,Criminaliteit
Gedragingen die door de wetgever strafbaar zijn gesteld en waarop
formele sancties volgen. Verandert mee met tijd, plaats en politieke
keuzes, waardoor verschuivingen in strafbaarheid ontstaan.
Morele verontwaardiging
Collectieve emotionele reactie op misdrijven waarbij fundamentele
normen worden geschonden. Versterkt normbevestiging, maar kan bij
excessen leiden tot eigenrichting.
Neerwaartse vergelijking
Psychologisch mechanisme waarbij men zich beter voelt door vergelijking
met slachtoffers van misdrijven. Vergroot de aantrekkingskracht van
sensationele misdaadverhalen.
Eigenrichting
Het door burgers zelf bestraffen van vermeende daders buiten het
rechtssysteem om. Ontstaat bij verlies van vertrouwen in overheid en
ondermijnt rechtsstatelijkheid.
Zondebokmechanisme
Proces waarbij collectieve frustraties worden afgereageerd op een dader
of groep. Vergroot sociale spanningen en kan leiden tot discriminatie of
geweld.
Vreemdelingenhaat
Het structureel verbinden van criminaliteit aan etnische minderheden of
migranten. Leidt tot stigmatisering en selectieve handhaving.
Identificatie met de dader
Psychologisch proces waarbij toeschouwers zichzelf herkennen in de
dader. Kan leiden tot overmatige strafroep of juist medeleven, afhankelijk
van morele spanning.
Het koele oog
De wetenschappelijke houding van de criminoloog waarbij afstand wordt
genomen van emoties. Maakt objectieve analyse van criminaliteit en
beleid mogelijk.
Criminologie
De empirische wetenschap die strafbaar gedrag, daders, slachtoffers en
maatschappelijke reacties bestudeert. Richt zich op verklaring,
beschrijving en evaluatie van beleid.
2
,Empirische wetenschap
Wetenschapsbenadering gebaseerd op systematische waarneming en
onderzoek. Garandeert toetsbare en controleerbare kennis over
criminaliteit.
Multidisciplinariteit
Kenmerk van de criminologie waarbij inzichten uit meerdere
wetenschappen worden gecombineerd. Vergroot verklaringskracht, maar
kan leiden tot theoretische spanning.
Relativiteit van criminaliteit
Het gegeven dat wat als criminaliteit geldt cultureel en historisch bepaald
is. Impliceert dat strafrecht geen vaststaand moreel kader is.
Criminalisering
Het strafbaar stellen van gedragingen via wetgeving. Vergroot de
reikwijdte van het strafrecht en beïnvloedt criminaliteitscijfers.
Decriminalisering
Het schrappen van strafbaarstellingen uit de wet. Verkleint formele
criminaliteit zonder dat gedrag noodzakelijk verdwijnt.
Klassieke school
Criminologische stroming die uitgaat van rationele keuze en vrije wil.
Legt nadruk op afschrikking en proportionele, zekere straffen.
Legaliteitsbeginsel
Principe dat straf alleen mogelijk is op basis van vooraf vastgestelde
wetgeving. Beschermt burgers tegen willekeur.
Proportionaliteitsbeginsel
Beginsel dat straf in verhouding moet staan tot het gepleegde delict.
Beperkt excessieve bestraffing.
Positivistische school
Stroming die criminaliteit verklaart vanuit deterministische factoren
buiten de vrije wil. Verschuift focus van schuld naar oorzaak en
behandeling.
Determinisme
Opvatting dat menselijk gedrag wordt bepaald door biologische,
psychologische of sociale factoren. Vermindert individuele
toerekenbaarheid.
3
, Criminele antropologie
Biologisch georiënteerde benadering die criminaliteit koppelde aan
lichamelijke kenmerken. Heeft geleid tot stigmatisering en is
wetenschappelijk verworpen.
Franse milieuschool
Sociologische stroming die criminaliteit verklaart vanuit maatschappelijke
omstandigheden. Benadrukt structurele oorzaken boven individuele
kenmerken.
Socialistische criminologie
Benadering die criminaliteit relateert aan economische ongelijkheid en
machtsverhoudingen. Ziet strafrecht als instrument van dominante
groepen.
Witteboordencriminaliteit
Criminaliteit gepleegd door personen uit hogere maatschappelijke
posities. Onderstreept dat criminaliteit niet beperkt is tot lagere klassen.
Nieuwe Richting
Hervormingsbeweging die klassieke en positivistische ideeën combineert.
Legt nadruk op resocialisatie en maatwerk.
Kritische criminologie
Stroming die strafrecht analyseert als machtsinstrument. Benadrukt
labeling, stigmatisering en secundaire deviantie.
Labeling
Proces waarbij individuen door officiële reacties als crimineel worden
bestempeld. Vergroot de kans op verdere criminaliteit.
Secundaire deviantie
Crimineel gedrag dat voortvloeit uit maatschappelijke reacties op eerder
gedrag. Versterkt uitsluiting en recidive.
Veramerikanisering
Toenemende invloed van Amerikaanse criminologie op Europese theorie
en praktijk. Leidt tot nadruk op empirisch onderzoek en beleidsevaluatie.
Nieuwe zakelijkheid
Na-oorlogse benadering gericht op meetbaarheid en effectiviteit van
beleid. Ontstaat uit teleurstelling in resocialisatie-idealen.
4