Les 1;
Vermeulen/Lekkerkerker art. 6:162 lid 2 BW (vogelplaagarrest) – Hinder: Lekkerkerker
eigenaar van een boomgaard me fruit. Deze grensde aan de vuilstortplaats van Vermeulen.
Lekkerkerker vordert nu een schadevergoeding op Vermeulen. Vermeulen had een
(Hinderwet)vergunning gekregen.
HR oordeelde dat ondanks dat er een Hinderwetvergunning is afgegeven dat het niet
rechtvaardigt dat naast gelegen percelen hinder moeten dulden. Vermeulen maakt inbreuk
op het eigendomsrecht van Lekkerkerker en moet de schade vergoeden.
Luykx/Bastiaansen (Bijenspat) – Hinder: Een glastuinder deed als beroep gewassen
kweken in kassen. Naast zijn kas hield iemand bijenkasten als hobby. Door bijenspat minder
licht in de kas en schoonmaakkosten. De bijenhouder oefende zijn hobby al uit voordat de
tuinder begon te kweken in kassen.
De vraag of het toebrengen van hinder onrechtmatig is hangt af van de aard, de ernst en
de duur van de hinder en de daardoor toegebrachte schade met verdere omstandigheden
van het geval. En of de beklager over de hinder zich voor of na de hinderveroorzakende
activiteiten heeft gevestigd.
De tuinder moet een zekere mate van hinder maar dulden.
Berg en Dalse watertoren – misbruik van bevoegdheid (3:13 BW) vanwege het doel:
buurman bouwde op zijn eigen perceel een grote Amerikaanse watermolen, maar daar zat
geen reservoir onder. De watermolen was er alleen neergezet om het uitzicht te
beperken.Watertoren moest worden verwijderd en de HR heeft dit bevestigd in het arrest
Berg en Dalse Watertoren II.
Kuipers/De Jongh (Grensoverschrijdende garage) – misbruik van bevoegdheid
vanwege onevenredigheid: garage is paar centimeter op grond van buurman gebouwd.
Buurman vond dat de garage er af moest. Garage-eigenaar vond dit onredelijk. Het belang
om de garage af te breken kost meer geld dan de eigendom die de buurman daarvoor prijs
moet geven. Buurman mocht dus niet vorderen dat dat gedeelte zou worden afgebroken.
Blaauboer/Berlips – onderscheid tussen absolute en relatieve rechten: Recht van
overpad. Eigenaar die toestemming heeft gegeven voor dit recht, verkoopt zijn perceel. De
nieuwe eigenaar wil niet dat de buurman over zijn pad loopt.
HR heeft geoordeeld dat er een persoonlijk recht is gegeven door de vorige eigenaar,
maar een persoonlijk recht kun je niet tegen een opvolgend eigenaar handhaven.
Verkrijg je een goed, dan ben je dus niet gebonden aan de persoonlijke verplichtingen.
Gemeente Heusden: zie les 4.
Les 2:
Hofland/Hennis art. 6:217 BW (aanvaarding aanbod bij advertentie een
koopovereenkomst?): advertentie van een huis voor een bepaalde prijs. Hennis aanvaarde
het aanbod. Hofland zag wie het aanbod had aanvaard en kwam op zijn aanbod terug. Hij
stelde dat er door de aanvaarding geen koopovereenkomst tot stand is gekomen. Hennis
stelt dat hierdoor wel een overeenkomst tot stand is gekomen.
HR oordeelde dat in advertenties waarin een individueel bepaalde zaak voor een
bepaalde prijs te koop wordt aangeboden een uitnodiging tot het doen van een aanbod is.
Advertenties waarin soortzaken worden aangeboden (kilo tomaten of pak melk) gelden wel
als aanbod in de zin van art. 6:217 BW.
- Art. 6:219 lid 2 BW: herroeping kan slechts geschieden zolang aanbod nog niet is
aanvaard en als de aanbod mededeling bevat dat het vrijblijvend is.