Hoorcolleges Neuropsychologie 2025
HC 1: Zenuwstelsel
Organisatie zenuwstelsel
Centrale zenuwstelsel (in bot): brein en ruggenmerg
Perifeer zenuwstelsel (buiten bot):
Somatisch zenuwstelsel: willekeurig, perifere zenuwen (interactie lichaam/
buitenwereld), zintuigelijke waarneming en motoriek
Autonoom zenuwstelsel: onwillekeurig, bestuurd klieren en gladde spieren van
organen (hart en darmen), spijsvertering, stofwisseling, verbranding, tempratuur,
aangestuurd vanuit hersenstam
- Sympathische: activiteit, vechten/ vluchten, paraat zijn (adrenaline)
- Parasympatisch: herstel, rust en energiebehoud (spijsvertering)
Spijsvertering: verteren van voedsel tot bruikbare, door lichaam opneembare,
bouwstenen (koolhydraten en eiwitten)
Stofwisseling (metabolisme): bewerken en omvormen van bruikbare voedingsstoffen
(koolhydraten in glucose)
Verbranding: met behulp van zuurstof de voedingsstoffen omzetten in energie, voor
fysieke activiteit, mentale inspanning, hartslag/ adem ect.
Glucose kan worden verbrand of opgeslagen. Afhankelijk van energie behoefte.
Glucose is snelste energie leverancier. Opslag van glucose als er meer glucose
beschikbaar is dan nodig voor energie → bv als glycogeen in lever- en
spiercellen, als eiwitten in spierweefsel.
Hypothalamus- hypofyse-bijnier-systeem (HPA-as): → adrenaline↑ (hormoon dat
belangrijke rol speelt bij actief worden van sympathisch deel van autonome ZS)
Polyvagaal-theorie: richt zich vooral op het parasympathische deel, specifiek op de rol
van de nervus vagus.
Kern: parasympathische systeem gaat niet alleen gaat over rust en herstel, maar
kent twee verschillende responsen:
1. Ventrale (buik) vagale staat, gereguleerd door ventrale tak van nervus vagus
(evolutionair nieuwer)
• Ondersteunt niet alleen rust en herstel, maar ook ontspanning, sociale
verbondenheid, communicatie en co-regulatie (wederzijdse beïnvloeding van elkaars
emotionele en fysiologische toestand, door bv lichaamstaal, ter bevordering van
veiligheid en ontspanning)
• Kan remmende invloed hebben op fight/flight-respons
2. Dorsale (rug) vagale staat, gereguleerd door dorsale tak van nervus vagus
(evolutionair ouder)
• Geactiveerd bij extreme dreiging/stress, en kan leiden tot niet alleen
passiviteit en energiebesparing, maar ook tot bevriezing/shutdown- reacties (‘freeze’) en
zelfs dissociatie (mentale en/of emotionele loskoppeling van jezelf, je lichaam en/of de
omgeving)
Dus: Parasympathische systeem werkt dus niet altijd kalmerend, maar kan
ook leiden tot verdoving en dissociatie bij extreme stress.
De nervus vagus reguleert je hartslag en bloeddruk, je spijsvertering, je ademhaling
maar heeft ook invloed op je AAN en UIT knop.
Ruggenmergzenuwen (spinale zenuwen) → perifeer ZS
o 31 paar (een voor de R- en een voor de L-kant van lichaam)
o Zenuwen die via het ruggenmerg uit- en in het CZS treden, en die signalen van de
hersenen naar het lichaam (UIT) of van het lichaam naar de hersenen sturen (IN)
- Zenuwen die prikkels vervoeren van het brein naar de spieren/organen:
efferente (motorische) zenuwen (UIT)
1
, - Zenuwen die (somatosensorische/gevoels-) prikkels aanvoeren vanuit de
zintuigen naar het brein: afferente (sensorische) zenuwen (IN)
X Exteroceprieve prikkels vanuit buitenwereld (bv tast, druk, pijn, temperatuur)
X Interoceptieve prikkels van binnenuit het lichaam (posities/beweging/houding/
balans van lichaam/ledematen/gewrichten/spieren/...)
