafbaar wordt gesteld,
wordt hierdoor gekenmerkt dat die hoedanigheid telkens min of meer grote mate van
afhankelijkheid van de dader meebrengt, en dat de dader daaraan een zeker overwicht tegenover die
minderjarigen kan ontlenen. De strekking van evengenoemde bepaling is dan ook bescherming te
verlenen aan minderjarigen, die als gevolg van die afhankelijkheid en dat overwicht minder
weerstand aan de dader bieden dan anderen…
4.3.1. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet van 18 juli 1936, Stb. 203, waarbij in
de delictsomschrijving van art. 249, eerste lid, Sr is opgenomen het plegen van ontucht met zijn
minderjarig stiefkind, volgt dat de wetgever daarbij het oog heeft gehad op het geval dat de dader
gehuwd is (geweest) met de ouder van het desbetreffende kind van wie hij zelf niet de ouder is en
niet ook op het geval dat de dader in concubinaat leeft of heeft geleefd met de ouder van het
desbetreffende kind (Kamerstukken II, 1935–1936, 85, nr. 2, blz. 3). … Wetgeschiedenis, maar
hoeveel gewicht moet er toekomen aan de wetsgeschiedenis?
4.3.2. Die uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever noopt, gelet op het bepaalde in art. 1 Sr, tot
terughoudendheid bij de uitleg van het begrip 'stiefkind' in art. 249 Sr.
Aan de strekking van die bepaling, zoals hiervoor onder 4.2 is uiteengezet, zou niettemin een
argument kunnen worden ontleend voor een extensieve interpretatie van dat begrip, die aansluit bij
veranderde maatschappelijke opvattingen omtrent samenlevingsvormen en de ontwikkelingen die
zich dienaangaande sedert de totstandkoming van art. 249 Sr hebben voorgedaan. Dan zullen
evenwel, gelet op de bestaande verscheidenheid aan samenlevingsvormen, bij de beantwoording
van de vraag welke minderjarigen onder 'stiefkind' dienen te worden begrepen, keuzes moeten
worden gemaakt, die de rechtsvormende taak van de rechter te buiten gaan.
Tot een extensieve interpretatie van dat begrip bestaat te minder aanleiding nu in art. 249 Sr, dat
immers tevens ziet op een 'aan zijn zorg (…) of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige' en in art.
248ter [oud] Sr, voor zover daarin sprake is van 'een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend
overwicht', voldoende aanknopingspunten kunnen worden gevonden om een geval als het
onderhavige, waarin de minderjarige deel uitmaakt van het samenlevingsverband van diens ouder en
de dader, onder het bereik van de strafwet te brengen.”
→ Gelet op legaliteitsbeginsel: rechtsgoedconforme interpretatie legt het af tegen andere belangen
en interpretatiemethoden (wetsgeschiedenis, wetssystematiek)
Normatieve bestanddelen:
Art. 11 WVW 1994 (joyriding): het is verboden opzettelijk wederrechtelijk een aan een ander
toebehorend motorrijtuig op de weg te gebruiken. Geen rijbewijs, maar wel toestemming
gekregen om te mogen rijden: is er voldaan aan het bestanddeel wederrechtelijk?
Art. 317 Sr (afpersing): hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te
bevoordelen, door geweld of bedreiging met geweld iemand dwingt hetzij tot de aangifte van enig
goed dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde toebehoort, …
- Dreigbriefarrest strafrecht 1
, 4. Kwalificatie uitsluiteinde functie van rechtsgoed (rechter) 2e vraag art. 350 Sv
De rechter wil het liefst de bepaling restrictief uitleggen, maar hij ziet er geen ruimte voor. Wat dan?
