Biologie H6
§1 de relatie mens en milieu
Ecosysteemdienst = dienst die een ecosysteem aan mensen levert
- Productiedienst (verstrekken van een product door een ecosysteem) drinkwater
- Culturele dienst (gelegenheid tot recreatie)
- Regulerende dienst (dienst die de andere diensten ondersteunt kringloop)
Duurzame ontwikkeling = ontwikkeling of vooruitgang die niet ten koste gaan van mensen of de natuur
- Hergebruik
- Recyclen
De mens kan:
- Elementen toevoegen aan milieu vervuiling
- Elementen onttrekken aan het milieu uitputting
- Milieu veranderen aantasting
Oorzaken milieuvervuiling
- De hoge bevolkingstoename
- Veranderde wijze van leven (industriële productie, chemische en technische ontwikkeling, grootschalige
landbouw, veranderde infrastructuur en welvaartsgroei)
Gevolgen milieuvervuiling
- Versterkt beroep op ecosysteemdiensten
- Vervuiling van lucht, water en bodem door afvalstoffen
- Uitputting van grondstoffen
- Aantasting van landschap natuurlijke ecosystemen in kunstmatige
- Vermindering van de biodiversiteit
- Microplastics in drinkwater en voedsel
- Ontbossing
- overbevissing
,§2 kringlopen
Waterkringloop en fosfaatkringloop:
Koolstofkringloop:
- Producenten nemen CO2 op uit de lucht en produceren
hiermee organische stoffen (planten en cyanobacteriën)
- Consumenten nemen de organische stoffen van andere
organismen op als voedsel (dieren)
- Reducenten breken organische resten af tot anorganische
stoffen (schimmels en heterotrofe bacteriën)
- Detritus = alle dode resten en andere afvalproducten van
organismen
- Door verbranding van fossiele brandstoffen komt extra CO2 in
de koolstofkringloop
Stikstofkringloop:
- Producten nemen stikstof op in nitraationen (NO3-). Consumenten scheiden stikstof uit met hun urine
(als ammoniak, ureum of urinezuur)
- Stikstofassimilatie: uit nitraationen en glucose worden stikstofhoudende organische verbindingen (
eiwitten) opgebouwd.
- Ammonificatie: reducenten breken organische stikstofhoudende verbindingen af tot o.a. ammoniak (NH4)
- Nitrificatie: nitrietbacteriën zetten ammoniak en ammoniumionen om in nitrietionen
- Nitrificerende bacteriën zijn actief in een zuurstofrijke bodem
- Nitraatbacteriën zetten nitrietionen om in nitraationen
- Denitrificatie: denitrificerende bacteriën zetten nitraationen
om in gasvormige stikstof (N2) actief in zuurstofarme bodem
- Stikstofbinding: stikstofbindende bacteriën zetten gasvormige
stikstof om in ammoniak. Met ammoniak kunnen aminozuren
worden gesynthetiseerd.
- Stikstoffixatie (stikstofbinding) kan alleen plaatsvinden onder
anaerobe omstandigheden
Stikstofbindende bacteriën komen vrij leven in de bodem
voor en in de wortelknolletjes van vlinderbloemige planten
Groenbemesting = verbouwen van vlinderbloemige
planten op grond die arm is aan nitraationen
Fotochemische stikstoffixatie: gasvormige stikstof wordt
gebonden tijdens onweer. Stikstof reageert dan met ozon (O3), waarbij nitraat (NO3) ontstaat.
Voor de makkelijke uitleg: kijk op bioknol!!!
, §3 voedselproductie
Verschillende manier om opbrengst van voedingsgewassen hoog te houden:
- Bemesting:
- Door het oogsten van voedingsgewassen en uitspoeling worden mineralen onttrokken aan de kringloop
van stoffen op landbouwgrond. Door te bemesten met bijv. stalmest worden mineralen (vooral
stikstofhoudende mineralen en fosfaten) toegevoegd.
