Strafprocesrecht rechtsmiddelen
hoorcolleges
Inleiding
Week 1........................................................................................1
Hoorcollege A - inleiding......................................................................1
Hoorcollege B – rechtsmiddelen algemeen I..........................................4
Oefenvragen.......................................................................................7
Week 2........................................................................................9
Hoorcollege A – Rechtsmiddelen algemeen II.........................................9
Oefenvragen.....................................................................................12
Hoorcollege B – Hoger beroep I...........................................................12
Oefenvragen.....................................................................................17
Week 3....................................................................................... 18
Hoorcollege A – Hoger beroep II..........................................................18
Oefenvragen.....................................................................................23
Hoorcollege B – Modernisering Sv.......................................................24
Week 4....................................................................................... 24
Hoorcollege A – Responsiecollege.......................................................24
Hoorcollege B – Verzet bij OM-afdoening.............................................25
Oefenvragen.....................................................................................28
Week 5....................................................................................... 29
Hoorcollege A – Cassatie I..................................................................29
Hoorcollege B – Cassatie II.................................................................33
Week 6....................................................................................... 40
Hoorcollege A – Rechtsmiddelen tegen beschikkingen.........................40
Hoorcollege B – Buitengewone rechtsmiddelen....................................40
Week 1
Hoorcollege A - inleiding
De Hullu (1989): wettelijke mogelijkheid voor procespartijen om beslissing
van de strafrechter ter toetsing voor te leggen aan rechterlijke instantie die
bevoegdheid heeft om deze beslissing te niet te doen.
,Daar vallen gratie en verzet tegen strafbeschikking buiten (waarom?).
Kern:
- Door recht genormeerde mogelijkheid om;
- Beslissing strafrechtelijke instantie;
- Voor te leggen aan rechter;
- Wiens oordeel beslissing of tul daarvan kan beïnvloeden.
Breed draagvlak, redeneringen:
1. Doel van Sv: verzekeren juiste toepassing van het materiele strafrecht.
2. Procedurele rechtvaardigheid, in het bijzonder betreffende
grondrechten.
3. Rechtseenheid bevorderen.
Rechtsmiddelen (strafzaak in eerste aanleg gewone rm buitengewone
rm) (3e boek Sv):
A) Gewone rechtsmiddelen:
a. Titel I-III verzet (vervallen), hoger beroep en beroep in cassatie
van uitspraken (art. 138/404/427 Sv).
b. Titel IV hoger beroep/beroep in cassatie beschikkingen (art.
138/445/446 Sv).
c. Titel V-VI aanwenden (V), intrekking en afstand (VI) gewone
rechtsmiddelen.
B) Buitengewone rechtsmiddelen:
a. Titel VII cassatie ‘in het belang der wet’.
b. Titel VIII herziening vonnissen/arresten.
Ratio rechtsmiddelen, C/B/K citeert De Hullu:
1. Vergroten kans op een juiste en beter aanvaardbare einduitspraak;
2. Behoefte aan rechtseenheid en controle op juist verloop procedure;
3. Behoefte aan herstel aperte onjuistheden.
Vergelijk de rechtsmiddelen: hoger beroep (1), cassatie (2) en herziening (3).
Maar er zijn ook nadelen tegenover de voordelen van rechtsmiddelen:
1. Hogere kosten voor samenleving.
2. Aantasting aanzien en gezag strafrechtspleging door kans op
verschillende uitspraken op dezelfde zaak.
3. Langere procedures niet altijd beter, uitstel van executie (opschorting
tul), doorlooptijden.
Soms andere wegen wet dadelijke tenuitvoerlegging van
gevangenisstraffen (niet verder dan consultatie). Rechterlijke beslissingen
waarbij ten minste 1 jaar gevangenisstraf is opgelegd, zijn dadelijk
uitvoerbaar. De eerste volzin is niet van toepassing indien minder dan twee
jaar gevangenisstraf is opgelegd en er geen sprake is van een slachtoffer.
- Voorwaarden en maatregelen dadelijk uitvoerbaar: 14e/1, 38v/4 Sr.
- Bagatel/Belang: 410a, 416, 80a RO, 404/2, 427/2 Sv.
RM passen bij doelstellingen Sv:
, - Juiste toepassing materiele strafrecht;
- Eerbiediging rechten verdachten (toegang rechter 6 EVRM);
- Eerbiediging rechten anderen (hoger beroep benadeelde partij 421 Sv).
- Procedurele rechtvaardigheid (voortbouwend appel 415 Sv – niet alles
overdoen).
- Afweging kosten en baten, belang om alle strafzaken tijdig af te doen
(doorlooptijden).
