Maatschappijwetenschappen
Hoofdstuk 4: Wetenschap
§4.1 Criminaliteit
Criminaliteit: gedrag dat door de overheid strafbaar gesteld is.
Criminaliteit is relatief: per samenleving en tijd verschil. Zo kon je in de 16 e
eeuw niet hacken, en mag je in Singapore geen kauwgom op straat gooien.
Criminaliteit is daarmee dus plaats- en tijdgebonden.
Criminaliteit is een maatschappelijk probleem, omdat de overheid nodig is om
tot een oplossing te komen.
§4.2 Eisen
Voor wetenschappelijk onderzoek gelden eisen waaraan het onderzoek moet
voldoen:
1. Betrouwbaarheid
Een onderzoek is betrouwbaar als bij herhaling dezelfde resultaten naar
boven komen. Het mag ook niet uitmaken wie het onderzoek uitvoert.
2. Validiteit
In een onderzoek moet gemeten worden met helder omschreven standaarden
die verantwoord kunnen worden op basis van eerder onderzoek.
3. Representativiteit
Bij onderzoek wordt niet ‘iedereen of alles’ onderzocht, maar worden er
steekproeven gehouden. Daarbij moet elk kenmerk van een groep mensen
evenveel kans maken om in de steekproef te komen. Steekproeven moeten
aselect zijn: vooraf mag geen selectie plaatsvinden van de te onderzoeken
kenmerken.
4. Generaliseerbaarheid
De steekproef moet ook gegevens opleveren die gelden voor het overige deel
(dat niet meegedaan heeft in het onderzoek). Ook wel externe validiteit
genoemd.
5. Transparantie
Wetenschappers moeten helder zijn over hun manier van onderzoek doen,
hun verzamelde gegevens en hun analyse.
Empirisme: ware kennis komt voort uit waarnemingen (uit de buitenwereld)
Rationalisme: ware kennis komt voort uit de Rede, de ratio, het verstand; de
buitenwereld is chaotisch.
Falsifiëren: zoeken naar waarnemingen die een theorie ontkrachten.
Paradigma: het onderliggende idee van een groep theorieën over de
werkelijkheid en hoe die bestudeerd dient te worden.
§4.3 Vraagstukken maatschappijwetenschappen
Vormingsvraagstuk: hoe wordt een identiteit ontwikkeld?
Bindingsvraagstuk: hoe zijn mensen verbonden in een samenleving?
Veranderingsvraagstuk: hoe verandert een samenleving en waardoor wordt
dat bepaald?
Verhoudingsvraagstuk: hoe onderscheiden mensen zich van elkaar en hoe
gaat de samenleving daarmee om?
Hoofdstuk 4: Wetenschap
§4.1 Criminaliteit
Criminaliteit: gedrag dat door de overheid strafbaar gesteld is.
Criminaliteit is relatief: per samenleving en tijd verschil. Zo kon je in de 16 e
eeuw niet hacken, en mag je in Singapore geen kauwgom op straat gooien.
Criminaliteit is daarmee dus plaats- en tijdgebonden.
Criminaliteit is een maatschappelijk probleem, omdat de overheid nodig is om
tot een oplossing te komen.
§4.2 Eisen
Voor wetenschappelijk onderzoek gelden eisen waaraan het onderzoek moet
voldoen:
1. Betrouwbaarheid
Een onderzoek is betrouwbaar als bij herhaling dezelfde resultaten naar
boven komen. Het mag ook niet uitmaken wie het onderzoek uitvoert.
2. Validiteit
In een onderzoek moet gemeten worden met helder omschreven standaarden
die verantwoord kunnen worden op basis van eerder onderzoek.
3. Representativiteit
Bij onderzoek wordt niet ‘iedereen of alles’ onderzocht, maar worden er
steekproeven gehouden. Daarbij moet elk kenmerk van een groep mensen
evenveel kans maken om in de steekproef te komen. Steekproeven moeten
aselect zijn: vooraf mag geen selectie plaatsvinden van de te onderzoeken
kenmerken.
4. Generaliseerbaarheid
De steekproef moet ook gegevens opleveren die gelden voor het overige deel
(dat niet meegedaan heeft in het onderzoek). Ook wel externe validiteit
genoemd.
5. Transparantie
Wetenschappers moeten helder zijn over hun manier van onderzoek doen,
hun verzamelde gegevens en hun analyse.
Empirisme: ware kennis komt voort uit waarnemingen (uit de buitenwereld)
Rationalisme: ware kennis komt voort uit de Rede, de ratio, het verstand; de
buitenwereld is chaotisch.
Falsifiëren: zoeken naar waarnemingen die een theorie ontkrachten.
Paradigma: het onderliggende idee van een groep theorieën over de
werkelijkheid en hoe die bestudeerd dient te worden.
§4.3 Vraagstukken maatschappijwetenschappen
Vormingsvraagstuk: hoe wordt een identiteit ontwikkeld?
Bindingsvraagstuk: hoe zijn mensen verbonden in een samenleving?
Veranderingsvraagstuk: hoe verandert een samenleving en waardoor wordt
dat bepaald?
Verhoudingsvraagstuk: hoe onderscheiden mensen zich van elkaar en hoe
gaat de samenleving daarmee om?