Opdracht 1 (18 punten)
1. Uit het huwelijk van D en E zijn geboren A, F, G en H. H is vooroverleden en heeft
twee kinderen I en J. J heeft, behalve een eigen kind K, ook een niet-erkend kind L.
Uit een eerder huwelijk van E is N geboren. Voorts is er M; M is A’s grootvader van
vaderszijde.
In 2022 overlijdt erflater A ab intestato. Ten tijde van zijn overlijden woonde A
ongehuwd en niet geregistreerd als partner samen met zijn vriendin B en hun
pleegzoon C.
a. Wie van de genoemde personen worden niet als erfgenaam tot de nalatenschap
van A geroepen en motiveer waarom. (6 punten)
NIET:
B: zij valt niet onder art. 4:10 BW. Zij is geen bloedverwante, vgl. art. 4:10 lid 3 1pt
C: hij staat niet in familierechtelijke betrekking tot A, hij is geen bloedverwant, art. 4:10 lid
1pt
K: hij wordt niet door plaatsvervulling in de plaats van H geroepen,
omdat hij door zijn ouder J als hoofd van hun staak worden uitgesloten 1 pt
L: hij is niet erkend, dus geen familierechtelijke betrekking, art. 4:10 lid 3.
(n.b., een beroep op 1:207 zal ook niet helpen omdat hij dan niet door plaatsvervulling
wordt geroepen, zie antwoord bij K . 1 pt
M: hij behoort tot de 3e parenteel, art. 4:10 lid 1 sub c. 1 pt
Art. 4:10 1 pt
, b. Wie van de genoemde personen worden wel als erfgenaam tot de nalatenschap van A
geroepen en voor welke breukdelen. Motiveer waarom. (7 punten)
WEL:
Eerst art. 4:11 lid 1 toepassen:
D, E, F, G, (staak H) en N: ieder 1/6
Dan art. 4:11 lid 2 toepassen:
D, E, F, G, (staak H): elk 2x
N: 1 x
In totaal 11 x, dus: D, E, F, G, (staak H): elk 2/11 alsmede N: 1/11
Dan art. 4:11 lid 3 toepassen:
2/11 is minder dan ¼, derhalve dit artikellid toepassen.
Eindconclusie:
D en E ieder ¼, resteert de helft
F, G en (staak H): 2 x 1/7 x ½ = 1/7
- Dus I en J (in de plaats van H) ieder 1/7 x ½ = 1/14
N: 1 x 1/7 x ½ =1/14 5 pt
Toepassing art. 4:11 lid 1 jo art. 4:11 lid 2 jo art. 4:11 lid 3 2 pt
2. Thijs, gehuwd met Roos, heeft twee kinderen: Iliass en Dzifa. Iliass heeft een zoon
Niek. In 1999 maakte Thijs een testament waarin hij zijn zoon Iliass expliciet onterft
en voor het overige het erfrecht bij versterf van toepassing verklaart.
Thijs sterft in 2022. Roos, Iliass, Dzifa en Niek zijn op dat moment in leven.
Is de volgende stelling juist? (5 punten)
‘Niek erft bij plaatsvervulling op grond van art. 4:12 lid 1 BW.’