Voorbeelden:
Titel XXX Begunstiging
Art. 416 Sr (heling): 1. Als schuldig aan opzetheling wordt gestraft…: a. hij die een goed verwerft,
voorhanden heeft …, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van het goed …
wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Kenmerkend voor heling: begunstigend van het plegen van delicten door anderen. Als dit niet het
geval is, door het delict zelf te plegen, is er dus geen sprake van heling; het kan niet gekwalificeerd
worden (het kan wel bewezenverklaard worden).
Titel XXXA Witwassen
Art. 420bis Sr (witwassen): 1. Als schuldig aan witwassen wordt gestraft met … b. hij die een
voorwerp verwerft, voorhanden heeft, overdraagt …, terwijl hij weet dat het voorwerp onmiddellijk
of middellijk – afkomstig is uit enig misdrijf.
Iets soortgelijks als heling. Komt aanbod bij het onderwerp ‘Witwassen’
Art. 420bis.1 Sr (eenvoudig witwassen): Witwassen dat enkel bestaat uit het verwerven of
voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit enig eigen misdrijf wordt als
eenvoudig witwassen gestraft met …
5. Verschillende wijzen van bescherming van rechtsgoed (wetgever): opzetdelicten, culpose
delicten, delicten met geobjectiveerde gevolgen
Art. 287 Sr (doodslag): hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan
doodslag, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van … =
opzetdelict
Art. 307 Sr (dood door schuld): 1. Hij aan wiens schuld de dood van een ander te wijten is, wordt
gestraft met een gevangenis van ten hoogste twee jaren …
2. Indien de schuld bestaat in roekeloosheid, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste
vier jaren of een geldboete van … = culpoos delict
Art. 300 Sr (mishandeling): 1. Mishandeling wordt gestraft met een gevangenisstraf van max drie
jaren. (Opzet wordt bij mishandeling verondersteld).
3. Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste
zes jaren of … = delict met geobjectiveerde gevolgen
Art. 157 Sr (opzettelijke brandstichting): Hij die opzettelijk brand sticht, .. wordt gestraft:
3e: met …, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten
gevolge heeft, wordt gestraft met … heeft een geobjectiveerd bestanddeel (de dood ten gevolge
hebben) = een gemeengevaarlijk delict (maximale straf is dertig jaren).
Art. 158 Sr (culpose brandstichting): Hij aan wiens schuld brand, … te wijten is, wordt gestraft:
3e: met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren, indien het feit iemands dood ten gevolge
heeft…
Sommige delicten zijn alleen opzettelijke delicten. Als er geen opzet is, dan ben je ook niet strafbaar.
Voorbeelden hiervan zijn:
Art. 350 Sr opzettelijke zaakbeschadiging: 1. Hij die opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat
geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielt, onbruikbaar maakt …, wordt gestraft met een
gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.
Art. 350a Sr opzettelijke beschadiging van computergegevens
, Art. 350b Sr culpose beschadiging van computergegevens: 1. Hij aan wiens schuld te wijten is dat de
gegevens door middel van een geautomatiseerd werk … zijn opgeslagen …, wederrechtelijk worden
veranderd, gewist, onbruikbaar …, wordt, indien daardoor ernstige schade met betrekking tot die
gegevens wordt veroorzaakt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een maand.
Formele en materiële delicten
Materieel delict: veroorzaken van een gevolg is strafbaar gesteld; wijze van veroorzaken is irrelevant
(ook wel gevolgsdelicten).
- Doodslag: van het leven beroven.
- Mishandeling: toebrengen van pijn of letsel.
Formeel delict: een bepaalde gedraging, bepaalde wijze van inbreuk op rechtsgoed (in vorm van
krenking of gevaarzetting) is strafbaar gesteld.
Art. 131 Sr, opruiing (delict tegen openbare orde): Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift
of afbeelding, tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruit,
wordt gestraft met gevangenisstraf
Art. 310 Sr, diefstal (delict tegen vermogen): Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander
toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, …
Krenkings- en gevaarzettingsdelicten
Krenkingsdelict: daadwerkelijke ‘krenking’ of aantasting is strafbaar gesteld:
- Doodslag, diefstal, vernieling.
