INSTUUROPDRACHT PROBLEEMVERHELDERING
ST UDE N T GE GEV E N S
Naam student Viviënne van Herel
Studentnummer 838877821
Naam medestudent (cliënt) Kees Withagen
Cliëntrol medestudent (A/B/C/D/E/F) F: Praktijkassistent, Gezondheidscentrum
Naam medestudent (observator) Frans Coenen
Data gesprek 3-12-2025
Aantal woorden (2000-3000 max.) 2.789
P ROBLE E MV E RHE LD E RIN G
SA ME N V AT T IN G P ROBLE E MV E RHE LD E RE N D GE SP RE K
Cliënt, Kees, is een man die alleen woont. Hij heeft een vriendin, die hij in het weekend ziet. Hij werkt al vijf
jaar als praktijkassistent in een huisartsenpraktijk. Sinds de praktijk zo’n negen maanden geleden verhuisde
naar een groter gezondheidscentrum met meerdere artsen en praktijkassistenten, is er veel veranderd in zijn
werk.
Cliënt zoekt hulp omdat hij zich sinds ongeveer een half jaar “humeurig”, erg vermoeid en snel geïrriteerd
voelt. Hij slaapt slecht doordat hij ’s nachts veel ligt te piekeren over situaties op het werk. Hij geeft aan dat
deze klachten dagelijks aanwezig zijn en dat hij hierdoor minder goed functioneert en uitgeput raakt. Ook
beschrijft hij dat hij soms boos wordt op het werk, wat voor hem een nieuwe en ongewenste reactie is. Hij ziet
een duidelijk verband tussen het ontstaan van de klachten en de veranderingen in de werksituatie na de
verhuizing.
In de vorige, kleinere praktijk werkte cliënt samen met één arts en was hij de enige assistent. Hij vertelt dat de
samenwerking toen goed liep, dat patiënten tevreden waren en dat er weinig klachten waren. In het
gezondheidscentrum werkt hij nu samen met meerdere artsen en collega-assistenten. Hij heeft in de loop der
jaren zelf protocollen en werkwijzen ontwikkeld, bijvoorbeeld rond het terugbellen van patiënten. Kees ervaart
dat collega’s deze werkwijze niet volgen.
Cliënt vertelt dat hij zich schuldig voelt naar patiënten wanneer er fouten worden gemaakt, ook als die
veroorzaakt zijn door anderen. Hij geeft aan dat hij veel tijd investeert in het opstellen en uitleggen van
protocollen, maar dat collega’s zeggen dat iedereen zijn eigen werkwijze heeft. Hij heeft een teamoverleg
georganiseerd om het protocol uit te leggen, maar ervaart dat zijn boodschap niet echt wordt opgepakt. Hij
voelt zich daardoor machteloos, niet gesteund en onvoldoende gewaardeerd, zowel door zijn collega’s als door
zijn leidinggevende arts. Hij heeft één keer uit boosheid verwijten gemaakt in het team; sindsdien merkt hij dat
collega’s vaker zonder hem overleggen. Dit geeft hem het gevoel buitengesloten te worden.goed
doorgevraagd
Thuis merkt cliënt dat hij blijft malen over het werk. Hij is bang om zijn baan te verliezen, ondanks dat hij
zichzelf als een goede en zorgvuldige medewerker beschrijft. Hij vindt het idee dat hij mogelijk wordt
ontslagen “oneerlijk”, juist omdat hij naar eigen zeggen zo zijn best doet om de kwaliteit te bewaken. Buiten
het werk ervaart hij bij zijn vriendin en vrienden wel enige afleiding, maar de slaapproblemen en het piekeren
blijven.
Met de gesprekken wil cliënt bereiken dat zijn klachten verminderen en dat de situatie op het werk verbetert.
Hij hoopt dat collega’s en zijn leidinggevende gaan inzien dat het volgen van de protocollen noodzakelijk is,
1