Inhoudsopgave
HC1: intro .................................................................................................................................... 2
HC2: gender & politiek .................................................................................................................. 4
MARY HAWKESWORTH (2013) ......................................................................................................... 4
HC3: gender & macht .................................................................................................................... 8
MOYA LLOYD (2013) ........................................................................................................................ 8
HC4: intersectionaliteit ............................................................................................................... 12
KIMBERLE CRENSHAW (1989) .........................................................................................................12
HC5: feminisme & femonationalisme ........................................................................................... 15
RITA KAUR DHAMOON (2013) .........................................................................................................15
HC6: gender & politiek: politieke vertegenwoordiging ................................................................... 19
JANE MANSBRIDGE (1999) ..............................................................................................................19
HC7: orthodoxie en fundamentalisme .......................................................................................... 23
AYESHA IMAM, SHAREEN GOKAL & ISABEL MARLER (2017) ..............................................................23
HC8: gastcollege anti-gender mobilisatie (in Europa) .................................................................... 26
PUCK OVERHAART & REINOUT VAN DER VEER (2025) ......................................................................26
HC9: mannelijkheid, manosfeer en radicaalrechts........................................................................ 28
DEBBY GING (2019) ........................................................................................................................28
HC10: migratiepolitiek & migratiebeleid ....................................................................................... 31
CONNY ROGGEBAND & MIEKE VERLOO (2007) ...............................................................................31
HC11: EU gelijkenrechtenbeleid ................................................................................................... 35
ANNA VAN DER VLEUTEN (2005) ....................................................................................................35
HC12: beleid transgender personen ............................................................................................. 39
MELISSA SOTO-LAFONTAINE (2020) ................................................................................................39
HC13: gender & geweld ................................................................................................................ 42
AMY ELMAN (2013) .........................................................................................................................42
1
,HC1: intro
Concepten
- Sekse:
o De biologische kenmerken op grond waarvan mensen als mannelijk of
vrouwelijk worden gedefinieerd (genen, hormonen,
gonaden/geslachtsklieren, inwendige en uitwendige
geslachtskenmerken)
o Op basis van vijf kenmerken:
1. Geslachtschromosomen (XX – XY)
2. Geslachtshormonen (oestogreen – testosteron)
3. Gonaden/geslachtsklieren (teelballen – eierstokken)
4. Inwendige geslachtskenmerken (eierstokken, eileiders, baarmoeder,
vagina, zaadballen, zaadleiders)
5. Uitwendige geslachtskenmerken (primair: clitoris, vagina, binnenste
en buitenste vulvalippen, penis en balzak, secundair: haargroei,
stem borstontwikkeling)
- Geslacht:
o Vaak synoniem voor sekse, maar strikt genomen alleen genitale
geslachtskenmerken (mannelijk/vrouwelijk - male/female)
- Intersekse personen:
o Mensen die geboren zijn met een lichaam dat niet voldoet aan de
normatieve definitie van man of vrouw zoals de maatschappij die
hanteert
§ Veel intersekse variaties: op de chromosomen, hormonen of in de
genen (COAS, POAS, Klinefelter, Turner, MRKH, AGS)
§ In NL naar schatting 190.000 mensen
§ ‘Normaliserende’ operaties op kleine kinderen ‘met onduidelijk
geslacht’ à werd geheimgehouden tot 2003
§ Bekend voorbeeld is Raven van Dorst & Caster Semenya
- Gender:
o Opvattingen over sekse/geslacht, betekenis die gegeven wordt aan
culturele en sociale verschillen;
o Sociaal geconstrueerde individuele identiteit die deels samenhangt met
reële of gepercipieerde geslachtsverschillen
o Wat passend is, is cultuurspecifiek en tijdspecifiek (dus veranderlijk).