X Maar ook de zenuwbanen van de organen (hart, darmen ect) naar hersenen!
Hersenzenuwen (craniale zenuwen of kopzenuwen) → perifeer ZS
o 12 paar
o Zenuwen die niet via het ruggenmerg maar ‘via het hoofd’ uit- en in het CZS treden
o Twaalf tweetallen zenuwen (één voor rechter- en één voor linkerkant van het hoofd) die
rechtstreeks uit de hersenen ontspringen (motorische hersenzenuwkernen in de
hersenstam) en naar het hoofd lopen (motorische zenuwen) (UIT) of rechtstreeks
zintuigelijke signalen van het hoofd (ogen/oren/neus/tong/huid) naar de hersenen
vervoeren (sensorische zenuwen) (IN)
Structuur van de hersenen (neuroanatomie)
Neuronen: informatieverwerkers; signalen ontvangen, verwerken/integreren en
verwerken/ doorgeven
- Dendrieten (vertakkingen, IN)- cellichaam- axon (kan ook vertakken, UIT)
- Synaps is waar het contactpunt is tussen neuronen
Gliacellen: ondersteuners van neuronen
Zenuw: grote verzameling axonen/ neuronen, dit samen een route afleggen buiten brein
Neuronen vormen complexe netwerken en dit is sleutel tot begrijpen brein.
Functies van de hersenen
- Input: verwerken, filteren, integreren van en betekenis geven aan, prikkels uit de
omgeving
- Interne representatie: optelsom van ervaringen van omgevingsprikkels creëren;
geheugenvorming/ leervermogen, verwachtingen/ voorspelling
- Output: produceren van gedrag/ interactie met omgeving
Mentale representatie: structuur van werkelijkheid begrijpen, dit inzicht omzetten in een
intern model van hoe wereld werkt. Oorzaak-gevolg, voorspellingen ect.
Materialistische breintheorie: alles (zielleven, gedachten, gevoelens, ervaringen)
reduceren tot materie/ stof die gemeten kan worden (stofjes en stroompjes)
Het perifere ZS is het ZS buiten de botten en bestaat uit de hersenzenuwen
(buiten de schedel) en ruggenmergzenuwen (buiten de wervelkolom), dus strikt
genomen geldt: zenuwen die door het ruggenmergkanaal lopen ≠ ruggenmergzenuwen
Ruggenmerg: deel van centrale zenuwstelsel dat zich niet in schedel maar in kanaal/holte
Het ruggenmergkanaal wordt gevormd door op één lijn liggende gaten in opeenvolgende
wervels, die door banden en spieren op hun plaats worden gehouden
- Zenuwen die door het ruggenmergkanaal lopen, vervoeren motorische en sensorische
informatie van en naar het brein (uit- en intredende zenuwen)
- Zenuwen lopen door de segmenten in ruggenmerg
Zintuigelijk van lichaam naar brein door ruggenmerg of uit ruggenmerg naar lichaam.
Ruggenmergzenuw: als bundel sensorische axonen samenloopt met motorische axonen
2
,Grijze stof: cellichamen van neuronen (sensorisch of motorisch)
Witte stof: zenuwbanen, buitenkant
Reflex= directe doorschakeling zintuigelijk signaal naar motorische neuronen
Neuroblocks: onzin die zich voordoet als neuropsychologie
3
, HC 2: De hersenen
Anterior: voorkant
Posterior: achterkant
Lateral: buitenkant
Mediaal: midden, binnenkant
Ventraal: buikzijde
Dorsaal: boven
Dendrieten = input
Axon = output
Grijze stof = vooral cellichamen
en dendrieten + bloedvaten
Witte stof = axonen met
myeline
Kleine (cerebellum) en grote
hersenen (rest).
Geplooide buitenste laag grote hersenen= schors of cerebrale cortex
Gyrus = winding/ plooi, sulcus= groeven, fissuur = diepe sulcus
Neo-cortex= cortex van primaten (apen en mensen)
Voor auditieve informatie ook enkele ipsilaterale verbindingen (dat het aan dezelfde kant
in het brein aankomt als welke kant dit wordt gehoord).