- Bodembewerking:
- Plantenwortels kunnen beter in de bodem doordringen, er komt meer lucht in de bodem die vervolgens
de mineralisatie weer bevorderd
- Bescherming tegen en plagen:
- Chemische bestrijding met pesticiden (herbiciden en insectiden)
- Voordeel; effectieve bestrijdingsmethode
- Nadeel; meestal niet soort specifiek, resistentie, vaak persistent met als gevolg accumulatie
- Mechanische bestrijding met werktuigen, machines en gereedschap:
- Voordeel; minder gifstoffen
- Nadeel; uitstoting co2
- Biologische bestrijding:
- Gebruik van natuurlijk vijanden, lokken met geur en geluiden en vruchtwisseling
- Biotechnologie:
- Veredeling en fokken
- Genetische modificatie
Gangbare landbouw
- Monocultuur: grote landbouwarealen met 1 soort gewas
- Voordeel; efficiënte bewerking van het land
- Nadeel; grotere kans op ziekten en plagen, want voldoende voedsel
- Veel pesticiden en kustmest gebruikt
- Niet-grondgebonden veehouderij: veel dieren in grote stallen, weinig grond, inkoop veevoer
- Voordeel; veel en goedkoop voedsel
- Nadeel; mestoverschot
Biologische landbouw
- Geen monoculturen
- Afwisselende gewassen op kleine arealen
- Geen gebruik pesticiden, biologische bestrijding
- Geen kunstmest, alleen stalmest
- Geen intensieve veeteelt
Zelfreinigend vermogen van water: mineralisatie van organische afvalstoffen door reducenten
Eutrofiëring = sterke toename van de hoeveelheid mineralen (vooral fosfaat en nitraat in opp. Water)
- Oorzaken:
- Overbemesting met stalmest. Afspoeling: een deel van de mest spoelt van het land af naar de
wateroppervlakte, gevolg door mineralisatie. Uitspoeling: na mineralisatie van de mest spoelt een deel
van de mineralen uit via het grondwater naar de wateroppervlakte.
- Bemesting met kunstmest: door afspoeling of uitspoeling komen mineralen via het grondwater terecht
in wateroppervlakte
- Gevolgen:
- Verandering van de soortensamenstelling
- Waterbloei
§1 de relatie mens en milieu
Ecosysteemdienst = dienst die een ecosysteem aan mensen levert
- Productiedienst (verstrekken van een product door een ecosysteem) drinkwater
- Culturele dienst (gelegenheid tot recreatie)
- Regulerende dienst (dienst die de andere diensten ondersteunt kringloop)
Duurzame ontwikkeling = ontwikkeling of vooruitgang die niet ten koste gaan van mensen of de natuur
- Hergebruik
- Recyclen
De mens kan:
- Elementen toevoegen aan milieu vervuiling
- Elementen onttrekken aan het milieu uitputting
- Milieu veranderen aantasting
Oorzaken milieuvervuiling
- De hoge bevolkingstoename
- Veranderde wijze van leven (industriële productie, chemische en technische ontwikkeling, grootschalige
landbouw, veranderde infrastructuur en welvaartsgroei)
Gevolgen milieuvervuiling
- Versterkt beroep op ecosysteemdiensten
- Vervuiling van lucht, water en bodem door afvalstoffen
- Uitputting van grondstoffen
- Aantasting van landschap natuurlijke ecosystemen in kunstmatige
- Vermindering van de biodiversiteit
- Microplastics in drinkwater en voedsel
- Ontbossing
- overbevissing
,§2 kringlopen
Waterkringloop en fosfaatkringloop:
Koolstofkringloop:
- Producenten nemen CO2 op uit de lucht en produceren
hiermee organische stoffen (planten en cyanobacteriën)
- Consumenten nemen de organische stoffen van andere
organismen op als voedsel (dieren)
- Reducenten breken organische resten af tot anorganische
stoffen (schimmels en heterotrofe bacteriën)
- Detritus = alle dode resten en andere afvalproducten van
organismen
- Door verbranding van fossiele brandstoffen komt extra CO2 in
de koolstofkringloop
Stikstofkringloop:
- Producten nemen stikstof op in nitraationen (NO3-). Consumenten scheiden stikstof uit met hun urine
(als ammoniak, ureum of urinezuur)
- Stikstofassimilatie: uit nitraationen en glucose worden stikstofhoudende organische verbindingen (
eiwitten) opgebouwd.
