Internationaal en Europees strafrecht
hoorcolleges
https://www.studeersnel.nl/nl/document/rijksuniversiteit-groningen/
internationaal-en-europees-strafrecht/internationaal-en-europees-strafrecht-
hoorcollege-aantekeningen-1-12/21572546?origin=search-results
Inleiding
Week 1........................................................................................1
Hoorcollege A – Inleiding......................................................................1
Hoorcollege B – Europees straf(proces)recht algemeen..........................4
Week 2....................................................................................... 10
Hoorcollege A – Harmonisatie en doorwerking EU-strafrecht I..............10
Hoorcollege B – Harmonisatie en doorwerking van EU-strafrecht II.......17
Week 3....................................................................................... 22
Hoorcollege A – Rechtsmacht..............................................................22
Hoorcollege B – Ne bis in idem............................................................28
Week 4....................................................................................... 34
Hoorcollege A – Uitlevering................................................................34
Hoorcollege B – Overlevering..............................................................40
Week 5....................................................................................... 45
Hoorcollege A – Opsporingshulp en kleine rechtshulp..........................45
Hoorcollege B – Rechtshulp op basis van wederzijdse erkenning..........51
Week 6....................................................................................... 58
Hoorcollege A – Overdracht en overname van strafvervolging..............58
Hoorcollege B – Overdracht en overname van strafexecutie.................58
Week 1
Hoorcollege A – Inleiding
Begrippen:
Internationaal strafrecht: het strafrecht van de internationale tribunalen.
Vroeger viel hier ook het nationale recht onder waarin internationale regels
werden vastgelegd/waarin internationale samenwerkingen werden
gedefinieerd, over bijv. uitlevering, rechtsmacht etc.
,Europees strafrecht: vroeger was dit het strafrecht dat gevormd werd binnen
de Raad van Europa. Tegenwoordig is het meer het strafrecht dat ontstaat uit
de Europese Unie. Dit is een terrein dat heel erg groeit en waar dus heel veel
op gebeurt.
Droit pénal international: nationaal strafrecht dat betrekking heeft op
internationale situaties.
Droit international pénal: internationaal recht dat betrekking heeft op het
strafrecht. Dit is dus het internationale recht van de tribunalen dat gaat over
het strafrecht.
Supranationaal strafrecht: vroeger was dit het strafrecht van de tribunalen
van het strafhof. Tegenwoordig is dit eigenlijk een ouderwetse naam voor het
strafrecht op het hoogste niveau, de tribunalen.
Transnationaal strafrecht: regels die internationaal eigenlijk strafbaar worden
geacht, maar waarvan de handhaving op nationaal niveau blijft plaatsvinden.
Het gaat hier om gedragingen waarvoor we geen internationaal hof/tribunaal
hebben zoals wel het geval is bij bijvoorbeeld genocide, oorlogsmisdaden
etc. Hier wordt gekeken naar het verdrag in samenhang met alle landen
samen.
Soort hierarchie: ICC/tribunalen (internationale verdragen) - EVRM (recht
van de EU) EU (harominsatie, grondrechten, handvest) bilaterale
verdragen (landen onder elkaar, 1 op 1) NL.
Soevereiniteit:
- Intern: een soevereine staat heeft de bevoegdheid om binnen zijn
territoir bindende beslissingen te nemen.
- Extern: een soevereine staat hoeft daarbij geen inmenging van andere
staten te dulden.
Intergouvernementeel perspectief: soevereine staten binden zichzelf in
onderlinge samenwerking.
Supranationaal perspectief: een autonome rechtsorde, geplaatst boven
lidstaten, beperkt hun bevoegdheden.
Rechtshulp in strafzaken:
- Primaire rechtshulp:
o Staat A doet afstand van uitoefening recht tot
vervolging/strafexecutie.
o Staat B neemt vervolging/strafexecutie over.
- Secundaire rechtshulp:
o Staat B verricht ONDERSTEUNENDE/bijdrage handeling t.b.v.
opsporing/vervolging/berechting/strafexecutie in staat A
(uitlevering/overlevering – “kleine” rechtshulp bijv. doorzoeking
en inbeslagneming).
Ander onderscheid rechtshulp:
- Op klassieke grondslag: verzoek; staat A verzoekt rechtshulp aan staat
B; staat B beslist of hij gevolg geeft.
, - Op beginsel van wederzijdse erkenning gebaseerd: bevel; rechterlijke
autoriteit van LS A geeft bevel, rechterlijke autoriteit van LS B erkent
dat bevel en legt het ten uitvoer, alsof het een nationaal bevel was.
Hoe werkt rechtshulp en welke belangen spelen daarbij een rol? Hierbij
kunnen we een onderscheid maken tussen 2 modellen van het strafproces:
- Dynamisch model: opsporing vervolging berechting
(appel/cassatie) executie.
- Statisch model: OM verdachte rechter (driehoeksmodel).
