Maatschappijwetenschappen
Hoofdstuk 2: de samenleving en wij
§2.1 Groepsvorming
Mensen kunnen niet alles alleen, ze zijn afhankelijk van elkaar. Daarom zijn
ze aan elkaar verbonden. Er zijn vier soorten bindingen:
o Affectieve bindingen
Emotionele bindingen. Verwijzen naar gevoelens om ergens bij te
horen, zoals familie, vrienden of Nederland.
o Cognitieve bindingen
Bindingen op het gebied van kennis. leerlingen van leraren,
patiënten van artsen.
o Economische bindingen
Bindingen die te maken hebben met werk, met goederen die ze nodig
hebben voor hun bestaan.
o Politieke bindingen
Bindingen die te maken hebben met zaken die geregeld moeten
worden. Bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, zorg of verkeer.
Sommige relaties kunnen bestaan uit meerdere soorten bindingen. Met
ouders hebben kinderen bijvoorbeeld een affectieve, economische en
cognitieve band.
De bindingen die mensen met elkaar hebben kunnen ertoe leiden dat mensen
een groep vormen. Dat kan gebeuren als mensen iets met elkaar delen,
gemeenschappelijke waarden hebben of gelijke ervaringen hebben.
Mensen die horen bij dezelfde groep delen iets met elkaar en beïnvloeden
elkaar = groepsvorming.
mensen die bij een groep willen horen, passen hun gedrag aan de
groepsnorm aan en beïnvloeden zelf ook weer de groepsnorm.
Bij een groep kan in- en uitsluiting plaatsvinden: sommige mensen horen
wel bij de groep, anderen duidelijk niet.
o Groep mensen die erbij hoort: ingroup binding,
gemeenschappelijke sociale identiteit.
o Groep mensen die er niet bijhoort: outgroup vaak een soort
strijd/competitie mee. Bestaan vaak stereotypen en vooroordelen over.
Stereotype: vaststaande gegeneraliseerde beelden en ideeën
over een groep mensen.
Vooroordeel: vooringenomen idee over een groep mensen (dus
geen feiten).
Sociale controle mensen brengen/dwingen anderen ertoe zich te houden
aan de normen van de groep. Als mensen zich aan de normen houden wordt
de binding vaak sterker.
o Formele sociale controle
Vanuit beroep of functie wordt gewezen op de regels (gebaseerd op
wetten).
o Informele sociale controle
Groepsleden wijzen elkaar op de waarden en normen van de groep.
Hoofdstuk 2: de samenleving en wij
§2.1 Groepsvorming
Mensen kunnen niet alles alleen, ze zijn afhankelijk van elkaar. Daarom zijn
ze aan elkaar verbonden. Er zijn vier soorten bindingen:
o Affectieve bindingen
Emotionele bindingen. Verwijzen naar gevoelens om ergens bij te
horen, zoals familie, vrienden of Nederland.
o Cognitieve bindingen
Bindingen op het gebied van kennis. leerlingen van leraren,
patiënten van artsen.
o Economische bindingen
Bindingen die te maken hebben met werk, met goederen die ze nodig
hebben voor hun bestaan.
o Politieke bindingen
Bindingen die te maken hebben met zaken die geregeld moeten
worden. Bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, zorg of verkeer.
Sommige relaties kunnen bestaan uit meerdere soorten bindingen. Met
ouders hebben kinderen bijvoorbeeld een affectieve, economische en
cognitieve band.
De bindingen die mensen met elkaar hebben kunnen ertoe leiden dat mensen
een groep vormen. Dat kan gebeuren als mensen iets met elkaar delen,
gemeenschappelijke waarden hebben of gelijke ervaringen hebben.
Mensen die horen bij dezelfde groep delen iets met elkaar en beïnvloeden
elkaar = groepsvorming.
mensen die bij een groep willen horen, passen hun gedrag aan de
groepsnorm aan en beïnvloeden zelf ook weer de groepsnorm.
Bij een groep kan in- en uitsluiting plaatsvinden: sommige mensen horen
wel bij de groep, anderen duidelijk niet.
o Groep mensen die erbij hoort: ingroup binding,
gemeenschappelijke sociale identiteit.
o Groep mensen die er niet bijhoort: outgroup vaak een soort
strijd/competitie mee. Bestaan vaak stereotypen en vooroordelen over.
Stereotype: vaststaande gegeneraliseerde beelden en ideeën
over een groep mensen.
Vooroordeel: vooringenomen idee over een groep mensen (dus
geen feiten).
Sociale controle mensen brengen/dwingen anderen ertoe zich te houden
aan de normen van de groep. Als mensen zich aan de normen houden wordt
de binding vaak sterker.
o Formele sociale controle
Vanuit beroep of functie wordt gewezen op de regels (gebaseerd op
wetten).
o Informele sociale controle
Groepsleden wijzen elkaar op de waarden en normen van de groep.