,Criminologie
De wetenschappelijke studie van criminaliteit gericht op het verklaren
van strafbaar gedrag; onduidelijke afbakening ondermijnt
vergelijkbaarheid en verklaringskracht.
Criminaliteit
Gedrag dat wettelijk strafbaar is gesteld binnen een tijd en context;
veranderende definities verstoren tijd- en internationale vergelijkingen.
Victimologie
Onderzoek naar slachtofferschap en gevolgen van criminaliteit;
verwaarlozing leidt tot onderschatting van criminaliteitsomvang.
Slachtofferstudie
Analyse van de impact van delicten op slachtoffers; ontbreken beperkt
inzicht in schade en herstelprocessen.
Instrumentele slachtofferstudie
Gebruik van slachtofferenquêtes om totale criminaliteit te schatten;
afwezigheid vergroot het dark number.
Standaardclassificatie van criminaliteit
Gestandaardiseerde indeling van delicten voor vergelijkbaarheid tussen
studies; afwijkingen maken resultaten niet vergelijkbaar.
CBS-standaardclassificatie
Classificatie van criminaliteit op basis van wetsartikelen in hoofd- en
subgroepen; niet toepassen belemmert nationale vergelijking.
Fenomenologie
Wetenschapsopvatting die gedrag onderzoekt vanuit subjectieve beleving
en context; negeren leidt tot betekenisverlies.
Symbolisch interactionisme
Benadering die criminaliteit verklaart via sociale interacties en gedeelde
symbolen; negeren verzwakt begrip van sociale betekenisgeving.
Neopositivisme
Opvatting dat kennis wordt opgebouwd via theorie en empirische
toetsing; ontbreken van toetsing ondermijnt wetenschappelijkheid.
Kritisch rationalisme
Wetenschapsopvatting waarin kennis voorlopig is en theorieën via
falsificatie worden getoetst; niet falsificeren leidt tot dogmatisme.
2
, Empirische cyclus
Systematisch proces van theorie, inductie, deductie, toetsing en
evaluatie; overslaan van stappen verlaagt betrouwbaarheid en validiteit.
Theorie
Samenhangend verklarend kader voor fenomenen; zwakke theorie levert
lage verklaringskracht.
Model
Vereenvoudigde weergave van kernstructuren van de werkelijkheid;
onjuist model veroorzaakt misinterpretatie.
Microniveau
Analyse van individuen als kleinste eenheid; negeren maskeert
individuele mechanismen.
Mesoniveau
Analyse van groepen of contexten gevormd door individuen; negeren
belemmert inzicht in groepsprocessen.
Macroniveau
Analyse van processen boven het individu, zoals instituties; negeren
verhindert begrip van structurele invloeden.
Kwantitatief onderzoek
Onderzoek gericht op meten van hoeveelheden en patronen; onjuiste
toepassing verzwakt verklaringen.
Kwalitatief onderzoek
Onderzoek gericht op aard en betekenis van gedrag; ontbreken beperkt
inzicht in onderliggende mechanismen.
Beschrijvend onderzoek
Onderzoek dat verschijnselen in kaart brengt zonder oorzaakverklaring;
verwarring met verklarend onderzoek leidt tot overschatting.
Verklarend onderzoek
Onderzoek gericht op oorzaak-gevolgrelaties; gebrekkige opzet tast
interne validiteit aan.
Experimenteel onderzoek
Onderzoek waarbij de onderzoeker de oorzaak manipuleert; ethische en
praktische beperkingen beperken toepasbaarheid.
3