Samenvatting hoofdstuk 6 Voortplanting
§6.1 De bevruchting: tijdens de ovulatie komt er een eicel vrij uit de eierstok en gaat naar de eileider.
Hier kan een zaadcel bevruchten. De zaadcel heeft eerst door follikelcellen heen gedrongen, door de
eischil dor enzymen af te geven en dat af te breken, kern afgeven aan de eicel en het DNA versmelt
met de kern van de eicel. (86B)
Zygote= bevruchte eicel
Klievingsdelingen= de eerste delingen waarbij de cellen niet groeien. Na 5 dagen gaat het klompje
cellen naar de baarmoeder.
Na 5 dagen is het 100 cellen, één à twee dagen later is de innesteling (het vastzetten van het klompje
cellen in het baarmoederslijmvlies).
Bij de innesteling zijn er:
- De kiemschijf: uit deze cellen ontwikkelt de embryo zich. Tussen deze gedeelde cellen
ontstaan twee holtes met vocht: het dooierblaasje, de kleinste waar bloedcellen ontstaan en
de amnionholte, de grote die meegroeit en zich vult met vruchtwater. Dit water is omgeven
door twee vliezen: amnion (binnenste) en chorion(buitenste en ontstaat uit trofoblast)
- Trofoblast: de buitenste laag cellen die uitstulpingen vormt, worden later de placenta die
zorgt voor de stofwisseling. Tussen de trofoblast en de kiemschijf ontstaat de navelstreng,
transportroute tussen embryo en placenta. Ook produceert de trofoblast het hormoon HCG
en dit toont een zwangerschapstest aan.
- Blastulaholte: een holte binnenin.
Afhankelijk van het SRY-gen, die ligt op het Y-chromosoom, worden een scala van genen geactiveerd
of geremd. Beide seksen hebben eerst een gang van Wolff en gang van Müller (inwendig), genitale
groeven en knop (uitwendig).
Gang van Wolff mannen zaadleiders
Gang van Müller vrouwen eileiders
Genitale knop mannen eikel, vrouwen clitoris
Genitale groeve mannen balzak, vrouwen schaamlippen
Na drie weken gaat bloed van de navelstrengslagaders van het embryo naar de placenta naar het
bloed van de moeder en navelstrengader gaat van de placenta naar het embryo. De bloedsomlopen
blijven wel gescheiden. Na acht weken zijn alle organen aangelegd en is het een foetus. Functie
vruchtvliezen: beschermen tegen schokken.
Bij een vrouw rijpt elke maand één eicel in de eierstok en gaat naar de eileider. Door peristaltische
bewegingen gaat de eicel vervolgens naar de baarmoeder, waar het als het niet bevrucht wordt door
wand van de eileider opgenomen wordt. Baarmoederwand bestaat uit slijmvlies wat afgestoten
wordt bij de menstruatie.
Vagina is bedekt met slijmvlies wat bacteriën voorkomt. Maagdenvlies wordt doorbroken bij de
eerste keer seks.
Zaadballen zijn voor de geboorte gedaald in de balzak, dit moet goed op temperatuur gehouden
worden voor de productie van zaadcellen. In de bijbal worden vanaf de puberteit zaadcellen
§6.1 De bevruchting: tijdens de ovulatie komt er een eicel vrij uit de eierstok en gaat naar de eileider.
Hier kan een zaadcel bevruchten. De zaadcel heeft eerst door follikelcellen heen gedrongen, door de
eischil dor enzymen af te geven en dat af te breken, kern afgeven aan de eicel en het DNA versmelt
met de kern van de eicel. (86B)
Zygote= bevruchte eicel
Klievingsdelingen= de eerste delingen waarbij de cellen niet groeien. Na 5 dagen gaat het klompje
cellen naar de baarmoeder.
Na 5 dagen is het 100 cellen, één à twee dagen later is de innesteling (het vastzetten van het klompje
cellen in het baarmoederslijmvlies).
Bij de innesteling zijn er:
- De kiemschijf: uit deze cellen ontwikkelt de embryo zich. Tussen deze gedeelde cellen
ontstaan twee holtes met vocht: het dooierblaasje, de kleinste waar bloedcellen ontstaan en
de amnionholte, de grote die meegroeit en zich vult met vruchtwater. Dit water is omgeven
door twee vliezen: amnion (binnenste) en chorion(buitenste en ontstaat uit trofoblast)
- Trofoblast: de buitenste laag cellen die uitstulpingen vormt, worden later de placenta die
zorgt voor de stofwisseling. Tussen de trofoblast en de kiemschijf ontstaat de navelstreng,
transportroute tussen embryo en placenta. Ook produceert de trofoblast het hormoon HCG
en dit toont een zwangerschapstest aan.
- Blastulaholte: een holte binnenin.
Afhankelijk van het SRY-gen, die ligt op het Y-chromosoom, worden een scala van genen geactiveerd
of geremd. Beide seksen hebben eerst een gang van Wolff en gang van Müller (inwendig), genitale
groeven en knop (uitwendig).
Gang van Wolff mannen zaadleiders
Gang van Müller vrouwen eileiders
Genitale knop mannen eikel, vrouwen clitoris
Genitale groeve mannen balzak, vrouwen schaamlippen
Na drie weken gaat bloed van de navelstrengslagaders van het embryo naar de placenta naar het
bloed van de moeder en navelstrengader gaat van de placenta naar het embryo. De bloedsomlopen
blijven wel gescheiden. Na acht weken zijn alle organen aangelegd en is het een foetus. Functie
vruchtvliezen: beschermen tegen schokken.
Bij een vrouw rijpt elke maand één eicel in de eierstok en gaat naar de eileider. Door peristaltische
bewegingen gaat de eicel vervolgens naar de baarmoeder, waar het als het niet bevrucht wordt door
wand van de eileider opgenomen wordt. Baarmoederwand bestaat uit slijmvlies wat afgestoten
wordt bij de menstruatie.
Vagina is bedekt met slijmvlies wat bacteriën voorkomt. Maagdenvlies wordt doorbroken bij de
eerste keer seks.
Zaadballen zijn voor de geboorte gedaald in de balzak, dit moet goed op temperatuur gehouden
worden voor de productie van zaadcellen. In de bijbal worden vanaf de puberteit zaadcellen