Leerdoelen:
Na week 2 kunt u aan de hand van boek 4 BW (en titel 3.7 BW) met de volgende begrippen, hun
onderscheidende kenmerken en de verbanden die tussen die begrippen gelegd kunnen worden,
Gemeenschap, bijzondere gemeenschap, beschikkingsbevoegdheid deelgenoten, genot, gebruik, beheer.
gemeenschap; eenvoudige gemeenschap, bijzondere gemeenschap zaaksvervanging; beheer;
beschikkingsbevoegdheid van de deelgenoten; beschikken over en bezwaren van aandeel in een afzonderlijk
goed; beschikken over en bezwaren van het gehele aandeel in de gemeenschap; uitwinning van een aandeel in
een afzonderlijk goed; uitwinning van het gehele aandeel in de gemeenschap; afgescheiden vermogen;
procederen; vruchten en andere voordelen uit de gemeenschap; bijdragen in de kosten; schuld voor rekening
van de gemeenschap, gemeenschapsschuld; rekening en verantwoording; te gelde maken van een
gemeenschapsgoed; verdeling, verdeling vorderen, uitsluiting van verdeling; .
o vanuit de grondslagen en systematiek van het vermogensrecht implicaties afleiden voor concrete
aspecten van het erfrecht in ruime zin voor zover het de onderwerpen van deze week betreft.
o de toepassing van de behandelde erfrechtelijke leerstukken aan de hand van een voorbeeldcasus
illustreren.
o met oog op de eigen aard van de rechtsbeoefening door de notaris de behandelde erfrechtelijke
leerstukken met elkaar in verband brengen.
o erfrechtelijke rechtspraak en (ontwerp)wetgeving mede in het licht van de maatschappelijke
ontwikkelingen ontleden.
o aan de hand van opgedane kennis en inzicht erfrechtelijke casusposities oplossen.
o mondeling presenteren van een (juridisch) betoog in correct en helder Nederlands.
o een gefundeerde en beargumenteerde positie innemen in een maatschappelijk, juridisch debat.
o met anderen samenwerken om een opdracht binnen een voorgeschreven termijn te voltooien.
Literatuur:
M.J.A. van Mourik & F.W.J.M. Schols, Gemeenschap (Monografieën BW nr. B9, Deventer: Wolters Kluwer het
nieuwste druk), hoofdstuk 1 (minus paragraaf 8) en hoofdstuk 2-4.
Jurisprudentie:
1. Hoge Raad, 18 maart 1994, NJ 1995, 410 (Van Tholen/Nationale-Nederlanden) (nr. 184)
2. Hoge Raad, 9 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1089 (volmacht en rekening en verantwoording) (nr. 190)
Aantekeningen werkgroep:
1. Artikelen die op alle gemeenschappen van toepassing zijn:
- 3:168, 3:170 (vooral lid 3), …
2. Artikelen die alleen op eenvoudige gemeenschappen van toepassing zijn:
- 3:175…
3. Artikelen die alleen van toepassing zijn op de bijzondere gemeenschap:
, - 3:190, 3:191 …
Vraag 1
Matthijs en Christian zijn deelgenoten in de nog onverdeelde nalatenschap van hun oma Klaartje. Beiden
erfgenamen hebben voortdurend ruzie met elkaar en de verdeling is een hopeloze chaos.
Edwin is crediteur van Matthijs en zit ongeduldig te wachten tot er verdeeld wordt. Edwin wil zich verhalen op
Matthijs’ aangevulde vermogen. Matthijs besluit zijn aandeel in de gemeenschap aan Anna te verkopen, die als
ondernemer beter in onderhandelen is dan hij. Zogezegd zo gedaan, hij draagt zijn aandeel over aan Anna.
Christian is daarvan nogal geschrokken, hij onderhandelde liever met Matthijs.
a. Wat zou Edwin kunnen doen als hij niet meer wil wachten op de verdeling van de nalatenschap van oma
Klaartje? Geef twee mogelijkheden.
› Het gaat hier om de gemeenschap van een nalatenschap, dit is een bijzondere
gemeenschap in de zin van art. 3:189 lid 2.
1. Op grond van 3:180 lid 1 kan Edwin verdeling vorderen.
2. In art. 3:191 lid 1 is bepaald dat tenzij uit de rechtsverhouding tussen de
deelgenoten anders voortvloeit, ieder der deelgenoten over zijn aandeel in de gehele
gemeenschap kan beschikken en kunnen zijn schuldeisers een zodanig aandeel
uitwinnen.
3. In art. 3:193 lid 2 staat dat Edwin de rechter kan verzoeken een vereffenaar te
benoemen.
b. Christian is niet blij met de overdracht van het aandeel van Matthijs aan Ana. Kan Christian nog iets doen
om deze overdracht tegen te gaan?
› Wat Matthijs hier doet is het vervreemden van zijn aandeel in de bijzondere
gemeenschap aan Ana. In art. 3:191 lid 1 is bepaald dat tenzij uit de rechtsverhouding
tussen de deelgenoten anders voortvloeit, ieder der deelgenoten over zijn aandeel in de
gehele gemeenschap kan beschikken, toestemming van de overige deelgenoten, in
casus Christian, is niet nodig. In beginsel mag hij zijn aandeel in de gehele
gemeenschap beschikken, tenzij uit de rechtsverhouding tussen de deelgenoten anders
voortvloeit. (let op de tenzij-clausule, vind je ook in art. 3:175 lid 1 BW).
› Tenzij clausule:
- Aard van de gemeenschap, is er bijv. sprake van samenwoners. En je
vriendin zegt: ‘hey ik heb mijn aandeel in het huis verkocht’, in beginsel kan
dit maar de aard van de gemeenschap houd dit tegen. heeft de gemeenschap
een doel?
- Afspreken, afspraak tussen deelgenoten, bijv. toestemming nodig voor
overdracht.
- Redelijkheid en billijkheid.