Recht op RM: de noodzaak voor ‘rechtsmiddel’ tegen strafbeschikking vloeit
voort uit art. 6 EVRM (recht op rechter).
Art. 2/1 7de Protocol EVRM geeft recht op rechtsmiddel tegen veroordeling
door rechter. Maar exercise (..) shall be governed by law. En 2e lid staat
exceptions toe bij (onder meer) offences of a minor character, as prescribed
by law.
- Niet geratificeerd door NL.
- Schending vastgesteld in Krombach v. France K. koos ervoor in
eerste aanleg niet te verschijnen. Daarom: zijn advocaten niet aan het
woord gelaten. Review may be confined solely to points of law. Maar
restrictions on the right to a review must pursue a legitimate aim and
not infringe the very essence. Hier kon K. geen review krijgen van de
beslissing om te weigeren zijn advocaten aan het woord te laten.
Schending EVRM NL: anonieme verdachten.
Art. 14/5 IVBPR:
- Iedereen heeft het recht to his conviction and sentence being reviewed
by a higher tribunal according to law.
- Ook bij deze verdragsbepaling uitzonderingen mogelijk, o.m. voor
bagateldelicten.
- Een review hoeft geen hoger beroep te zijn, mag ook cassatie.
- En zelfs een verlofregeling, in principe (art. 410a Sv).
- Rechtstreekse toepassing?
Procedure RM: ook al is er geen verplichting tot het openstellen van een RM,
als een RM open staat, moet de bij de behandeling daarvan gevolgde
procedure i.o.m. art. 6 EVRM zijn.
Kremzow v. Oostenrijk (special features) art. 6 EVRM en afwezigheid
Berufung. Art. 6 EVRM en afwezigheid Nicht.k.besch.
Hermi v. Italië verschil met Kremzow?
Gesloten stelsel NL
Rechterlijke beslissing kan alleen worden aangetast als wetgever RM heeft
opengesteld.
Niet twee beslissingen: bestreden beslissing moet verwerkt worden in
nieuwe beslissing.
- Art. 257/4 Sv bij verzet: vernietiging staat voorop.
, - Art. 423 Sv bij hoger beroep: geheel of gedeeltelijk bevestigen of
vernietigen.
- Art. 440 Sv: beroep in cassatie niet ontvankelijk; verwerpen beroep of
vernietigen vonnis of arrest. Vervolgens zelf afdoen, verwijzen of
terugverwijzen.
Concentratiebeginsel: RM tegen beslissing in beginsel alleen gezamenlijk.
Hoger beroep geconcentreerd ex art. 406/1 Sv (uitzondering lid 2). Beroep in
cassatie idem (428 Sv).
Hoorcollege B – rechtsmiddelen algemeen I
Competentie Gerechtshof
- Art. 69/1 Wet RO: gerechtshoven oordelen in hoger beroep over
daarvoor vatbare vonnissen, beschikkingen en uitspraken in strafzaken
van de rechtbanken in hun ressort.
o 11 RB, 4 GH (Wet op de recterlijke indeling).
o Zittingsplaatsen (art. 10, 20/2, 21, 21b RO).
o Besluit zittingsplaatsen gerechten: GH A/L: 9! Feitelijk 3 in
gebruik (A/L/Z).
o Art. 62a en 62b RO. Behandeling door ander GH.
- Beschikkingen RC: hoger beroep bij de rechtbank (446/1, 87/1 Sv).
- Appel en -beperkingen 404 Sv: bagatellen en (voor de verdachte)
vrijspraken.
o HR: overtredingsdeel vonnis afzonderlijk beoordelen en niet de
bewezenverklaring maar de TLL is bepalend.
Competentie Hoge Raad
- Uit art. 427 Sv volgt tegen welke arresten houdende uitspraken
cassatie open staat. Daarnaast nog art. 404/4 Sv (vonnissen).
- Art. 78/1 Wet RO: grondslag HR als cassatierechter, ook ‘in het belang
der wet’.
- Art. 78/6 Wet RO: partij kan geen beroep in cassatie openstellen indien
voor haar ander gewoon RM openstaat/stond.
- Hoge Raad ook belast met cihdw (art. 78/7 RO; 456 Sv) en herziening
ten voordele en ten nadele (457 e.v. Sv).
Aanwenden RM
- Art. 257e/3 Sv: verzet tegen strafbeschikking in persoon of schriftelijk,
bij aan OvJ gerichte brief. Schrftelijk alleen verdachte/raadsman, in
persoon ook gemachtigde.
