Samenvatting toets Privaatrecht
B1: Verbintenissenrecht
Een verbintenis is een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee
of meer personen op grond waarvan de ene persoon recht heeft op een
prestatie die door de ander verricht moeten worden.
Een verbintenis is eigenlijk een rechtsbetrekking tussen twee of meer
personen waarbij deze persoon onderling rechten en plichten hebben.
Prestatie leveren: schuldenaar
Recht op prestatie: schuldeiser
Wanneer een van deze partijen haar plicht niet nakomt en er daardoor een
conflict ontstaan, dan vinden wij in het verbintenissenrecht regels om dit
conflict op te lossen.
Om te kunnen spreken van een verbintenis moet er sprake zijn van:
- Een rechtsbetrekking, die
- Vermogensrechtelijk is, en
- Tussen twee personen of meer geldt.
- Een rechtsbetrekking heeft juridische gevolgen.
- Een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking is een rechtsbetrekking
die is ontstaan op geld waardeerbaar is moet zijn.
- Deze op geld waardeerbare rechtsbetrekking moet tussen twee of
meer personen zijn.
Er zijn ook rechtsbetrekkingen die niet op geld waardeerbaar zijn, een
voorbeeld hiervan is 1:81 BW.
Verbintenissen kunnen ontstaan uit:
- De wet,
- Een rechtshandeling, bijvoorbeeld een overeenkomst.
,Verbintenissen die uit de overeenkomst voortvloeien
Wanneer twee of meer personen met elkaar een overeenkomst (aanbod en
aanvaarding), ontstaat er een verbintenis. Deze personen hebben hier dan
zelf voor gekozen.
Verbintenissen uit de wet
Verbintenissen die uit de wet ontstaan gebeurt zonder dat partijen dit
gewild hebben. Een persoon doet iets, waarna volgens de wet een
verbintenis ontstaat.
- Bijvoorbeeld je schopt per ongelijk een voetbal door de ruit.
- Onrechtmatige daad.
Totstandkoming van de overeenkomst
Een overeenkomst is eigenlijk een afspraak tussen twee of meer personen.
Aan een ‘gewone’ afspraak ben je niet juridisch verbonden, aan een
overeenkomst wel.
Om een overeenkomst tot stand te brengen moet er allereerst, op basis van
artikel 6:213 BW sprake zijn van een meerzijdige rechtshandeling.
Voor ‘gewone’ afspraken heb je geen rechtshandeling nodig. Bij een
overeenkomst is er sprake van art. 6:217 BW. Een overeenkomst komt tot
stand met een aanbod en aanvaarding daarvan.
Om een overeenkomst tot stand te laten komen, moet je dus een
rechtshandeling verrichten. Wat is een rechtshandeling? Dat is en
handeling die je verricht met de bedoeling een rechtsgevolg te laten
ontstaan. De handeling die je dus richt, is op een rechtsgevolg gericht.
Er zijn verschillende soorten rechtshandelingen:
- Eenzijdige rechtshandeling: wanneer voor het intreden van het
rechtsgevolg de wilsverklaring van een persoon voldoende is, dan
spreek je van eenzijdige rechtshandeling. Bijvoorbeeld een
schenking.
- Meerzijdige rechtshandeling: voor een meerzijdige rechtshandeling
zijn de wilsverklaringen van twee of meer personen vereist. De
wilsverklaring van beide personen is dan gericht op hetzelfde
rechtsgevolg. De meerzijdige rechtshandeling komt tot stand
, wanneer de wilsverklaring van persoon A, persoon B heeft bereikt en
andersom.
Geldigheid van rechtshandelingen/overeenkomsten
We hebben gezien dat een rechtshandeling een handeling is die je verricht
met de bedoeling om een rechtsgevolg in te laten treden.
Rechtshandelingen kunnen nietig zijn, dat betekent dat de rechtshandeling
nooit heeft bestaan.
Rechtshandelingen kunnen ook vernietigbaar zijn, dat betekent dat een
rechtshandeling wel is ontstaan, maar achteraf ongeldig kan worden
gemaakt.
Gronden voor nietigheid en vernietigbaarheid:
Nietigheid:
- Wilsontbreken/wilsdefect art. 3:33 BW.
- De rechtshandeling is verricht in de strijd met de wet, openbare orde
of goede zegen. Art. 3:40 lid 1 BW.
- De rechtshandeling is niet verricht in de voorgeschreven vorm. Art.
3:37 BW.
Vernietigbaarheid:
- Handelingsonbekwaam. Art. 3:32 BW.
- Wilsgebreken. Art. 3:44 en 6:228 BW.
- Geestelijke stoornis art. 3:34 BW.
Verbintenissen uit de wet kunnen ontstaan bij de volgende gevallen:
Art. 6:162 BW jo 6:163 BW, onrechtmatige daad.
- Onrechtmatige daad: een inbreuk op het recht van een ander, een
doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht, een doen of nalaten
in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt.
- Toerekenbaarheid: de dader heeft verwijtbaar gehandeld, de daad
wordt volgens de wet aan de dader toegerekend, de daad wordt
volgens verkeersopvattingen aan de dader toegerekend.
- Schade
- Causaal verband: oorzaak en gevolg.