Aansturing ledematen, informatie ogen en tast allemaal gekruist (contra-lateraal).
Brein is zowel symmetrisch als asymmetrisch.
Hemisferen verschillen in functie én structuur, maar werken wel als een geïntegreerd
systeem. Soortgelijke (homotope) gebieden aan weerszijden van het brein verwerken
gelijksoortige informatie. Deze soortgelijke gebieden verwerken de informatie
vaak op een andere manier.
Links= taal, rationeel denken, verwerking inhoud van spraak
Rechts = intuïtie, muzikaal, verwerken bij intonatie spraak
Corpus callosum: verbindingsvezels tussen de twee hemisferen
Hersenkern (nucleus): groep cellichamen die bij elkaar liggen en soortgelijke functie
vervullen (soms lineair georganiseerd in lagen)
Hersengebied: zelfde als hersenkern maar dan groot
Zenuw: grote verzameling axonen die dezelfde route afleggen buiten brein
Tractus: idem als ‘zenuw’ maar dan binnen het brein
Afferente zenuwen: voeren informatie AAN
- Somatisch ZS: visuele informatie (hersenzenuw) of tastinformatie
(ruggenmergzenuw)
- Autonoom ZS: bv, zenuwbanen van het hart, darmen, etc, naar de hersenen
Efferente zenuwen: voeren informatie AF
- Somatisch ZS: bv, commando’s voor de spieren vanuit de hersenen (kan
ruggenmergzenuw of hersenzenuw zijn)
- Autonoom ZS: bv, impulsen naar de organen en klieren (ruggenmergzenuw of
hersenzenuw [<-> NB ook klieren i/h hoofd]
Tracts: binnen het brein
- Kwab x – kwab x (associatiebanen)
- Kwab x – kwab y (bv inferior longitudinal tract)
- Interhemisferisch (commissuren: corpus callosum, anterior commissure)
- Corticaal – subcorticaal (projectiebanen)
4
HC 1: Zenuwstelsel
Organisatie zenuwstelsel
Centrale zenuwstelsel (in bot): brein en ruggenmerg
Perifeer zenuwstelsel (buiten bot):
Somatisch zenuwstelsel: willekeurig, perifere zenuwen (interactie lichaam/
buitenwereld), zintuigelijke waarneming en motoriek
Autonoom zenuwstelsel: onwillekeurig, bestuurd klieren en gladde spieren van
organen (hart en darmen), spijsvertering, stofwisseling, verbranding, tempratuur,
aangestuurd vanuit hersenstam
- Sympathische: activiteit, vechten/ vluchten, paraat zijn (adrenaline)
- Parasympatisch: herstel, rust en energiebehoud (spijsvertering)
Spijsvertering: verteren van voedsel tot bruikbare, door lichaam opneembare,
bouwstenen (koolhydraten en eiwitten)
Stofwisseling (metabolisme): bewerken en omvormen van bruikbare voedingsstoffen
(koolhydraten in glucose)
Verbranding: met behulp van zuurstof de voedingsstoffen omzetten in energie, voor
fysieke activiteit, mentale inspanning, hartslag/ adem ect.
Glucose kan worden verbrand of opgeslagen. Afhankelijk van energie behoefte.
Glucose is snelste energie leverancier. Opslag van glucose als er meer glucose
beschikbaar is dan nodig voor energie → bv als glycogeen in lever- en
spiercellen, als eiwitten in spierweefsel.
Hypothalamus- hypofyse-bijnier-systeem (HPA-as): → adrenaline↑ (hormoon dat
belangrijke rol speelt bij actief worden van sympathisch deel van autonome ZS)
Polyvagaal-theorie: richt zich vooral op het parasympathische deel, specifiek op de rol
van de nervus vagus.
