Maatschappijwetenschappen
Hoofdstuk 3: De ene samenleving en de andere
§3.1 Cultuur
Cultuur = het geheel van voorstellingen, uitdrukkingsvormen, opvattingen,
waarden en normen die mensen als lid van een groep of samenleving hebben
verworven.
Elementen cultuur:
o Wat mensen in hun hoofd meedragen:
waarden (vrijheid, gelijkheid), opvattingen (links, rechts), voorstellingen
(WOII, Piet Heyn)
o Wat je aan de buitenkant kunt zien en merken:
uitdrukkingsvormen (symbolen, vlaggen, taal)
o Hoe gedrag geregeld wordt:
normen (regels die horen bij waarden), instituties (regels rondom
huwelijk)
Elementen cultuur bestaan in twee vormen: materieel en immaterieel.
Materiële aspecten zijn tastbaar en concreet, zoals symbolen en taal.
Cultuur wordt overgedragen door socialisatie van generatie op generatie.
Cultuur is echter niet onveranderlijk. Cultuur is relatief, het is plaats- en
tijdgebonden.
Dominante Elementen in een cultuur die op het gebied van taal, politiek,
cultuur recht en economie het meest gemeengoed zijn.
Subcultuur Kleine culturen die passen in de dominante cultuur.
gezin, school, sport, provincies, regio’s
Tussencultuur Immigranten: dragen nog steeds oude cultuur, maar nemen
snel meer elementen over (generaties) acculturatie.
Tegencultuur Mensen willen niet horen bij de dominante cultuur, gaan zich
hier tegen afzetten.
§3.2 Nature-nurture
Nature = aangeboren eigenschap/kenmerken
Nurture = aangeleerde eigenschappen/kenmerken
De vraag of eigenschappen van mensen meer worden bepaald door natuur of
cultuur staat centraal in het nature-nurture-debat.
debat gaat over: is gedrag aangeleerd of aangeboren?
o Hitler: nature kamp Arische ras beter
o Merton: nurture kamp Anomietheorie
§3.3 Dimensies van Hofstede
Culturen gaan op verschillende manieren om met maatschappelijke
problemen en ontwikkelingen. Onderzoeker Hofstede heeft onderzoek
gedaan en concludeerde dat er patronen bestaan in cultuurverschillen: de
dimensies van Hofstede.
Hoofdstuk 3: De ene samenleving en de andere
§3.1 Cultuur
Cultuur = het geheel van voorstellingen, uitdrukkingsvormen, opvattingen,
waarden en normen die mensen als lid van een groep of samenleving hebben
verworven.
Elementen cultuur:
o Wat mensen in hun hoofd meedragen:
waarden (vrijheid, gelijkheid), opvattingen (links, rechts), voorstellingen
(WOII, Piet Heyn)
o Wat je aan de buitenkant kunt zien en merken:
uitdrukkingsvormen (symbolen, vlaggen, taal)
o Hoe gedrag geregeld wordt:
normen (regels die horen bij waarden), instituties (regels rondom
huwelijk)
Elementen cultuur bestaan in twee vormen: materieel en immaterieel.
Materiële aspecten zijn tastbaar en concreet, zoals symbolen en taal.
Cultuur wordt overgedragen door socialisatie van generatie op generatie.
Cultuur is echter niet onveranderlijk. Cultuur is relatief, het is plaats- en
tijdgebonden.
Dominante Elementen in een cultuur die op het gebied van taal, politiek,
cultuur recht en economie het meest gemeengoed zijn.
Subcultuur Kleine culturen die passen in de dominante cultuur.
gezin, school, sport, provincies, regio’s
Tussencultuur Immigranten: dragen nog steeds oude cultuur, maar nemen
snel meer elementen over (generaties) acculturatie.
Tegencultuur Mensen willen niet horen bij de dominante cultuur, gaan zich
hier tegen afzetten.
§3.2 Nature-nurture
Nature = aangeboren eigenschap/kenmerken
Nurture = aangeleerde eigenschappen/kenmerken
De vraag of eigenschappen van mensen meer worden bepaald door natuur of
cultuur staat centraal in het nature-nurture-debat.
debat gaat over: is gedrag aangeleerd of aangeboren?
o Hitler: nature kamp Arische ras beter
o Merton: nurture kamp Anomietheorie
§3.3 Dimensies van Hofstede
Culturen gaan op verschillende manieren om met maatschappelijke
problemen en ontwikkelingen. Onderzoeker Hofstede heeft onderzoek
gedaan en concludeerde dat er patronen bestaan in cultuurverschillen: de
dimensies van Hofstede.