Tijd van wereldoorlogen (1900-1950)
Paragraaf 1 Oorlog en crisis
1914-1918: Eerste Wereldoorlog (: een oorlog tussen veel staten die op mondiale schaal gevoerd wordt)
Verstoord machtsevenwicht
19e eeuw: vreedzame periode in Europa.
Grote Europese mogendheden:
Groot-Brittannië;
Frankrijk;
Oostenrijk-Hongarije;
Rusland;
Pruisen.
Streefden naar in stand houden machtsevenwicht: beste garantie voor vrede.
Ging lang goed, ook toen VS economische wereldmacht werd.
VS voerden politiek van isolationisme (: politiek die gericht is op de wens van een land om zich niet te bemoeien met
buitenlandse aangelegenheden).
1871: Duitse eenheidsstaat ontstond onder leiding Pruisen.
Machtsevenwicht werd verstoord door hun snelle economische groei en militarisme (: voorliefde voor alles dat
met het leger te maken heeft, bijvoorbeeld voor uniformen, medailles, parades en discipline).
Door verstoring machtsevenwicht vormden mogendheden bondgenootschappen:
Triple Alliantie/Centralen/Driebond: Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië.
- 1882: ontstaan Driebond.
- Afspraken: internationale politiek op elkaar afstemmen en steunen bij conflicten.
Triple Entente/Geallieerden: Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland.
- Voelden zich bedreigd door Duitsland.
- Duitsland begon aan bouw oorlogsvloot (koloniaal wereldrijk mogelijk maken), Britten zagen bedreiging
voor hun positie op zee.
- Er ontstond wapenwedloop (: een strijd tussen twee of meer landen die elkaar proberen te overtreffen op
het gebied van wapentechnologie, of in het bezit van aantallen wapens).
- Fransen wilden wraak na verlies Frans-Duitse oorlog (1870-1871).
- 1893: Frankrijk en Rusland trokken samen op.
- 1907: Groot-Brittannië sloot zich aan.
Een moord met grote gevolgen
Op de Balkan leefden veel volkeren in veelvolkerenstaten (: staat waarin meerdere volkeren onder hetzelfde
bestuur leven).
Oostenrijk-Hongarije;
Turkse Rijk.
Door nationalisme wilden deze volkeren een onafhankelijke staat.
Rusland ondersteunde nationalisme.
Oostenrijk-Hongarije bestreed nationalisme om te voorkomen dat rijk uiteen zou vallen.
1910: duidelijk dat de Balkan een kruitvat was.
28 juni 1914: moordaanslag op Oostenrijk-Hongaarse kroonprins Franz Ferdinand en vrouw Sophie tijdens bezoek
aan Sarajevo.
Lont van kruitvat aangestoken.
Sarajevo: hoofdstad Bosnië, ingelijfd door Oostenrijk-Hongarije.
Moordenaars: Servische nationalisten, die Bosnië bij Servië wilden voegen.
, Oostenrijk-Hongaarse regering veronderstelde Servisch complot.
Eiste recht op onderzoek in Servië met duizenden agenten.
Servische regering had niks met moordaanslag te maken.
Vreesden (terecht) voor bezetting door ‘agenten’.
Wezen eis af.
Oostenrijk-Hongarije verklaarde oorlog aan Servië.
Door bondgenootschappen raakten veel landen betrokken.
Oorlog was onafwendbaar.
Triple Alliantie plande snelle aanvalsoorlog om Frankrijk te verslaan en zich daarna te richten op Rusland.
Zo zou tweefrontenoorlog (: oorlog waarbij een land aan twee kanten tegelijk moet vechten) voorkomen worden.
Soldaten als kanonnenvoer in loopgraven.
4 augustus 1914: Duitsland trok België binnen.
Snelle en gewelddadige opmars richting Frankrijk.
Dorpen verbrand, burgers geëxecuteerd, helft van Belgen vluchtte.
Begin september 1914: Duitsers in Noord-Frankrijk.
Fransen en Britten stopten Duitse opmars.
Er ontstond een lint van loopgraven van Belgische Noordzeekust tot Frans-Zwitserse grens.
Op commando van generaal verlieten soldaten de loopgraaf en renden op tegenpartij af.
Tegenpartij reageerde met mitrailleurvuur.
Voorafgaand aan grote aanval werden m.b.v. artillerie zware bombardementen uitgevoerd om loopgraven van
vijand te verzwakken.
Meeste aanvallen: geen terreinwinst, veel omgekomen soldaten.
Nieuwe wapens:
Gifgas;
Vlammenwerpers;
Tanks;
Vliegtuigen.
Het laatste oorlogsjaar
Begin 1918: Rusland trok zich terug.
Alle Duitse troepen begonnen grote aanval in westen.
Duitsers doorbraken frontlijnen en rukten tientallen kilometers op.
Duitse opmars stopte vóór grote vorderingen:
Duitse leger was moegestreden;
Amerikaanse soldaten streden mee.
1917: Amerikaanse president Wilson besloot deelname aan oorlog.
Motieven Wilson:
Ideologie: ‘make the world safe for democracy’.
Amerikaanse burgers waren slachtoffer van aanvallen door Duitse onderzeeërs.
11 november 1918: Duitsers tekenden capitulatie (: overgave aan een land of leger) in Compiègne.
De wraak van Versailles
Slechte omstandigheden: veel doden en slechte economie door oorlog en Spaanse Griep.
Overwinnaars onderhandelden over vredesregeling in Parijs.