Kern: parasympathische systeem gaat niet alleen gaat over rust en herstel, maar
kent twee verschillende responsen:
1. Ventrale (buik) vagale staat, gereguleerd door ventrale tak van nervus vagus
(evolutionair nieuwer)
• Ondersteunt niet alleen rust en herstel, maar ook ontspanning, sociale
verbondenheid, communicatie en co-regulatie (wederzijdse beïnvloeding van elkaars
emotionele en fysiologische toestand, door bv lichaamstaal, ter bevordering van
veiligheid en ontspanning)
• Kan remmende invloed hebben op fight/flight-respons
2. Dorsale (rug) vagale staat, gereguleerd door dorsale tak van nervus vagus
(evolutionair ouder)
• Geactiveerd bij extreme dreiging/stress, en kan leiden tot niet alleen
passiviteit en energiebesparing, maar ook tot bevriezing/shutdown- reacties (‘freeze’) en
zelfs dissociatie (mentale en/of emotionele loskoppeling van jezelf, je lichaam en/of de
omgeving)
Dus: Parasympathische systeem werkt dus niet altijd kalmerend, maar kan
ook leiden tot verdoving en dissociatie bij extreme stress.
De nervus vagus reguleert je hartslag en bloeddruk, je spijsvertering, je ademhaling
maar heeft ook invloed op je AAN en UIT knop.
Ruggenmergzenuwen (spinale zenuwen) → perifeer ZS
o 31 paar (een voor de R- en een voor de L-kant van lichaam)
o Zenuwen die via het ruggenmerg uit- en in het CZS treden, en die signalen van de
hersenen naar het lichaam (UIT) of van het lichaam naar de hersenen sturen (IN)
- Zenuwen die prikkels vervoeren van het brein naar de spieren/organen:
efferente (motorische) zenuwen (UIT)
1
, - Zenuwen die (somatosensorische/gevoels-) prikkels aanvoeren vanuit de
zintuigen naar het brein: afferente (sensorische) zenuwen (IN)
X Exteroceprieve prikkels vanuit buitenwereld (bv tast, druk, pijn, temperatuur)
X Interoceptieve prikkels van binnenuit het lichaam (posities/beweging/houding/
balans van lichaam/ledematen/gewrichten/spieren/...)
X Maar ook de zenuwbanen van de organen (hart, darmen ect) naar hersenen!
Hersenzenuwen (craniale zenuwen of kopzenuwen) → perifeer ZS
o 12 paar
o Zenuwen die niet via het ruggenmerg maar ‘via het hoofd’ uit- en in het CZS treden
o Twaalf tweetallen zenuwen (één voor rechter- en één voor linkerkant van het hoofd) die
rechtstreeks uit de hersenen ontspringen (motorische hersenzenuwkernen in de
hersenstam) en naar het hoofd lopen (motorische zenuwen) (UIT) of rechtstreeks
zintuigelijke signalen van het hoofd (ogen/oren/neus/tong/huid) naar de hersenen
vervoeren (sensorische zenuwen) (IN)
Structuur van de hersenen (neuroanatomie)
Neuronen: informatieverwerkers; signalen ontvangen, verwerken/integreren en
verwerken/ doorgeven
- Dendrieten (vertakkingen, IN)- cellichaam- axon (kan ook vertakken, UIT)
- Synaps is waar het contactpunt is tussen neuronen
Gliacellen: ondersteuners van neuronen
Zenuw: grote verzameling axonen/ neuronen, dit samen een route afleggen buiten brein
Neuronen vormen complexe netwerken en dit is sleutel tot begrijpen brein.
Functies van de hersenen
- Input: verwerken, filteren, integreren van en betekenis geven aan, prikkels uit de
omgeving
- Interne representatie: optelsom van ervaringen van omgevingsprikkels creëren;
geheugenvorming/ leervermogen, verwachtingen/ voorspelling
- Output: produceren van gedrag/ interactie met omgeving
Mentale representatie: structuur van werkelijkheid begrijpen, dit inzicht omzetten in een
intern model van hoe wereld werkt. Oorzaak-gevolg, voorspellingen ect.