- Relativiteitsvereisten: de onrechtmatige daad is een aantasting of
schending van een norm. Deze norm heeft het doel bepaalde
belangen veilig te stellen of te beschermen. Heeft iemand een belang
B1: Verbintenissenrecht
Een verbintenis is een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee
of meer personen op grond waarvan de ene persoon recht heeft op een
prestatie die door de ander verricht moeten worden.
Een verbintenis is eigenlijk een rechtsbetrekking tussen twee of meer
personen waarbij deze persoon onderling rechten en plichten hebben.
Prestatie leveren: schuldenaar
Recht op prestatie: schuldeiser
Wanneer een van deze partijen haar plicht niet nakomt en er daardoor een
conflict ontstaan, dan vinden wij in het verbintenissenrecht regels om dit
conflict op te lossen.
Om te kunnen spreken van een verbintenis moet er sprake zijn van:
- Een rechtsbetrekking, die
- Vermogensrechtelijk is, en
- Tussen twee personen of meer geldt.
- Een rechtsbetrekking heeft juridische gevolgen.
- Een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking is een rechtsbetrekking
die is ontstaan op geld waardeerbaar is moet zijn.
- Deze op geld waardeerbare rechtsbetrekking moet tussen twee of
meer personen zijn.
Er zijn ook rechtsbetrekkingen die niet op geld waardeerbaar zijn, een
voorbeeld hiervan is 1:81 BW.
Verbintenissen kunnen ontstaan uit:
- De wet,
- Een rechtshandeling, bijvoorbeeld een overeenkomst.
,Verbintenissen die uit de overeenkomst voortvloeien
Wanneer twee of meer personen met elkaar een overeenkomst (aanbod en
aanvaarding), ontstaat er een verbintenis. Deze personen hebben hier dan
zelf voor gekozen.
Verbintenissen uit de wet
Verbintenissen die uit de wet ontstaan gebeurt zonder dat partijen dit
gewild hebben. Een persoon doet iets, waarna volgens de wet een
verbintenis ontstaat.
- Bijvoorbeeld je schopt per ongelijk een voetbal door de ruit.
- Onrechtmatige daad.
Totstandkoming van de overeenkomst
Een overeenkomst is eigenlijk een afspraak tussen twee of meer personen.
Aan een ‘gewone’ afspraak ben je niet juridisch verbonden, aan een
overeenkomst wel.
Om een overeenkomst tot stand te brengen moet er allereerst, op basis van
artikel 6:213 BW sprake zijn van een meerzijdige rechtshandeling.
Voor ‘gewone’ afspraken heb je geen rechtshandeling nodig. Bij een
overeenkomst is er sprake van art. 6:217 BW. Een overeenkomst komt tot
stand met een aanbod en aanvaarding daarvan.
Om een overeenkomst tot stand te laten komen, moet je dus een
rechtshandeling verrichten. Wat is een rechtshandeling? Dat is en
handeling die je verricht met de bedoeling een rechtsgevolg te laten
ontstaan. De handeling die je dus richt, is op een rechtsgevolg gericht.
Er zijn verschillende soorten rechtshandelingen:
- Eenzijdige rechtshandeling: wanneer voor het intreden van het
rechtsgevolg de wilsverklaring van een persoon voldoende is, dan
spreek je van eenzijdige rechtshandeling. Bijvoorbeeld een
schenking.
- Meerzijdige rechtshandeling: voor een meerzijdige rechtshandeling
zijn de wilsverklaringen van twee of meer personen vereist. De
wilsverklaring van beide personen is dan gericht op hetzelfde
rechtsgevolg. De meerzijdige rechtshandeling komt tot stand
, wanneer de wilsverklaring van persoon A, persoon B heeft bereikt en
andersom.
Geldigheid van rechtshandelingen/overeenkomsten
We hebben gezien dat een rechtshandeling een handeling is die je verricht
met de bedoeling om een rechtsgevolg in te laten treden.
Rechtshandelingen kunnen nietig zijn, dat betekent dat de rechtshandeling
nooit heeft bestaan.
Rechtshandelingen kunnen ook vernietigbaar zijn, dat betekent dat een
rechtshandeling wel is ontstaan, maar achteraf ongeldig kan worden
gemaakt.
Gronden voor nietigheid en vernietigbaarheid:
Nietigheid:
- Wilsontbreken/wilsdefect art. 3:33 BW.
- De rechtshandeling is verricht in de strijd met de wet, openbare orde
of goede zegen. Art. 3:40 lid 1 BW.
- De rechtshandeling is niet verricht in de voorgeschreven vorm. Art.
3:37 BW.
Vernietigbaarheid:
- Handelingsonbekwaam. Art. 3:32 BW.
- Wilsgebreken. Art. 3:44 en 6:228 BW.
- Geestelijke stoornis art. 3:34 BW.
Verbintenissen uit de wet kunnen ontstaan bij de volgende gevallen:
Art. 6:162 BW jo 6:163 BW, onrechtmatige daad.
- Onrechtmatige daad: een inbreuk op het recht van een ander, een
doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht, een doen of nalaten
in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt.
- Toerekenbaarheid: de dader heeft verwijtbaar gehandeld, de daad
wordt volgens de wet aan de dader toegerekend, de daad wordt
volgens verkeersopvattingen aan de dader toegerekend.
- Schade
- Causaal verband: oorzaak en gevolg.
- Relativiteitsvereisten: de onrechtmatige daad is een aantasting of
schending van een norm. Deze norm heeft het doel bepaalde
belangen veilig te stellen of te beschermen. Heeft iemand een belang