Paragraaf 1 Oorlog en crisis
1914-1918: Eerste Wereldoorlog (: een oorlog tussen veel staten die op mondiale schaal gevoerd wordt)
Verstoord machtsevenwicht
19e eeuw: vreedzame periode in Europa.
Grote Europese mogendheden:
Groot-Brittannië;
Frankrijk;
Oostenrijk-Hongarije;
Rusland;
Pruisen.
Streefden naar in stand houden machtsevenwicht: beste garantie voor vrede.
Ging lang goed, ook toen VS economische wereldmacht werd.
VS voerden politiek van isolationisme (: politiek die gericht is op de wens van een land om zich niet te bemoeien met
buitenlandse aangelegenheden).
1871: Duitse eenheidsstaat ontstond onder leiding Pruisen.
Machtsevenwicht werd verstoord door hun snelle economische groei en militarisme (: voorliefde voor alles dat
met het leger te maken heeft, bijvoorbeeld voor uniformen, medailles, parades en discipline).
Door verstoring machtsevenwicht vormden mogendheden bondgenootschappen:
Triple Alliantie/Centralen/Driebond: Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Italië.
- 1882: ontstaan Driebond.
- Afspraken: internationale politiek op elkaar afstemmen en steunen bij conflicten.
Triple Entente/Geallieerden: Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland.
- Voelden zich bedreigd door Duitsland.
- Duitsland begon aan bouw oorlogsvloot (koloniaal wereldrijk mogelijk maken), Britten zagen bedreiging
voor hun positie op zee.
- Er ontstond wapenwedloop (: een strijd tussen twee of meer landen die elkaar proberen te overtreffen op
het gebied van wapentechnologie, of in het bezit van aantallen wapens).
- Fransen wilden wraak na verlies Frans-Duitse oorlog (1870-1871).
- 1893: Frankrijk en Rusland trokken samen op.
- 1907: Groot-Brittannië sloot zich aan.
Een moord met grote gevolgen
Op de Balkan leefden veel volkeren in veelvolkerenstaten (: staat waarin meerdere volkeren onder hetzelfde
bestuur leven).
Oostenrijk-Hongarije;
Turkse Rijk.
Door nationalisme wilden deze volkeren een onafhankelijke staat.
Rusland ondersteunde nationalisme.
Oostenrijk-Hongarije bestreed nationalisme om te voorkomen dat rijk uiteen zou vallen.
1910: duidelijk dat de Balkan een kruitvat was.
28 juni 1914: moordaanslag op Oostenrijk-Hongaarse kroonprins Franz Ferdinand en vrouw Sophie tijdens bezoek
aan Sarajevo.
Lont van kruitvat aangestoken.
Sarajevo: hoofdstad Bosnië, ingelijfd door Oostenrijk-Hongarije.
Moordenaars: Servische nationalisten, die Bosnië bij Servië wilden voegen.
, Oostenrijk-Hongaarse regering veronderstelde Servisch complot.
Eiste recht op onderzoek in Servië met duizenden agenten.
Servische regering had niks met moordaanslag te maken.
Vreesden (terecht) voor bezetting door ‘agenten’.
Wezen eis af.
Oostenrijk-Hongarije verklaarde oorlog aan Servië.
Door bondgenootschappen raakten veel landen betrokken.
Oorlog was onafwendbaar.
Triple Alliantie plande snelle aanvalsoorlog om Frankrijk te verslaan en zich daarna te richten op Rusland.
Zo zou tweefrontenoorlog (: oorlog waarbij een land aan twee kanten tegelijk moet vechten) voorkomen worden.
Soldaten als kanonnenvoer in loopgraven.
4 augustus 1914: Duitsland trok België binnen.
Snelle en gewelddadige opmars richting Frankrijk.
Dorpen verbrand, burgers geëxecuteerd, helft van Belgen vluchtte.
Begin september 1914: Duitsers in Noord-Frankrijk.
Fransen en Britten stopten Duitse opmars.
Er ontstond een lint van loopgraven van Belgische Noordzeekust tot Frans-Zwitserse grens.
Op commando van generaal verlieten soldaten de loopgraaf en renden op tegenpartij af.
Tegenpartij reageerde met mitrailleurvuur.
Voorafgaand aan grote aanval werden m.b.v. artillerie zware bombardementen uitgevoerd om loopgraven van
vijand te verzwakken.
Meeste aanvallen: geen terreinwinst, veel omgekomen soldaten.
Nieuwe wapens:
Gifgas;
Vlammenwerpers;
Tanks;
Vliegtuigen.
Het laatste oorlogsjaar
Begin 1918: Rusland trok zich terug.
Alle Duitse troepen begonnen grote aanval in westen.
Duitsers doorbraken frontlijnen en rukten tientallen kilometers op.
Duitse opmars stopte vóór grote vorderingen:
Duitse leger was moegestreden;
Amerikaanse soldaten streden mee.
1917: Amerikaanse president Wilson besloot deelname aan oorlog.
Motieven Wilson:
Ideologie: ‘make the world safe for democracy’.
Amerikaanse burgers waren slachtoffer van aanvallen door Duitse onderzeeërs.
11 november 1918: Duitsers tekenden capitulatie (: overgave aan een land of leger) in Compiègne.
De wraak van Versailles
Slechte omstandigheden: veel doden en slechte economie door oorlog en Spaanse Griep.
Overwinnaars onderhandelden over vredesregeling in Parijs.