Krenking moet dus ook bewezen worden. Krenkingsdelicten kunnen formele delicten (diefstal) dan
wel materiële delicten (doodslag) zijn.
Concreet gevaarzettingsdelict: strafbaarstelling van een gedraging, die ‘concreet’ een gevaar
oplevert voor een bepaald rechtsgoed. Gevaarzetting is gevolgsbestanddeel en dient dus bewezen te
worden.
Art. 157 Sr: Hij die opzettelijk brand sticht, …wordt gestraft:
2e. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren .., indien daarvan levensgevaar of gevaar voor
zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
Art. 5 WVW: Het is eenieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt
veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan
worden gehinderd.
Abstract gevaarzettingsdelict: strafbaarstelling van een gedraging omdat die (in het algemeen)
‘gevaar’ kan opleveren voor een bepaald rechtsgoed. Of gedraging i.c. gevaar heeft veroorzaakt of
kan veroorzaken, is niet van belang (geen bestanddeel) en hoeft dus niet bewezen te worden.
Art. 207 Sr (meineed): 1. Hij die in de gevallen waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder
ede vordert … , mondeling of schriftelijk, … opzettelijk een valse verklaring onder ede aflegt, wordt
gestraft met gevangenisstraf …
Art. 131 Sr (opruiing): Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, tot enig
strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruit, wordt gestraft met
gevangenisstraf
Art. 428 Sr: Hij die, zonder verlof van de burgemeester …, een of meer eigen onroerende zaken in
brand steekt, wordt gestraft met geldboete
In bijzondere wetgeving abstracte gevaarzetting komt hier vaker voor:
Art. 8 WVW 1994: rijden onder invloed.
Art. 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: Het is verboden zonder omgevingsvergunning
een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit … het oprichten of in
werking te hebben van een inrichting.
Rechtsgoed, strafbaar feit en strafbaarheid
1. Strafbaarstelling legitimerende functie van het rechtsgoed
2. Ordenende functie van rechtsgoed
3. Interpretatieve functie van rechtsgoed
4. Kwalificatie uitsluitende functie van rechtsgoed
5. Wijzen van bescherming van rechtsgoed
a. Rol schuldbestanddelen
b. Formele en materiële delicten
c. Krenkings- en gevaarzettingsdelicten
6. Strafbaarstelling uitsluitende functie van rechtsgoed
1. Rechtsgoed: reden en legitimatie van strafbaarstelling (keuze wetgever) (legitimerende
functie).
Wetgever erkent belang/goed als beschermingswaardig belang/goed en daarmee als rechtsbelang of
rechtsgoed.
Wijze van beschermen? (Zie hierna onder 5)
- Via strafrecht of ander systeem
- Indien strafrechtelijk: hoe?
o Opzetdelicten, culpose delicten, delicten met geobjectiveerde bestanddelen).
o Formele en materiële delicten.
o Krenkings- en gevaarzettingsdelicten.
Hierboven uitgaan strafrechtelijke weg, maar kan ook andere weg (keuze wetgever).
2. Ordenende functie van rechtsgoed (wetgever)
Ordenen of rubriceren van delicten. Bijvoorbeeld Tweede Boek WvSR: indeling in Titels:
- Titel I: misdrijven tegen de veiligheid van de staat
- Titel V: misdrijven tegen de openbare orde
- Titel XIV: misdrijven tegen de zeden
- Titel XIX” misdrijven tegen het leven gericht
N.B.: Soms klopte plaatsing niet: bijvoorbeeld art. 134bis (oud) = art. 46a Sr OF strafbaarstellingen ter
bescherming van rechtsgoed verspreid over titels, bijvoorbeeld vermogensdelicten. OF
strafbaarstellingen ter bescherming van meerdere rechtsgoederen, bijvoorbeeld openlijke
geweldpleging, art. 141 Sr: bescherming openbare orde en lichamelijke integriteit.