Het gaat hier ook om stereotypes
- Gender identiteit:
o Hoe iemand zich identificeert, interne beleving van gender: vrouw/non-
binair/man
- Cisgender/transgender:
o Hoe iemand zich identificeert conform geboortegeslacht og anders
- Gender expressie:
o Hoe iemand diens genderidentiteit uitdrukt naar de buitenwereld:
masculien/feminien/fluïde/androgyn/gender non-conform
- Mannelijkheid/masculinity:
2
, o Houdingen, gedrag en rollen die gewoonlijk met jongens en mannen
worden geassocieerd
- Vrouwelijkheid/femininity:
o Houdingen, gedrag en rollen die gewoonlijk met meisjes en vrouwen
worden geassocieerd
Filmpje
- Wat is het probleem dat SIRE aankaart?
o Jongens mogen niet genoeg jongens zijn à ontdekken door risico’s te
nemen, door te doen. Hierdoor gaan hun prestaties en hun ontwikkeling
achteruit
o Specifiek jongens spelen te weinig buiten en mogen niet doen hoe ze
het wille n doen (leren door te doen) à ouders vinden het te eng en
laten ze niks meer uitproberen
o “Jongens mogen geen jongen meer zijn”
- Welke oplossing stellen ze voor?
o Een onverwoestbare broek, waardoor jongens nooit meer met een
kapotte broek thuiskomen, en hierdoor zich kan blijven ontwikkelen op
de manier hoe een jongen dit hoort te doen
- Als genderexpert, wat is jouw opvatting over probleem en oplossing?
o Er komt naar voren dat ‘’alle jongens’’ altijd maar wild zijn, maar dit
hoeft helemaal niet het geval te zijn à generaliserend over alle kinderen
die als jongens worden bestempeld
3
, HC2: gender & politiek
MARY HAWKESWORTH (2013)
Actualiteit
- De Mexicaanse presidente werd aangerand op straat door een onbekende man
- Hij betaste haar en gaf haar een kus in de nek
- Ze doet aangifte, want als dit de president overkomt, overkomt dit elke jonge
vrouw in het land
- Waarom is dit positief nieuws?
o In het verleden deden vrouwen geen aangifte in een machtspositie, uit
angst dat ze anders worden gereduceerd tot slachtoler en kunnen zij de
schuld krijgen van de daad
o Ze doet het niet alleen voor haarzelf, maar voor alle vrouwen in het land,
waardoor ze het bewust een breder en structureel probleem maakt
Ideeën over geslacht/sekse en gender
- Traditioneel heerst het idee dat er maar twee geslachten bestaan—man of
vrouw—andere opties zouden “natuurlijk” niet voorkomen
o Hawkesworth benadrukt echter dat seks niet alleen biologisch is, maar
ook juridisch en politiek: het wordt door staten vastgelegd op
documenten als paspoorten, geboorteakten en identiteitsbewijzen, en
vormt dus een politieke categorie die invloed heeft op toegang tot
rechten, werk, inkomen en status
o Intersekse maakt duidelijk dat niet iedereen eenduidig te classificeren
is volgens de biologische tweedeling
§ Fausto-Sterling spreekt zelfs van vijf biologische seksen in plaats
van twee
- Het idee dat de man-vrouw dichotomie “van nature” zo is, is onderdeel van wat
Harold Garfinkel de ‘natural attitude’ noemt:
o Vanzelfsprekende overtuigingen over sekse en gender (zoals: er zijn
altijd twee seksen; iedereen moet in die categorie passen; verschillen
zijn biologisch bepaald)
o Feministisch onderzoek stelt dit fundamenteel ter discussie:
§ Het idee van twee “natuurlijke” geslachten historisch en cultureel
is geconstrueerd, niet biologisch vastligt
Geslacht/sekse
1. One-sex model (tot 18e eeuw)
o In deze periode domineerde een wereldbeeld waarin er slechts één
sekse was, vrouwen werden gezien als een “minder volmaakte” versie
van mannen
o Hawkesworth verwijst naar Laqueur, die beschrijft dat vóór de
Verlichting lichamelijke verschillen niet werden gezien als twee totaal
verschillende categorieën, maar als variaties binnen één spectrum:
“female bodies were seen as inverted male bodies”
o De focus lag meer op de ziel dan op het lichaam, biologie speelde dus
4