- Ammonificatie: reducenten breken organische stikstofhoudende verbindingen af tot o.a. ammoniak (NH4)
- Nitrificatie: nitrietbacteriën zetten ammoniak en ammoniumionen om in nitrietionen
- Nitrificerende bacteriën zijn actief in een zuurstofrijke bodem
- Nitraatbacteriën zetten nitrietionen om in nitraationen
- Denitrificatie: denitrificerende bacteriën zetten nitraationen
om in gasvormige stikstof (N2) actief in zuurstofarme bodem
- Stikstofbinding: stikstofbindende bacteriën zetten gasvormige
stikstof om in ammoniak. Met ammoniak kunnen aminozuren
worden gesynthetiseerd.
- Stikstoffixatie (stikstofbinding) kan alleen plaatsvinden onder
anaerobe omstandigheden
Stikstofbindende bacteriën komen vrij leven in de bodem
voor en in de wortelknolletjes van vlinderbloemige planten
Groenbemesting = verbouwen van vlinderbloemige
planten op grond die arm is aan nitraationen
Fotochemische stikstoffixatie: gasvormige stikstof wordt
gebonden tijdens onweer. Stikstof reageert dan met ozon (O3), waarbij nitraat (NO3) ontstaat.
Voor de makkelijke uitleg: kijk op bioknol!!!
, §3 voedselproductie
Verschillende manier om opbrengst van voedingsgewassen hoog te houden:
- Bemesting:
- Door het oogsten van voedingsgewassen en uitspoeling worden mineralen onttrokken aan de kringloop
van stoffen op landbouwgrond. Door te bemesten met bijv. stalmest worden mineralen (vooral
stikstofhoudende mineralen en fosfaten) toegevoegd.
- Bodembewerking:
- Plantenwortels kunnen beter in de bodem doordringen, er komt meer lucht in de bodem die vervolgens
de mineralisatie weer bevorderd
- Bescherming tegen en plagen:
- Chemische bestrijding met pesticiden (herbiciden en insectiden)
- Voordeel; effectieve bestrijdingsmethode
- Nadeel; meestal niet soort specifiek, resistentie, vaak persistent met als gevolg accumulatie
- Mechanische bestrijding met werktuigen, machines en gereedschap:
- Voordeel; minder gifstoffen
- Nadeel; uitstoting co2
- Biologische bestrijding:
- Gebruik van natuurlijk vijanden, lokken met geur en geluiden en vruchtwisseling
- Biotechnologie:
- Veredeling en fokken
- Genetische modificatie
Gangbare landbouw
- Monocultuur: grote landbouwarealen met 1 soort gewas
- Voordeel; efficiënte bewerking van het land
- Nadeel; grotere kans op ziekten en plagen, want voldoende voedsel
- Veel pesticiden en kustmest gebruikt
- Niet-grondgebonden veehouderij: veel dieren in grote stallen, weinig grond, inkoop veevoer
- Voordeel; veel en goedkoop voedsel
- Nadeel; mestoverschot
Biologische landbouw
- Geen monoculturen
- Afwisselende gewassen op kleine arealen
- Geen gebruik pesticiden, biologische bestrijding
- Geen kunstmest, alleen stalmest
- Geen intensieve veeteelt
Zelfreinigend vermogen van water: mineralisatie van organische afvalstoffen door reducenten
Eutrofiëring = sterke toename van de hoeveelheid mineralen (vooral fosfaat en nitraat in opp. Water)
- Oorzaken:
- Overbemesting met stalmest. Afspoeling: een deel van de mest spoelt van het land af naar de
wateroppervlakte, gevolg door mineralisatie. Uitspoeling: na mineralisatie van de mest spoelt een deel
van de mineralen uit via het grondwater naar de wateroppervlakte.
- Bemesting met kunstmest: door afspoeling of uitspoeling komen mineralen via het grondwater terecht
in wateroppervlakte
- Gevolgen:
- Verandering van de soortensamenstelling
- Waterbloei