3. Interpretatieve functie van het rechtsgoed (rechter): functie van het rechtsgoed bij
interpretatie van bestanddelen belangrijkste voor nu
Art. 138 Sr: huisvredebreuk: lid 1: Hij die in de woning of het besloten lokaal of erf, bij een ander in
gebruik, wederrechtelijk binnendringt .., wordt gestraft met … (zie nu echter art. 138a Sr)
voorbeeld hierbij zijn krakers bij huisvrede breuk, met name ‘bij een ander in gebruik’ wordt
geïnterpreteerd door de rechter.
- Teleologische, rechtsgoedconforme interpretatie kan leiden tot restrictieve, maar ook
extensieve interpretatie: legaliteitsbeginsel!
- Voorbeeld: arrest Stiefkind ging over art 249 Sr.
,Arrest Stiefkind (NJ 1997/361):
Art. 249 Sr: hij die ontucht pleegt met zijn minderjarig kind, pleegkind of stiefkind … een aan zijn zorg,
opleiding of waakzaamheid toevertrouwede minderjarige…
Vrouw heeft relatie met man, niet met elkaar getrouwd. De vrouw heeft een kind uit een eerdere
relatie. Man (niet de biologische vader) pleegt ontucht met het kind.
Tll: man pleegt ontucht met stiefkind.
Hof: met beroep op strekking (teleologisch: bescherming van minderjarigen in
afhankelijkheidsrelaties), stiefkind is ook een minderjarig kind van de vrouw met die de verdachte
samenleeft als ware zij gehuwd.
HR: 4.2. Bij de beoordeling van het middel dient het volgende voorop te worden gesteld, de in art.
249, eerste lid, Sr opgenomen opsomming van door hun hoedanigheid ten opzichte van de dader
aangeduide minderjarigen met wie het plegen van ontucht in deze bepaling strafbaar wordt gesteld,
wordt hierdoor gekenmerkt dat die hoedanigheid telkens min of meer grote mate van
afhankelijkheid van de dader meebrengt, en dat de dader daaraan een zeker overwicht tegenover die
minderjarigen kan ontlenen. De strekking van evengenoemde bepaling is dan ook bescherming te
verlenen aan minderjarigen, die als gevolg van die afhankelijkheid en dat overwicht minder
weerstand aan de dader bieden dan anderen…
4.3.1. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet van 18 juli 1936, Stb. 203, waarbij in
de delictsomschrijving van art. 249, eerste lid, Sr is opgenomen het plegen van ontucht met zijn
minderjarig stiefkind, volgt dat de wetgever daarbij het oog heeft gehad op het geval dat de dader
gehuwd is (geweest) met de ouder van het desbetreffende kind van wie hij zelf niet de ouder is en
niet ook op het geval dat de dader in concubinaat leeft of heeft geleefd met de ouder van het
desbetreffende kind (Kamerstukken II, 1935–1936, 85, nr. 2, blz. 3). … Wetgeschiedenis, maar
hoeveel gewicht moet er toekomen aan de wetsgeschiedenis?
4.3.2. Die uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever noopt, gelet op het bepaalde in art. 1 Sr, tot
terughoudendheid bij de uitleg van het begrip 'stiefkind' in art. 249 Sr.
Aan de strekking van die bepaling, zoals hiervoor onder 4.2 is uiteengezet, zou niettemin een
argument kunnen worden ontleend voor een extensieve interpretatie van dat begrip, die aansluit bij
veranderde maatschappelijke opvattingen omtrent samenlevingsvormen en de ontwikkelingen die
zich dienaangaande sedert de totstandkoming van art. 249 Sr hebben voorgedaan. Dan zullen
evenwel, gelet op de bestaande verscheidenheid aan samenlevingsvormen, bij de beantwoording
van de vraag welke minderjarigen onder 'stiefkind' dienen te worden begrepen, keuzes moeten
worden gemaakt, die de rechtsvormende taak van de rechter te buiten gaan.
