Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

AFP kennistoets samenvatting OWE 5

Rating
-
Sold
-
Pages
70
Uploaded on
06-02-2026
Written in
2025/2026

Samenvatting AFP periode 1 en 2. Onderwerpen: erfelijkheid, bevruchting en ontwikkeling, bevalling tot peuter, kinderziektes, basisschool controles ,seksuele ontwikkeling, soas, angststoornissen, diabetes, nieren, darmcarcinoom, inflammatoire darmziektes, reumatische aandoeningen. Duidelijke beknopte samenvatting. Succes met leren!

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

AFP Erfelijkheid Week 1

DNA: De molecule die alle erfelijke informatie bevat. DNA ligt opgerold in
chromosomen.

Chromosoom: Een pakketje DNA.
Elke cel bevat 46 chromosomen (= 23 paren).

Gen: Een stukje DNA dat de code bevat voor één kenmerk (bijv. oogkleur,
bloedgroep).


Geslachtschromosomen (X en Y)

 Vrouwen: XX

 Mannen: XY
Het Y-chromosoom zorgt ervoor dat een embryo mannelijk wordt.



Haploïde (n)

 23 chromosomen

 Komt voor in geslachtscellen (eicel en zaadcel)

 Hebben dus één set chromosomen

Diploïde (2n)

 46 chromosomen

 Alle lichaamscellen

 Bestaan uit twee sets (één van moeder, één van vader)


Allel: Een variant van een gen. Bijv: gen voor oogkleur → allel voor blauw /
bruin.

Homozygoot: Beide allelen zijn gelijk (AA of aa).

Heterozygoot: Beide allelen zijn verschillend (Aa).

Dominant: Een allel dat overheerst. Je hebt er maar één van nodig om
het kenmerk te krijgen (A).

Recessief: Alleen zichtbaar als je twee recessieve allelen hebt (aa).

,Karyogram: Een afbeelding van alle chromosomen van een persoon,
gerangschikt van groot naar klein.
Wordt gebruikt om afwijkingen op te sporen (bijv. trisomie 21).



Oögenese

 Ontwikkeling van eicellen

 Gebeurt in de ovaria (eierstokken)

 Start voor de geboorte, voltooit zich pas bij eisprong

Spermatogenese

 Ontwikkeling van zaadcellen

 Gebeurt in de testes (zaadballen)

 Begint in de puberteit en gaat levenslang door

Gameten

 Verzamelnaam voor geslachtscellen: eicel en zaadcel

 Zijn altijd haploïde (23 chromosomen)




Verschil tussen fenotype en genotype

Genotype: De genetische code die je hebt (bijv. AA, Aa of aa).

Fenotype: Wat je ziet: uiterlijk kenmerk of eigenschap (bijv. bruine ogen).
Fenotype = genotype + omgeving



Crossing-over

Tijdens de meiose (vorming van geslachtscellen) wisselen chromosomen
stukjes DNA met elkaar uit.
→ Dit zorgt voor variatie.
→ Daarom lijken broers en zussen op elkaar, maar zijn ze toch
verschillend.



Negatieve Proces wordt geremd → lichaam houdt balans (bijv.

,terugkoppeling remmen van genexpressie).



Positieve Proces wordt versterkt → steeds meer van hetzelfde
terugkoppeling effect (bijv. activering van replicatie-eiwitten).

Sneeuwbal- Klein DNA-probleem leidt tot steeds grotere genetische
effect afwijkingen, vaak door positieve feedback.




Autosomaal dominante overerving

 Het afwijkende gen ligt op een niet-
geslachtschromosoom (1 t/m 22).

 1 fout allel is al genoeg om de ziekte
te krijgen.

 Kans voor een kind = 50% als één
ouder ziek is.

Voorbeeld: Huntington.



Autosomaal recessieve overerving

 Beide allelen moeten fout zijn (aa).

 Ouders zijn vaak drager (Aa) zonder
klachten.

 Kans dat een kind ziek is: 25%

 Kans dat een kind drager is: 50%

 Kans dat een kind gezond is: 25%

Voorbeeld: Cystic fibrosis (taaislijmziekte).



X-gebonden dominante overerving

 Afwijkend gen ligt op het X-
chromosoom.

 Vrouwen (XX) hebben 2 kansen →
vaker aangedaan.

,  Mannen (XY) krijgen het direct als hun X fout is.

Voorbeeld:

 Zieke moeder: 50% kans voor zonen én dochters

 Zieke vader: geeft zijn X ALTIJD door aan dochters → alle dochters
ziek



X-gebonden recessieve overerving

 Fout allél op X-chromosoom.

 Mannen zijn bijna altijd aangedaan →
zij hebben maar één X.

 Vrouwen zijn vaak draagsters (Xx).

Voorbeeld: hemofilie, Duchenne
spierdystrofie.

Kansverdeling:

 Drager moeder (Xx) + gezonde vader:

o 50% kans zoon ziek

o 50% kans dochter draagster



Dominant: overheerst, zichtbaar bij A of Aa

Recessief: komt alleen tot uiting bij aa

Wat is X-chromosomale overerving?

Een eigenschap/ziekte waarvan het gen op het X-chromosoom ligt.
Mannen zijn kwetsbaarder omdat zij maar één X hebben → één fout allel =
direct ziekte.

crossing over: stamcel 46 chromosomen word uit elkaar getrokken word
niet gekopieerd. Crossing-over is het ruilen van stukjes DNA tussen
chromosomen, waardoor er unieke combinaties van erfelijke
eigenschappen ontstaan

AFP Bevruchting en
ontwikkeling Week 2

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 6, 2026
Number of pages
70
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$13.09
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
eskaschure

Get to know the seller

Seller avatar
eskaschure HAN
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
3 months
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions