,Strafrecht
Het rechtsgebied dat bepaalt welk gedrag strafbaar is en dat de staat de
bevoegdheid geeft om normschendingen met straf te beantwoorden.
Civiel recht
Het rechtsgebied dat rechtsverhoudingen tussen burgers regelt en
herstel of nakoming beoogt bij geschillen, zonder strafoplegging door de
staat.
Bestuursrecht
Het rechtsgebied dat de verhouding regelt tussen overheid en burger bij
bestuursbesluiten en dat handhaving kent via bestuursrechtelijke
sancties.
Openbaar Ministerie
Het staatsorgaan dat exclusief bevoegd is om strafvervolging in te stellen
en daarmee het vervolgingsmonopolie uitoefent.
Eigenrichting
Het zelf afdwingen van recht zonder tussenkomst van bevoegde
autoriteiten, wat het staatsmonopolie op strafhandhaving doorbreekt.
Vergelding
Het strafdoel dat bestaat uit het toevoegen van leed als morele reactie
op een geschonden strafrechtelijke norm.
Preventie
Het strafdoel dat is gericht op het voorkomen van toekomstige strafbare
feiten door beïnvloeding van gedrag.
Speciale preventie
Preventie die is gericht op het voorkomen van herhaling door de
individuele dader.
Generale preventie
Preventie die is gericht op het afschrikken van anderen door zichtbare
strafoplegging.
Materieel strafrecht
Het deel van het strafrecht dat vastlegt welk gedrag strafbaar is en wie
daarvoor strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gehouden.
Formeel strafrecht
Het deel van het strafrecht dat de procedurele regels bevat voor
opsporing, vervolging en berechting.
2
,Sanctierecht
Het deel van het strafrecht dat regelt welke straffen en maatregelen
kunnen worden opgelegd na bewezenverklaring.
Commune strafrecht
Het algemene strafrecht dat voor iedereen geldt en is vastgelegd in het
Wetboek van Strafrecht.
Bijzondere strafwetten
Strafwetten die gelden voor specifieke onderwerpen of sectoren en
aanvullend zijn op het commune strafrecht.
Wet in formele zin
Een wet die tot stand is gekomen door gezamenlijke besluitvorming van
regering en Staten-Generaal.
Wet in materiële zin
Een algemene, bindende overheidsregel ongeacht welk orgaan deze
heeft vastgesteld.
Wetboek van Strafrecht
Het wetboek dat de algemene leerstukken en strafbepalingen van het
materiële strafrecht bevat.
Wetboek van Strafvordering
Het wetboek dat de regels bevat voor het verloop van het strafproces van
opsporing tot tenuitvoerlegging.
Internationaal recht
Rechtsregels tussen staten die Nederland kunnen verplichten tot
strafbaarstelling of bevoegdheidsverlening.
Supranationaal recht
Rechtsregels van internationale organisaties die bindend zijn voor
lidstaten en nationale wetgeving kunnen overrulen.
Hoofdstuk 2 Inleiding materieel strafrecht
Strafbepaling
Een wettelijke norm die een strafbaar feit omschrijft en aangeeft welke
straf daarop is gesteld.
Delictsomschrijving
Het onderdeel van de strafbepaling dat het verboden gedrag nauwkeurig
juridisch afbakent.
3
, Kwalificatie-aanduiding
De juridische benaming van het strafbare feit die volgt na
bewezenverklaring.
Strafbedreiging
Het onderdeel van de strafbepaling dat het soort straf en het wettelijk
maximum vastlegt.
Strafbaar feit
Een menselijke gedraging die valt binnen een wettelijke
delictsomschrijving en die wederrechtelijk en verwijtbaar is.
Vierlagenmodel
Het analytisch model waarin strafbaarheid wordt beoordeeld aan de hand
van menselijke gedraging, delictsomschrijving, wederrechtelijkheid en
schuld.
Menselijke gedraging
Een door een mens verrichte handeling of nalaten dat aan iemand kan
worden toegerekend.
Nalaten
Het achterwege laten van handelen terwijl daartoe een rechtsplicht
bestond, waardoor strafbaarheid kan ontstaan.
Dagvaarding
Het officiële geschrift waarmee de officier van justitie een verdachte
oproept om voor de strafrechter te verschijnen.
Tenlastelegging
De concrete en juridische omschrijving van het verweten strafbare
gedrag waarop de rechter oordeelt.
Wettelijke delictsomschrijving
De wettelijke begrenzing waarbinnen een gedraging moet vallen om
strafbaar te kunnen zijn.
Wederrechtelijkheid
Het in strijd handelen met het recht, waarbij geen rechtvaardiging voor
de gedraging bestaat.
Rechtvaardigingsgrond
Een omstandigheid die de wederrechtelijkheid van een gedraging opheft
en deze rechtmatig maakt.
4