Nederlandse taal en literatuur 4VWO
Cursus formuleren
§1 Dubbelop
Onjuiste herhaling Een woord (vast voorzetsel) wordt ten onrechte twee keer gebruikt.
Aan die stomme … erger ik me vreselijk aan.
Tautologie Twee keer hetzelfde met verschillende woorden van dezelfde woordsoort.
Vanzelfsprekend zal ik jou natuurlijk eerst helpen.
Pleonasme Een deel van de betekenis van een woord(groep) wordt nog eens door een ander woord uitgedrukt;
meestal verschillende woordsoorten.
Witte sneeuw.
Contaminatie Verhaspeling van twee woorden of uitdrukkingen met een verwante betekenis, ontstaat verkeerd niet
woord/uitdrukking.
Duur kosten zijn duur / kosten veel
Dubbele Vaak werkwoord met ontkennend karakter + ontkenning.
ontkenning
Verbieden (g)een baantje te nemen.
, §2 Fouten met verwijswoorden
Onjuist
verwijswoord Antecedent Persoonlijk Bezittelijk Aanwijzend Betrekkelijk
voornaamwoord voornaamwoord voornaamwoord voornaamwoord
Mannelijk de- hij, hem zijn, z’n deze, die die
woord
Vrouwelijk de- zij (personen), haar, d’r deze, die die
woord ze
Onzijdig het- het zijn, z’n dit, dat dat
woord
Meervoudige ow: zij, ze hun deze, die die
zelfstandige lv: hen
naamwoorden
na vz: hen
zonder vz: hun
Vrouwelijke woorden eindigen vaak op: heid, nis, ing, st, schap, te, de, ie, ij, iek, theek, teit, uur
Dat of wat:
Gebruik altijd dat, tenzij je verwijst naar:
- Een overtreffende trap
- Een onbepaald voornaamwoord (alles, iets, niet, het enige)
- Een hele zin.
Wie of waar:
Wie: personen (vz + wie)
Waar: zaken (waar + vz)
Onduidelijk Soms wijst een verwijswoord terug naar iets wat helemaal niet in de tekst staat. Het heeft dan geen
verwijzen antecedent.
Alexandra slaat ons altijd om de oren met bijbelse uitspraken, maar ze heeft hem (de Bijbel) zelf nooit
gelezen.
§3 Incongruentie Bij een enkelvoudig onderwerp hoort een enkelvoudige persoonsvorm (= congruentie). Er zijn drie vormen
Cursus formuleren
§1 Dubbelop
Onjuiste herhaling Een woord (vast voorzetsel) wordt ten onrechte twee keer gebruikt.
Aan die stomme … erger ik me vreselijk aan.
Tautologie Twee keer hetzelfde met verschillende woorden van dezelfde woordsoort.
Vanzelfsprekend zal ik jou natuurlijk eerst helpen.
Pleonasme Een deel van de betekenis van een woord(groep) wordt nog eens door een ander woord uitgedrukt;
meestal verschillende woordsoorten.
Witte sneeuw.
Contaminatie Verhaspeling van twee woorden of uitdrukkingen met een verwante betekenis, ontstaat verkeerd niet
woord/uitdrukking.
Duur kosten zijn duur / kosten veel
Dubbele Vaak werkwoord met ontkennend karakter + ontkenning.
ontkenning
Verbieden (g)een baantje te nemen.
, §2 Fouten met verwijswoorden
Onjuist
verwijswoord Antecedent Persoonlijk Bezittelijk Aanwijzend Betrekkelijk
voornaamwoord voornaamwoord voornaamwoord voornaamwoord
Mannelijk de- hij, hem zijn, z’n deze, die die
woord
Vrouwelijk de- zij (personen), haar, d’r deze, die die
woord ze
Onzijdig het- het zijn, z’n dit, dat dat
woord
Meervoudige ow: zij, ze hun deze, die die
zelfstandige lv: hen
naamwoorden
na vz: hen
zonder vz: hun
Vrouwelijke woorden eindigen vaak op: heid, nis, ing, st, schap, te, de, ie, ij, iek, theek, teit, uur
Dat of wat:
Gebruik altijd dat, tenzij je verwijst naar:
- Een overtreffende trap
- Een onbepaald voornaamwoord (alles, iets, niet, het enige)
- Een hele zin.
Wie of waar:
Wie: personen (vz + wie)
Waar: zaken (waar + vz)
Onduidelijk Soms wijst een verwijswoord terug naar iets wat helemaal niet in de tekst staat. Het heeft dan geen
verwijzen antecedent.
Alexandra slaat ons altijd om de oren met bijbelse uitspraken, maar ze heeft hem (de Bijbel) zelf nooit
gelezen.
§3 Incongruentie Bij een enkelvoudig onderwerp hoort een enkelvoudige persoonsvorm (= congruentie). Er zijn drie vormen