Tot een extensieve interpretatie van dat begrip bestaat te minder aanleiding nu in art. 249 Sr, dat
immers tevens ziet op een 'aan zijn zorg (…) of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige' en in art.
248ter [oud] Sr, voor zover daarin sprake is van 'een uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend
overwicht', voldoende aanknopingspunten kunnen worden gevonden om een geval als het
onderhavige, waarin de minderjarige deel uitmaakt van het samenlevingsverband van diens ouder en
de dader, onder het bereik van de strafwet te brengen.”
→ Gelet op legaliteitsbeginsel: rechtsgoedconforme interpretatie legt het af tegen andere belangen
en interpretatiemethoden (wetsgeschiedenis, wetssystematiek)
Normatieve bestanddelen:
Art. 11 WVW 1994 (joyriding): het is verboden opzettelijk wederrechtelijk een aan een ander
toebehorend motorrijtuig op de weg te gebruiken. Geen rijbewijs, maar wel toestemming
gekregen om te mogen rijden: is er voldaan aan het bestanddeel wederrechtelijk?
Art. 317 Sr (afpersing): hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te
bevoordelen, door geweld of bedreiging met geweld iemand dwingt hetzij tot de aangifte van enig
goed dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde toebehoort, …
- Dreigbriefarrest strafrecht 1
, 4. Kwalificatie uitsluiteinde functie van rechtsgoed (rechter) 2e vraag art. 350 Sv
De rechter wil het liefst de bepaling restrictief uitleggen, maar hij ziet er geen ruimte voor. Wat dan?
Voorbeelden:
Titel XXX Begunstiging
Art. 416 Sr (heling): 1. Als schuldig aan opzetheling wordt gestraft…: a. hij die een goed verwerft,
voorhanden heeft …, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van het goed …
wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Kenmerkend voor heling: begunstigend van het plegen van delicten door anderen. Als dit niet het
geval is, door het delict zelf te plegen, is er dus geen sprake van heling; het kan niet gekwalificeerd
worden (het kan wel bewezenverklaard worden).
Titel XXXA Witwassen
Art. 420bis Sr (witwassen): 1. Als schuldig aan witwassen wordt gestraft met … b. hij die een
voorwerp verwerft, voorhanden heeft, overdraagt …, terwijl hij weet dat het voorwerp onmiddellijk
of middellijk – afkomstig is uit enig misdrijf.
Iets soortgelijks als heling. Komt aanbod bij het onderwerp ‘Witwassen’
Art. 420bis.1 Sr (eenvoudig witwassen): Witwassen dat enkel bestaat uit het verwerven of
voorhanden hebben van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit enig eigen misdrijf wordt als
eenvoudig witwassen gestraft met …
5. Verschillende wijzen van bescherming van rechtsgoed (wetgever): opzetdelicten, culpose
delicten, delicten met geobjectiveerde gevolgen
Art. 287 Sr (doodslag): hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan
doodslag, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van … =
opzetdelict
Art. 307 Sr (dood door schuld): 1. Hij aan wiens schuld de dood van een ander te wijten is, wordt
gestraft met een gevangenis van ten hoogste twee jaren …
2. Indien de schuld bestaat in roekeloosheid, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste
vier jaren of een geldboete van … = culpoos delict
Art. 300 Sr (mishandeling): 1. Mishandeling wordt gestraft met een gevangenisstraf van max drie
jaren. (Opzet wordt bij mishandeling verondersteld).
3. Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste
zes jaren of … = delict met geobjectiveerde gevolgen
Art. 157 Sr (opzettelijke brandstichting): Hij die opzettelijk brand sticht, .. wordt gestraft:
3e: met …, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten
gevolge heeft, wordt gestraft met … heeft een geobjectiveerd bestanddeel (de dood ten gevolge
hebben) = een gemeengevaarlijk delict (maximale straf is dertig jaren).