Rechtsbronnen:
Nederlands recht:
- Wetgeving:
o Wetboek van Strafrecht (rechtsmacht; ne bis in idem –
geharmoniseerde delicten).
o Wetboek van Strafvordering (kleine rechtshulp, overdracht en
overname strafvervolging, geharmoniseerde
verdedigingsrechten).
o Bijzondere weten (uitleveringswet, overleveringswet, WOTS,
WETS, WWETGC).
, Internationaalrecht:
- Bilaterale verdragen.
- Multilaterale verdragen: Raad van Europa, VN.
- EU-recht: EU-verdrag, VWEU, Handvest grondrechten EU en secundair
EU-recht.
Jurisprudentie:
- Rechtbanken/Gerechtshoven.
- Hoge Raad.
- EHRM.
- Hof van Jusititie EU.
- Buitenlandse gerechten.
- VN Human Rights Committee.
Hoorcollege B – Europees straf(proces)recht algemeen
LM arrest berechting in Polen. Rechter worden benoemd/ontslagen indien
Poolse leiders het niet eens zijn met de uitspraken. Landen die verdachten
uitleveren aan Polen in strijd met EU (eerlijk proces)? Op basis van het feit
dat rechters niet onafhankelijk zijn. In sommige gevallen overleving dan
weigeren (zeer gering aantal gevallen).
Oude pijlerstructuur (voor Verdrag van Lissabon):
- Europese Gemeenschappen (EG, EGKS, Euratom).
- Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.
- Politiële en justitiële samenwerking in strafzaken.
Commissie-Raad I: HVJ 13 september 2005, zaak C-176/03 Eerste pijler
richtlijnen mag ingesteld worden met strafkwesties indien dit betrekking
heeft op gebieden eerste pijler (niet alleen door de derde pijler).
Commissie-Raad II: HVJ 23 oktober 2007, zaak C-440/05 aard en sanctie
van de straf mogen niet worden voorgeschreven door de Europese
gemeenschap.
De Europese constitutie
Art. 2 VEU: De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de
menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en
eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die
tot minderheden behoren. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een
samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, nondiscriminatie,
verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen
en mannen.
De status van de fundamentele rechte van de EU, art. 6 VEU:
- Lid 1: EU heeft Handvest van de grondrechten (dezelfde waarde als de
verdragen = primair EU-recht).
- Lid 2: EU treedt toe tot EVRM.
- Lid 3: Algemene beginselen van het Unierecht: EVRM en grondrechten
uit constitutionele tradities van de lidstaten.
hoorcolleges
https://www.studeersnel.nl/nl/document/rijksuniversiteit-groningen/
internationaal-en-europees-strafrecht/internationaal-en-europees-strafrecht-
hoorcollege-aantekeningen-1-12/21572546?origin=search-results
Inleiding
Week 1........................................................................................1
Hoorcollege A – Inleiding......................................................................1
Hoorcollege B – Europees straf(proces)recht algemeen..........................4
Week 2....................................................................................... 10
Hoorcollege A – Harmonisatie en doorwerking EU-strafrecht I..............10
Hoorcollege B – Harmonisatie en doorwerking van EU-strafrecht II.......17
Week 3....................................................................................... 22
Hoorcollege A – Rechtsmacht..............................................................22
Hoorcollege B – Ne bis in idem............................................................28
Week 4....................................................................................... 34
Hoorcollege A – Uitlevering................................................................34
Hoorcollege B – Overlevering..............................................................40
Week 5....................................................................................... 45
Hoorcollege A – Opsporingshulp en kleine rechtshulp..........................45
Hoorcollege B – Rechtshulp op basis van wederzijdse erkenning..........51
Week 6....................................................................................... 58
Hoorcollege A – Overdracht en overname van strafvervolging..............58
Hoorcollege B – Overdracht en overname van strafexecutie.................58
Week 1
Hoorcollege A – Inleiding
Begrippen:
Internationaal strafrecht: het strafrecht van de internationale tribunalen.
Vroeger viel hier ook het nationale recht onder waarin internationale regels
werden vastgelegd/waarin internationale samenwerkingen werden
gedefinieerd, over bijv. uitlevering, rechtsmacht etc.
,Europees strafrecht: vroeger was dit het strafrecht dat gevormd werd binnen
de Raad van Europa. Tegenwoordig is het meer het strafrecht dat ontstaat uit
de Europese Unie. Dit is een terrein dat heel erg groeit en waar dus heel veel
op gebeurt.
Droit pénal international: nationaal strafrecht dat betrekking heeft op
internationale situaties.
Droit international pénal: internationaal recht dat betrekking heeft op het
strafrecht. Dit is dus het internationale recht van de tribunalen dat gaat over
het strafrecht.
Supranationaal strafrecht: vroeger was dit het strafrecht van de tribunalen
van het strafhof. Tegenwoordig is dit eigenlijk een ouderwetse naam voor het
strafrecht op het hoogste niveau, de tribunalen.