- Art. 449 e.v. Sv: regelen wijze van aanwenden RM tegen rechterlijke
beslissingen. Hoofdregel wet: verklaring af te leggen op griffie (449/1
Sv). In die verklaring moet worden aangegeven welk RM wordt
aangewend.
hoorcolleges
Inleiding
Week 1........................................................................................1
Hoorcollege A - inleiding......................................................................1
Hoorcollege B – rechtsmiddelen algemeen I..........................................4
Oefenvragen.......................................................................................7
Week 2........................................................................................9
Hoorcollege A – Rechtsmiddelen algemeen II.........................................9
Oefenvragen.....................................................................................12
Hoorcollege B – Hoger beroep I...........................................................12
Oefenvragen.....................................................................................17
Week 3....................................................................................... 18
Hoorcollege A – Hoger beroep II..........................................................18
Oefenvragen.....................................................................................23
Hoorcollege B – Modernisering Sv.......................................................24
Week 4....................................................................................... 24
Hoorcollege A – Responsiecollege.......................................................24
Hoorcollege B – Verzet bij OM-afdoening.............................................25
Oefenvragen.....................................................................................28
Week 5....................................................................................... 29
Hoorcollege A – Cassatie I..................................................................29
Hoorcollege B – Cassatie II.................................................................33
Week 6....................................................................................... 40
Hoorcollege A – Rechtsmiddelen tegen beschikkingen.........................40
Hoorcollege B – Buitengewone rechtsmiddelen....................................40
Week 1
Hoorcollege A - inleiding
De Hullu (1989): wettelijke mogelijkheid voor procespartijen om beslissing
van de strafrechter ter toetsing voor te leggen aan rechterlijke instantie die
bevoegdheid heeft om deze beslissing te niet te doen.
,Daar vallen gratie en verzet tegen strafbeschikking buiten (waarom?).
Kern:
- Door recht genormeerde mogelijkheid om;
- Beslissing strafrechtelijke instantie;
- Voor te leggen aan rechter;
- Wiens oordeel beslissing of tul daarvan kan beïnvloeden.
Breed draagvlak, redeneringen:
1. Doel van Sv: verzekeren juiste toepassing van het materiele strafrecht.
2. Procedurele rechtvaardigheid, in het bijzonder betreffende
grondrechten.
3. Rechtseenheid bevorderen.
Rechtsmiddelen (strafzaak in eerste aanleg gewone rm buitengewone
rm) (3e boek Sv):
A) Gewone rechtsmiddelen:
a. Titel I-III verzet (vervallen), hoger beroep en beroep in cassatie
van uitspraken (art. 138/404/427 Sv).
b. Titel IV hoger beroep/beroep in cassatie beschikkingen (art.
138/445/446 Sv).
c. Titel V-VI aanwenden (V), intrekking en afstand (VI) gewone
rechtsmiddelen.
B) Buitengewone rechtsmiddelen:
a. Titel VII cassatie ‘in het belang der wet’.
b. Titel VIII herziening vonnissen/arresten.
Ratio rechtsmiddelen, C/B/K citeert De Hullu:
1. Vergroten kans op een juiste en beter aanvaardbare einduitspraak;
2. Behoefte aan rechtseenheid en controle op juist verloop procedure;
3. Behoefte aan herstel aperte onjuistheden.
Vergelijk de rechtsmiddelen: hoger beroep (1), cassatie (2) en herziening (3).
Maar er zijn ook nadelen tegenover de voordelen van rechtsmiddelen:
1. Hogere kosten voor samenleving.
2. Aantasting aanzien en gezag strafrechtspleging door kans op
verschillende uitspraken op dezelfde zaak.
3. Langere procedures niet altijd beter, uitstel van executie (opschorting
tul), doorlooptijden.
Soms andere wegen wet dadelijke tenuitvoerlegging van
gevangenisstraffen (niet verder dan consultatie). Rechterlijke beslissingen
waarbij ten minste 1 jaar gevangenisstraf is opgelegd, zijn dadelijk
uitvoerbaar. De eerste volzin is niet van toepassing indien minder dan twee
jaar gevangenisstraf is opgelegd en er geen sprake is van een slachtoffer.
- Voorwaarden en maatregelen dadelijk uitvoerbaar: 14e/1, 38v/4 Sr.
- Bagatel/Belang: 410a, 416, 80a RO, 404/2, 427/2 Sv.
RM passen bij doelstellingen Sv:
, - Juiste toepassing materiele strafrecht;
- Eerbiediging rechten verdachten (toegang rechter 6 EVRM);
- Eerbiediging rechten anderen (hoger beroep benadeelde partij 421 Sv).
- Procedurele rechtvaardigheid (voortbouwend appel 415 Sv – niet alles
overdoen).
- Afweging kosten en baten, belang om alle strafzaken tijdig af te doen
(doorlooptijden).
