RT 5.2.1 – 5.2.2 – 5.2.3 | Ontluikende & beginnende geletterdheid
Vroege geletterdheid is een ontwikkelingsproces, geen voorwaarde.
Prentenboeken en spel zijn waardevol, maar onvoldoende voor
letterkennis. Gerichte, speels-functionele instructie in fonemisch
bewustzijn en klank-tekenkoppeling is noodzakelijk, vooral voor kinderen
die dit thuis minder meekrijgen. Betekenisvolle instructie in letters hoort al
bij jonge kinderen.
RT 5.3.1 | Aanvankelijk lezen (groep 3)
Aanvankelijk lezen start met klankzuivere woorden. Lezen = decoderen
(hakken en plakken), spellen = analyseren. Kernvaardigheden zijn klank-
tekenkoppeling, auditieve synthese en analyse. Doel is vlot en correct
lezen, zodat begrip mogelijk wordt.
TL H4 | Rol van de leerkracht
De leerkracht is rolmodel: voordoen, hardop denken en gericht
taalaanbod bieden. Spel, kringmomenten en routines worden benut om
taalvaardigheden bewust te ontwikkelen.
TL H2 – H3.6 – H5 – H6 | Leren lezen als cultureel proces
Lezen en schrijven zijn biologisch secundaire vaardigheden en komen
niet vanzelf op gang. Preventie, hoge verwachtingen, een rijk taalaanbod
en expliciete instructie zijn noodzakelijk, zeker voor kansengelijkheid.
Technisch lezen is een middel; begrip is het doel.
Fonologisch & fonemisch bewustzijn
Fonologisch bewustzijn (rijmen, zinnen, klankgroepen) en fonemisch
bewustzijn (losse klanken) zijn sterke voorspellers van leessucces.
Fonemisch bewustzijn is cruciaal voor decoderen en spellen. Deze
vaardigheden vragen expliciete instructie.
Instructie & didactiek (GRRIM, RTI)
Effectief leesonderwijs vraagt om directe instructie, modeling, herhaling,
feedback en goede routines. Risicoleerlingen profiteren van meer