Transnationaal strafrecht: regels die internationaal eigenlijk strafbaar worden
geacht, maar waarvan de handhaving op nationaal niveau blijft plaatsvinden.
Het gaat hier om gedragingen waarvoor we geen internationaal hof/tribunaal
hebben zoals wel het geval is bij bijvoorbeeld genocide, oorlogsmisdaden
etc. Hier wordt gekeken naar het verdrag in samenhang met alle landen
samen.
Soort hierarchie: ICC/tribunalen (internationale verdragen) - EVRM (recht
van de EU) EU (harominsatie, grondrechten, handvest) bilaterale
verdragen (landen onder elkaar, 1 op 1) NL.
Soevereiniteit:
- Intern: een soevereine staat heeft de bevoegdheid om binnen zijn
territoir bindende beslissingen te nemen.
- Extern: een soevereine staat hoeft daarbij geen inmenging van andere
staten te dulden.
Intergouvernementeel perspectief: soevereine staten binden zichzelf in
onderlinge samenwerking.
Supranationaal perspectief: een autonome rechtsorde, geplaatst boven
lidstaten, beperkt hun bevoegdheden.
Rechtshulp in strafzaken:
- Primaire rechtshulp:
o Staat A doet afstand van uitoefening recht tot
vervolging/strafexecutie.
o Staat B neemt vervolging/strafexecutie over.
- Secundaire rechtshulp:
o Staat B verricht ONDERSTEUNENDE/bijdrage handeling t.b.v.
opsporing/vervolging/berechting/strafexecutie in staat A
(uitlevering/overlevering – “kleine” rechtshulp bijv. doorzoeking
en inbeslagneming).
Ander onderscheid rechtshulp:
- Op klassieke grondslag: verzoek; staat A verzoekt rechtshulp aan staat
B; staat B beslist of hij gevolg geeft.
, - Op beginsel van wederzijdse erkenning gebaseerd: bevel; rechterlijke
autoriteit van LS A geeft bevel, rechterlijke autoriteit van LS B erkent
dat bevel en legt het ten uitvoer, alsof het een nationaal bevel was.
Hoe werkt rechtshulp en welke belangen spelen daarbij een rol? Hierbij
kunnen we een onderscheid maken tussen 2 modellen van het strafproces:
- Dynamisch model: opsporing vervolging berechting
(appel/cassatie) executie.
- Statisch model: OM verdachte rechter (driehoeksmodel).
Rechtsbronnen:
Nederlands recht:
- Wetgeving:
o Wetboek van Strafrecht (rechtsmacht; ne bis in idem –
geharmoniseerde delicten).
o Wetboek van Strafvordering (kleine rechtshulp, overdracht en
overname strafvervolging, geharmoniseerde
verdedigingsrechten).
o Bijzondere weten (uitleveringswet, overleveringswet, WOTS,
WETS, WWETGC).
, Internationaalrecht:
- Bilaterale verdragen.
- Multilaterale verdragen: Raad van Europa, VN.
- EU-recht: EU-verdrag, VWEU, Handvest grondrechten EU en secundair
EU-recht.
Jurisprudentie:
- Rechtbanken/Gerechtshoven.
- Hoge Raad.
- EHRM.
- Hof van Jusititie EU.
- Buitenlandse gerechten.
- VN Human Rights Committee.
Hoorcollege B – Europees straf(proces)recht algemeen
LM arrest berechting in Polen. Rechter worden benoemd/ontslagen indien
Poolse leiders het niet eens zijn met de uitspraken. Landen die verdachten
uitleveren aan Polen in strijd met EU (eerlijk proces)? Op basis van het feit
dat rechters niet onafhankelijk zijn. In sommige gevallen overleving dan
weigeren (zeer gering aantal gevallen).
Oude pijlerstructuur (voor Verdrag van Lissabon):
- Europese Gemeenschappen (EG, EGKS, Euratom).
- Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid.
- Politiële en justitiële samenwerking in strafzaken.
Commissie-Raad I: HVJ 13 september 2005, zaak C-176/03 Eerste pijler
richtlijnen mag ingesteld worden met strafkwesties indien dit betrekking
heeft op gebieden eerste pijler (niet alleen door de derde pijler).
Commissie-Raad II: HVJ 23 oktober 2007, zaak C-440/05 aard en sanctie
van de straf mogen niet worden voorgeschreven door de Europese
gemeenschap.
De Europese constitutie
Art. 2 VEU: De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de
menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en
eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die
tot minderheden behoren. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een
samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, nondiscriminatie,
verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen
en mannen.
De status van de fundamentele rechte van de EU, art. 6 VEU:
- Lid 1: EU heeft Handvest van de grondrechten (dezelfde waarde als de
verdragen = primair EU-recht).
- Lid 2: EU treedt toe tot EVRM.
- Lid 3: Algemene beginselen van het Unierecht: EVRM en grondrechten
uit constitutionele tradities van de lidstaten.