Biologie H4 voortplanting en seksualiteit
1. De puberteit
2. Een vrouw
Baarmoeder (uterus): een dikke, gespierde wand die
bekleed is met slijmvlies
Eierstok: hierin vindt de ontwikkeling van de eicellen in de
follikels plaats. Dit begint in de puberteit onder invloed van
hormonen uit de hypofyse.
Eicellen: vrouwelijke geslachtscellen
Clitoris: is gevoelig voor prikkels die een fijn gevoel geven
Buitenste schaamlippen: de dunne huidplooien; in de wand
liggen klieren die bij seksuele opwinding slijm produceren
Buitenste schaamlippen: de behaarde huidplooien
Vagina: is aan de binnenkant bekleed met slijmvlies
Maagdenvlies: een randje weefsel aan het begin van de
vagina.
, 1x per maand een follikel rijp neemt veel vocht op barst open en komt eicel vrij
ovulatie/eisprong (het overblijfsel wordt het gele lichaam genoemd, die hormonen
produceren.)
Een eicel kan niet uit zichzelf bewegen, dus vervoert de eileider hem naar de baarmoeder.
Een eicel blijft na de ovulatie maar 12-24 uur in leven, daarna sterft hij af en worden de resten
opgenomen in het bloed (gebeurt in eileider).
Een eicel is de grootste menselijke cel, omdat het veel reservevoedsel bevat, dat is nodig voor
de eerste ontwikkeling als de eicel wordt bevrucht.
Onder invloed van hormonen worden follikels groter en ontstaan er holten gevuld met vocht.
Uiteindelijk barst een follikel open.
Menstruatie: maandelijks afstoten van baarmoederslijmvlies en bloed
- Dag 1: begin menstruatie, afbraak baarmoederslijmvlies.
- Dag 5 (ong.): begin opbouw baarmoederslijmvlies
- Dag 14b (ong.): ovulatie
- Dag 38: laatste dag van de cyclus, einde opbouw baarmoederslijmvlies
Hormonen: stoffen die de werking van organen regelen
- Hypofyse is een belangrijk hormoonklier voor de voortplantingsorganen
(onderzijde hersenen). Ze zorgen ervoor dat cellen in de wand van de
rijpende follikels estrogenen (vrouwelijke geslachtshormonen)
produceren daardoor ontstaan de secundaire geslachtskenmerken.
Overgang: het geleidelijk minder vaak een eicel ontwikkelen
3. Een man
Balzak: huidplooi met teelballen en bijballen. Lagere temperatuur is gunstig voor de
ontwikkeling van de zaadcellen.
Zaadleider: vervoeren zaadcellen
Zaadblaasjes en prostaat: voegen vocht toe aan de zaadcellen. Zaadblaasjes bevatten ook
voedingsstoffen
Sperma: zaadcellen en vocht
Zwellichamen: zorgen voor een erectie
Hypofyse maakt hormonen aan en er worden dan zaadcellen en testosteron gevormd, waarbij
testosteron weer voor de secundaire geslachtskenmerken zorgt.
Zaadcel: kleinste menselijke cel, kan zichzelf voortbewegen met de zweepstaart.
1. De puberteit
2. Een vrouw
Baarmoeder (uterus): een dikke, gespierde wand die
bekleed is met slijmvlies
Eierstok: hierin vindt de ontwikkeling van de eicellen in de
follikels plaats. Dit begint in de puberteit onder invloed van
hormonen uit de hypofyse.
Eicellen: vrouwelijke geslachtscellen
Clitoris: is gevoelig voor prikkels die een fijn gevoel geven
Buitenste schaamlippen: de dunne huidplooien; in de wand
liggen klieren die bij seksuele opwinding slijm produceren
Buitenste schaamlippen: de behaarde huidplooien
Vagina: is aan de binnenkant bekleed met slijmvlies
Maagdenvlies: een randje weefsel aan het begin van de
vagina.
, 1x per maand een follikel rijp neemt veel vocht op barst open en komt eicel vrij
ovulatie/eisprong (het overblijfsel wordt het gele lichaam genoemd, die hormonen
produceren.)
Een eicel kan niet uit zichzelf bewegen, dus vervoert de eileider hem naar de baarmoeder.
Een eicel blijft na de ovulatie maar 12-24 uur in leven, daarna sterft hij af en worden de resten
opgenomen in het bloed (gebeurt in eileider).
Een eicel is de grootste menselijke cel, omdat het veel reservevoedsel bevat, dat is nodig voor
de eerste ontwikkeling als de eicel wordt bevrucht.
Onder invloed van hormonen worden follikels groter en ontstaan er holten gevuld met vocht.
Uiteindelijk barst een follikel open.
Menstruatie: maandelijks afstoten van baarmoederslijmvlies en bloed
- Dag 1: begin menstruatie, afbraak baarmoederslijmvlies.
- Dag 5 (ong.): begin opbouw baarmoederslijmvlies
- Dag 14b (ong.): ovulatie
- Dag 38: laatste dag van de cyclus, einde opbouw baarmoederslijmvlies
Hormonen: stoffen die de werking van organen regelen
- Hypofyse is een belangrijk hormoonklier voor de voortplantingsorganen
(onderzijde hersenen). Ze zorgen ervoor dat cellen in de wand van de
rijpende follikels estrogenen (vrouwelijke geslachtshormonen)
produceren daardoor ontstaan de secundaire geslachtskenmerken.
Overgang: het geleidelijk minder vaak een eicel ontwikkelen
3. Een man
Balzak: huidplooi met teelballen en bijballen. Lagere temperatuur is gunstig voor de
ontwikkeling van de zaadcellen.
Zaadleider: vervoeren zaadcellen
Zaadblaasjes en prostaat: voegen vocht toe aan de zaadcellen. Zaadblaasjes bevatten ook
voedingsstoffen
Sperma: zaadcellen en vocht
Zwellichamen: zorgen voor een erectie
Hypofyse maakt hormonen aan en er worden dan zaadcellen en testosteron gevormd, waarbij
testosteron weer voor de secundaire geslachtskenmerken zorgt.
Zaadcel: kleinste menselijke cel, kan zichzelf voortbewegen met de zweepstaart.