Samenvatting H8 Algemene Economie
8.1 Inflatie in Nederland
Inflatie is een stijging van de gemiddelde consumentenprijzen, ofwel een stijging van het
algemeen prijsniveau. Dit is de keerzijde van de geldontwaarding. Door het stijgen van de
prijzen van goederen en diensten kan men steeds minder kopen voor een geldeenheid. De
geldeenheid daalt in waarde.
(figuur 8.1, blz 173, consumentenprijsindexcijfers (CPI) 1900= 100)
Een afname van de prijzen is deflatie. Dit wordt veroorzaakt door een algehele malaise in de
bestedingen. Ondernemingen zullen snijden in de kosten als reactie op de
opbrengstvermindering. Daardoor zullen de lonen dalen, met een verdere bestedingsdaling
tot gevolg. De opbrengsten dalen verder en veel ondernemingen moeten in een dergelijke
periode als gevolg van een faillissement de poorten sluiten.
Ook een hoge inflatie is een nadeel voor het reilen en zeilen in een economie.
(figuur 8.2, blz 174, inflatie in Nederland en het eurogebied 1992-2020)
Het inflatiecijfer of de inflatie is gelijk aan de stijging van de consumentenprijsindex. De
inflatie heeft dus betrekking op de kosten van levensonderhoud van consumenten. Het CBS
rekent inflatie met de koopkrachtpariteit. (tabel 8.1, blz 175, consumentenprijsindexcijfers
alle huishoudens)
8.2 Oorzaken van inflatie
Kort samengevat ziet het CPB als oorzaken van inflatie:
Toenemende bestedingen uitgaande boven de productiecapaciteit;
Stijgende invoerprijzen;
Overheidsmaatregelen met betrekking tot accijnzen, btw, huren en aardgasprijzen;
Stijgende loonkosten;
Stijgende winst- en kapitaalkosten (rente en afschrijving)
Als de conjunctuur aantrekt en de bestedingen steeds toenemen, kan het zijn dat de
productiecapaciteit volledig is bezet. De bestedingswensen van de verschillende sectoren
overtreffen dan het maximaal mogelijke aanbod van goederen en diensten. Dit is
overbesteding. Bij overbesteding is een stijging van de prijzen goed voor een evenwicht op
de markt. Hierdoor nemen de winsten toe. Inflatie die een gevolg is van overbesteding,
noemen we bestedingsinflatie.
Ondernemers zullen trachten de gestegen kosten door te berekenen in de prijzen om te
voorkomen dat zij verlies lijden. Als ondernemers erin slagen de prijzen te verhogen, is er
sprake van inflatie die door gestegen kosten is veroorzaakt. In dit geval spreken we van
kosteninflatie. Oorzaken van kostenstijgingen kunnen zijn: stijging in de arbeidskosten p.e.p
en prijscompensatie voor die stijging tegenover de werknemers.
Als inflatie veroorzaakt wordt door een stijging van de prijzen van geïmporteerde
grondstoffen of eindproducten, spreekt men van geïmporteerde inflatie. De overheid
beinvloedt de prijzen door te investeren in anticyclisch beleid.
8.1 Inflatie in Nederland
Inflatie is een stijging van de gemiddelde consumentenprijzen, ofwel een stijging van het
algemeen prijsniveau. Dit is de keerzijde van de geldontwaarding. Door het stijgen van de
prijzen van goederen en diensten kan men steeds minder kopen voor een geldeenheid. De
geldeenheid daalt in waarde.
(figuur 8.1, blz 173, consumentenprijsindexcijfers (CPI) 1900= 100)
Een afname van de prijzen is deflatie. Dit wordt veroorzaakt door een algehele malaise in de
bestedingen. Ondernemingen zullen snijden in de kosten als reactie op de
opbrengstvermindering. Daardoor zullen de lonen dalen, met een verdere bestedingsdaling
tot gevolg. De opbrengsten dalen verder en veel ondernemingen moeten in een dergelijke
periode als gevolg van een faillissement de poorten sluiten.
Ook een hoge inflatie is een nadeel voor het reilen en zeilen in een economie.
(figuur 8.2, blz 174, inflatie in Nederland en het eurogebied 1992-2020)
Het inflatiecijfer of de inflatie is gelijk aan de stijging van de consumentenprijsindex. De
inflatie heeft dus betrekking op de kosten van levensonderhoud van consumenten. Het CBS
rekent inflatie met de koopkrachtpariteit. (tabel 8.1, blz 175, consumentenprijsindexcijfers
alle huishoudens)
8.2 Oorzaken van inflatie
Kort samengevat ziet het CPB als oorzaken van inflatie:
Toenemende bestedingen uitgaande boven de productiecapaciteit;
Stijgende invoerprijzen;
Overheidsmaatregelen met betrekking tot accijnzen, btw, huren en aardgasprijzen;
Stijgende loonkosten;
Stijgende winst- en kapitaalkosten (rente en afschrijving)
Als de conjunctuur aantrekt en de bestedingen steeds toenemen, kan het zijn dat de
productiecapaciteit volledig is bezet. De bestedingswensen van de verschillende sectoren
overtreffen dan het maximaal mogelijke aanbod van goederen en diensten. Dit is
overbesteding. Bij overbesteding is een stijging van de prijzen goed voor een evenwicht op
de markt. Hierdoor nemen de winsten toe. Inflatie die een gevolg is van overbesteding,
noemen we bestedingsinflatie.
Ondernemers zullen trachten de gestegen kosten door te berekenen in de prijzen om te
voorkomen dat zij verlies lijden. Als ondernemers erin slagen de prijzen te verhogen, is er
sprake van inflatie die door gestegen kosten is veroorzaakt. In dit geval spreken we van
kosteninflatie. Oorzaken van kostenstijgingen kunnen zijn: stijging in de arbeidskosten p.e.p
en prijscompensatie voor die stijging tegenover de werknemers.
Als inflatie veroorzaakt wordt door een stijging van de prijzen van geïmporteerde
grondstoffen of eindproducten, spreekt men van geïmporteerde inflatie. De overheid
beinvloedt de prijzen door te investeren in anticyclisch beleid.