Neuroanatomie 1 hc 11: oogbewegingen en vestibulair systeem
Vijf typen oogbewegingen
- VOR: input van vestibulaire orgaan zorgt voor oogbewegingen
- Nystagmus: vloeistof blijft doordraaien -> duizeligheid
- 1 Vergentiebewegingen (con- of divergentie): object op dezelfde plek op retina van elk oog
- 2 Saccades: scannen van de ruimte (snel)
- 3 Gladde volgbewegingen: volgen van een bewegend object (langzaam)
- 4 Vestibulo-oculaire reflexen VOR: fixeren op een punt, ondanks beweging van het hoofd
- 5 Optikinetische reflexen (nystagmus): ondersteunen effect van VOR
- Bewuste controle: = rostraal van hersenen: 1, 2, 3
- Onbewuste controle: = hersenstam: 4, 5
- Onder invloed van vestibulair systeem: 3, 4, 5
Oogspieren
- 5: loopt door trochlea, pees krijgt een andere richting dan de kracht, katrol omdraaien ->
oogbol draaien (nervus trochlearis)
- 6: hecht als enige niet aan bindweefsel. Die hecht aan de mediale oogkas, hecht dus niet
achteraan in! en dit zorgt ook voor zijn functie
- N abducens: spier 3
- Andere spieren: n occulomotorius (levator palpebrae ook: hecht
aan het ooglid en trekt deze open)
1. M. rectus superior SR
2. M. rectus inferior IR
3. M. rectus lateralis LR
4. M. rectus medialis MR
5. M. obliquus superior SO
6. M. obliquus inferior IO
+ m. levator palpebrae
- Allen origo aan anulus tendineus communis (muv IO)
6 spieren bewegen het oog
- Oogspieren werken samen, ook afhankelijk van stand welke er
gaan reageren
- Abductie: oogbol naar buiten (divergentie)
- Adductie: naar de neus (convergentie)
- Orbita: oogkas, oribata-as ligt medialer, daarom is de kracht niet recht. Je kunt
de spieren ontbinden in factoren, daarom hebben ze meerdere functies
- Als je naar lateraal kijkt komt de optische as op de orbita-as
- Hechten aan sclera
- Optische as ≠ orbita-as, dus
Spieren maken combinaties van bewegingen
Één beweging is samenwerking met meerdere spieren
- 6 bewegingen door 6 spieren
1. Abductie (LR)
2. Adductie (MR)
3. Elevatie (SR)
4. Depressie (IR)
, 5. Mediorotatie – depressie abductie (SO)
6. Laterorotatie – elevatie abductie (IO)
Oefenen rechter oog
- 1: SR
- 2: SO en IR
- 3: LR
Innervatie van de oogspieren
Vijf typen oogbewegingen
- VOR: input van vestibulaire orgaan zorgt voor oogbewegingen
- Nystagmus: vloeistof blijft doordraaien -> duizeligheid
- 1 Vergentiebewegingen (con- of divergentie): object op dezelfde plek op retina van elk oog
- 2 Saccades: scannen van de ruimte (snel)
- 3 Gladde volgbewegingen: volgen van een bewegend object (langzaam)
- 4 Vestibulo-oculaire reflexen VOR: fixeren op een punt, ondanks beweging van het hoofd
- 5 Optikinetische reflexen (nystagmus): ondersteunen effect van VOR
- Bewuste controle: = rostraal van hersenen: 1, 2, 3
- Onbewuste controle: = hersenstam: 4, 5
- Onder invloed van vestibulair systeem: 3, 4, 5
Oogspieren
- 5: loopt door trochlea, pees krijgt een andere richting dan de kracht, katrol omdraaien ->
oogbol draaien (nervus trochlearis)
- 6: hecht als enige niet aan bindweefsel. Die hecht aan de mediale oogkas, hecht dus niet
achteraan in! en dit zorgt ook voor zijn functie
- N abducens: spier 3
- Andere spieren: n occulomotorius (levator palpebrae ook: hecht
aan het ooglid en trekt deze open)
1. M. rectus superior SR
2. M. rectus inferior IR
3. M. rectus lateralis LR
4. M. rectus medialis MR
5. M. obliquus superior SO
6. M. obliquus inferior IO
+ m. levator palpebrae
- Allen origo aan anulus tendineus communis (muv IO)
6 spieren bewegen het oog
- Oogspieren werken samen, ook afhankelijk van stand welke er
gaan reageren
- Abductie: oogbol naar buiten (divergentie)
- Adductie: naar de neus (convergentie)
- Orbita: oogkas, oribata-as ligt medialer, daarom is de kracht niet recht. Je kunt
de spieren ontbinden in factoren, daarom hebben ze meerdere functies
- Als je naar lateraal kijkt komt de optische as op de orbita-as
- Hechten aan sclera
- Optische as ≠ orbita-as, dus
Spieren maken combinaties van bewegingen
Één beweging is samenwerking met meerdere spieren
- 6 bewegingen door 6 spieren
1. Abductie (LR)
2. Adductie (MR)
3. Elevatie (SR)
4. Depressie (IR)
, 5. Mediorotatie – depressie abductie (SO)
6. Laterorotatie – elevatie abductie (IO)
Oefenen rechter oog
- 1: SR
- 2: SO en IR
- 3: LR
Innervatie van de oogspieren