Materialistische breintheorie: alles (zielleven, gedachten, gevoelens, ervaringen)
reduceren tot materie/ stof die gemeten kan worden (stofjes en stroompjes)
Het perifere ZS is het ZS buiten de botten en bestaat uit de hersenzenuwen
(buiten de schedel) en ruggenmergzenuwen (buiten de wervelkolom), dus strikt
genomen geldt: zenuwen die door het ruggenmergkanaal lopen ≠ ruggenmergzenuwen
Ruggenmerg: deel van centrale zenuwstelsel dat zich niet in schedel maar in kanaal/holte
Het ruggenmergkanaal wordt gevormd door op één lijn liggende gaten in opeenvolgende
wervels, die door banden en spieren op hun plaats worden gehouden
- Zenuwen die door het ruggenmergkanaal lopen, vervoeren motorische en sensorische
informatie van en naar het brein (uit- en intredende zenuwen)
- Zenuwen lopen door de segmenten in ruggenmerg
Zintuigelijk van lichaam naar brein door ruggenmerg of uit ruggenmerg naar lichaam.
Ruggenmergzenuw: als bundel sensorische axonen samenloopt met motorische axonen
2
,Grijze stof: cellichamen van neuronen (sensorisch of motorisch)
Witte stof: zenuwbanen, buitenkant
Reflex= directe doorschakeling zintuigelijk signaal naar motorische neuronen
Neuroblocks: onzin die zich voordoet als neuropsychologie
3
, HC 2: De hersenen
Anterior: voorkant
Posterior: achterkant
Lateral: buitenkant
Mediaal: midden, binnenkant
Ventraal: buikzijde
Dorsaal: boven
Dendrieten = input
Axon = output
Grijze stof = vooral cellichamen
en dendrieten + bloedvaten
Witte stof = axonen met
myeline
Kleine (cerebellum) en grote
hersenen (rest).
Geplooide buitenste laag grote hersenen= schors of cerebrale cortex
Gyrus = winding/ plooi, sulcus= groeven, fissuur = diepe sulcus
Neo-cortex= cortex van primaten (apen en mensen)
Voor auditieve informatie ook enkele ipsilaterale verbindingen (dat het aan dezelfde kant
in het brein aankomt als welke kant dit wordt gehoord).
Aansturing ledematen, informatie ogen en tast allemaal gekruist (contra-lateraal).
Brein is zowel symmetrisch als asymmetrisch.
Hemisferen verschillen in functie én structuur, maar werken wel als een geïntegreerd
systeem. Soortgelijke (homotope) gebieden aan weerszijden van het brein verwerken
gelijksoortige informatie. Deze soortgelijke gebieden verwerken de informatie
vaak op een andere manier.
Links= taal, rationeel denken, verwerking inhoud van spraak
Rechts = intuïtie, muzikaal, verwerken bij intonatie spraak
Corpus callosum: verbindingsvezels tussen de twee hemisferen
Hersenkern (nucleus): groep cellichamen die bij elkaar liggen en soortgelijke functie
vervullen (soms lineair georganiseerd in lagen)
Hersengebied: zelfde als hersenkern maar dan groot
Zenuw: grote verzameling axonen die dezelfde route afleggen buiten brein
Tractus: idem als ‘zenuw’ maar dan binnen het brein
Afferente zenuwen: voeren informatie AAN
- Somatisch ZS: visuele informatie (hersenzenuw) of tastinformatie
(ruggenmergzenuw)
- Autonoom ZS: bv, zenuwbanen van het hart, darmen, etc, naar de hersenen
Efferente zenuwen: voeren informatie AF
- Somatisch ZS: bv, commando’s voor de spieren vanuit de hersenen (kan
ruggenmergzenuw of hersenzenuw zijn)
- Autonoom ZS: bv, impulsen naar de organen en klieren (ruggenmergzenuw of
hersenzenuw [<-> NB ook klieren i/h hoofd]
Tracts: binnen het brein
- Kwab x – kwab x (associatiebanen)
- Kwab x – kwab y (bv inferior longitudinal tract)
- Interhemisferisch (commissuren: corpus callosum, anterior commissure)
- Corticaal – subcorticaal (projectiebanen)
4