Recht op RM: de noodzaak voor ‘rechtsmiddel’ tegen strafbeschikking vloeit
voort uit art. 6 EVRM (recht op rechter).
Art. 2/1 7de Protocol EVRM geeft recht op rechtsmiddel tegen veroordeling
door rechter. Maar exercise (..) shall be governed by law. En 2e lid staat
exceptions toe bij (onder meer) offences of a minor character, as prescribed
by law.
- Niet geratificeerd door NL.
- Schending vastgesteld in Krombach v. France K. koos ervoor in
eerste aanleg niet te verschijnen. Daarom: zijn advocaten niet aan het
woord gelaten. Review may be confined solely to points of law. Maar
restrictions on the right to a review must pursue a legitimate aim and
not infringe the very essence. Hier kon K. geen review krijgen van de
beslissing om te weigeren zijn advocaten aan het woord te laten.
Schending EVRM NL: anonieme verdachten.
Art. 14/5 IVBPR:
- Iedereen heeft het recht to his conviction and sentence being reviewed
by a higher tribunal according to law.
- Ook bij deze verdragsbepaling uitzonderingen mogelijk, o.m. voor
bagateldelicten.
- Een review hoeft geen hoger beroep te zijn, mag ook cassatie.
- En zelfs een verlofregeling, in principe (art. 410a Sv).
- Rechtstreekse toepassing?
Procedure RM: ook al is er geen verplichting tot het openstellen van een RM,
als een RM open staat, moet de bij de behandeling daarvan gevolgde
procedure i.o.m. art. 6 EVRM zijn.
Kremzow v. Oostenrijk (special features) art. 6 EVRM en afwezigheid
Berufung. Art. 6 EVRM en afwezigheid Nicht.k.besch.
Hermi v. Italië verschil met Kremzow?
Gesloten stelsel NL
Rechterlijke beslissing kan alleen worden aangetast als wetgever RM heeft
opengesteld.
Niet twee beslissingen: bestreden beslissing moet verwerkt worden in
nieuwe beslissing.
- Art. 257/4 Sv bij verzet: vernietiging staat voorop.
, - Art. 423 Sv bij hoger beroep: geheel of gedeeltelijk bevestigen of
vernietigen.
- Art. 440 Sv: beroep in cassatie niet ontvankelijk; verwerpen beroep of
vernietigen vonnis of arrest. Vervolgens zelf afdoen, verwijzen of
terugverwijzen.
Concentratiebeginsel: RM tegen beslissing in beginsel alleen gezamenlijk.
Hoger beroep geconcentreerd ex art. 406/1 Sv (uitzondering lid 2). Beroep in
cassatie idem (428 Sv).
Hoorcollege B – rechtsmiddelen algemeen I
Competentie Gerechtshof
- Art. 69/1 Wet RO: gerechtshoven oordelen in hoger beroep over
daarvoor vatbare vonnissen, beschikkingen en uitspraken in strafzaken
van de rechtbanken in hun ressort.
o 11 RB, 4 GH (Wet op de recterlijke indeling).
o Zittingsplaatsen (art. 10, 20/2, 21, 21b RO).
o Besluit zittingsplaatsen gerechten: GH A/L: 9! Feitelijk 3 in
gebruik (A/L/Z).
o Art. 62a en 62b RO. Behandeling door ander GH.
- Beschikkingen RC: hoger beroep bij de rechtbank (446/1, 87/1 Sv).
- Appel en -beperkingen 404 Sv: bagatellen en (voor de verdachte)
vrijspraken.
o HR: overtredingsdeel vonnis afzonderlijk beoordelen en niet de
bewezenverklaring maar de TLL is bepalend.
Competentie Hoge Raad
- Uit art. 427 Sv volgt tegen welke arresten houdende uitspraken
cassatie open staat. Daarnaast nog art. 404/4 Sv (vonnissen).
- Art. 78/1 Wet RO: grondslag HR als cassatierechter, ook ‘in het belang
der wet’.
- Art. 78/6 Wet RO: partij kan geen beroep in cassatie openstellen indien
voor haar ander gewoon RM openstaat/stond.
- Hoge Raad ook belast met cihdw (art. 78/7 RO; 456 Sv) en herziening
ten voordele en ten nadele (457 e.v. Sv).
Aanwenden RM
- Art. 257e/3 Sv: verzet tegen strafbeschikking in persoon of schriftelijk,
bij aan OvJ gerichte brief. Schrftelijk alleen verdachte/raadsman, in
persoon ook gemachtigde.
- Art. 449 e.v. Sv: regelen wijze van aanwenden RM tegen rechterlijke
beslissingen. Hoofdregel wet: verklaring af te leggen op griffie (449/1
Sv). In die verklaring moet worden aangegeven welk RM wordt
aangewend.