Art. 158 Sr (culpose brandstichting): Hij aan wiens schuld brand, … te wijten is, wordt gestraft:
3e: met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren, indien het feit iemands dood ten gevolge
heeft…
Sommige delicten zijn alleen opzettelijke delicten. Als er geen opzet is, dan ben je ook niet strafbaar.
Voorbeelden hiervan zijn:
Art. 350 Sr opzettelijke zaakbeschadiging: 1. Hij die opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat
geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielt, onbruikbaar maakt …, wordt gestraft met een
gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.
Art. 350a Sr opzettelijke beschadiging van computergegevens
, Art. 350b Sr culpose beschadiging van computergegevens: 1. Hij aan wiens schuld te wijten is dat de
gegevens door middel van een geautomatiseerd werk … zijn opgeslagen …, wederrechtelijk worden
veranderd, gewist, onbruikbaar …, wordt, indien daardoor ernstige schade met betrekking tot die
gegevens wordt veroorzaakt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een maand.
Formele en materiële delicten
Materieel delict: veroorzaken van een gevolg is strafbaar gesteld; wijze van veroorzaken is irrelevant
(ook wel gevolgsdelicten).
- Doodslag: van het leven beroven.
- Mishandeling: toebrengen van pijn of letsel.
Formeel delict: een bepaalde gedraging, bepaalde wijze van inbreuk op rechtsgoed (in vorm van
krenking of gevaarzetting) is strafbaar gesteld.
Art. 131 Sr, opruiing (delict tegen openbare orde): Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift
of afbeelding, tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruit,
wordt gestraft met gevangenisstraf
Art. 310 Sr, diefstal (delict tegen vermogen): Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander
toebehoort wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, …
Krenkings- en gevaarzettingsdelicten
Krenkingsdelict: daadwerkelijke ‘krenking’ of aantasting is strafbaar gesteld:
- Doodslag, diefstal, vernieling.
Krenking moet dus ook bewezen worden. Krenkingsdelicten kunnen formele delicten (diefstal) dan
wel materiële delicten (doodslag) zijn.
Concreet gevaarzettingsdelict: strafbaarstelling van een gedraging, die ‘concreet’ een gevaar
oplevert voor een bepaald rechtsgoed. Gevaarzetting is gevolgsbestanddeel en dient dus bewezen te
worden.
Art. 157 Sr: Hij die opzettelijk brand sticht, …wordt gestraft:
2e. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren .., indien daarvan levensgevaar of gevaar voor
zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
Art. 5 WVW: Het is eenieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt
veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan
worden gehinderd.
Abstract gevaarzettingsdelict: strafbaarstelling van een gedraging omdat die (in het algemeen)
‘gevaar’ kan opleveren voor een bepaald rechtsgoed. Of gedraging i.c. gevaar heeft veroorzaakt of
kan veroorzaken, is niet van belang (geen bestanddeel) en hoeft dus niet bewezen te worden.
Art. 207 Sr (meineed): 1. Hij die in de gevallen waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder
ede vordert … , mondeling of schriftelijk, … opzettelijk een valse verklaring onder ede aflegt, wordt
gestraft met gevangenisstraf …
Art. 131 Sr (opruiing): Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, tot enig
strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruit, wordt gestraft met
gevangenisstraf
Art. 428 Sr: Hij die, zonder verlof van de burgemeester …, een of meer eigen onroerende zaken in
brand steekt, wordt gestraft met geldboete
In bijzondere wetgeving abstracte gevaarzetting komt hier vaker voor:
Art. 8 WVW 1994: rijden onder invloed.
Art. 2.1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: Het is verboden zonder omgevingsvergunning
een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit … het oprichten of in
werking te hebben van een inrichting.