Werkcollege 1 / blokweek 2
1. Omdat men in het dagelijks leven ook te maken heeft met het recht, maar velen
hebben er weinig kennis van en daardoor kunnen ze veel dingen zelf niet doen,
zoals de belastingaangifte invullen.
2. 1 – normatieve functie: normen zijn zo belangrijk dat er regels voor zijn. (Veel
gedragsregels zijn zo belangrijk dat het wordt opgenomen in de wet, en als het
wordt overtreden dan volgt er een straf.)
2 – geschiloplossende functie: de rechter lost een geschil op.
3 – additionele functie: als er op bepaalde punten geen afspraak is gemaakt, dan
regelt de wet wat je moet doen. (Het consumentenrecht, boek 7 BW)
4 – instrumentele functie: de overheid bepaalt de ordening, anders kunnen er
ernstige gevolgen komen
3. 1 – de wet (de nu geldende Nederlandse wetgeving)
2 – het verdrag (regels uit een door NL geratificeerd (ondertekend door de
overheid) en in het Tractatenblad gepubliceerd verdrag)
3 – jurisprudentie (rechtsregel geformuleerd in de Nlse of Europese rechtspraak
(HR of HvJ EU/EHRM))
4 – de gewoonte (het is nergens vastgesteld, maar dat ontstaat doordat
gedurende lange tijd een bepaalde gewoonte als recht wordt geaccepteerd. Vb:
als de Kamer het vertrouwen heeft verloren, dan moet de minister vertrekken)
4. nr 2 – auteurswet/vermogensrecht (privaatrecht), want het gaat om illegaal
downloaden, dus er is geen rekening met het auteursrecht gehouden.
nr 3 – staatsrecht (publiekrecht), want het gaat over de inhoud van de Tweede
Kamer.
nr 4 – strafrecht (publiekrecht), want er is een overtreding geweest en een straf
daarvoor opgelegd.
nr 5 – bestuursrecht (publiekrecht), want het gaat om de gemeente die het beleid
moet aanpassen.
nr 6 – internationaal recht (publiekrecht), want het gaat om een internationaal
verdrag.
5. A (vermogensrecht)
6. A (bestuursrecht, materieel)
7. B (strafrecht)
8. B
9. A (ondernemingsrecht)
10. De wetten uit de rechtsbronnen (zie vraag 3).
11. A: Nee, het is geen hier geldend recht en geen positief recht.
B: Nee, het geldt niet hier en het geldt ook niet nu.
12. Grondwet – Regering en Staten-Generaal
Wetten in formele zin – Regering en Staten-Generaal
AMvB’s (Algemene Maatregel van Bestuur) – regering
Ministeriele regelingen – ministers
Provinciale verordeningen – provinciale staten
Gemeentelijke verordeningen – gemeenteraad & waterschapsverordeningen
(waterschap is altijd bijzonder) – alg bestuur waterschap
13. Nee, want hoge regels gaan voor lage regels.
14. E
, Publiekrecht:
Bestuursrecht Staatsrecht Internationaal publiek recht Strafrecht
/ \ / \
Materieel Formeel Materieel Formeel
Formeel gaat over de processen/verordening
Privaatrecht:
/ \
Materieel privaatrecht Formeel privaatrecht
/
-Vermogensrecht
-Personen- en familierecht
-Rechtspersonenrecht/Ondernemingsrecht
De hoogste wet gaat voor.
Als twee wetten op hetzelfde niveau zitten, gaat de bijzondere wet voor.
Wet in formele zin (van wie?):
Tot stand gekomen door de regering en de Staten-Generaal
Wet in materiele zin (voor wie?):
Eenieder verbindend algemeen voorschrift afkomstig van een bevoegd orgaan
Huwelijksvoltrekking in de Koninklijke familie: wel wet in formele zin, maar geen wet in
materiele zin.
Begrotingswet: wel een wet in formele zin, maar geen wet in materiele zin.
1. Omdat men in het dagelijks leven ook te maken heeft met het recht, maar velen
hebben er weinig kennis van en daardoor kunnen ze veel dingen zelf niet doen,
zoals de belastingaangifte invullen.
2. 1 – normatieve functie: normen zijn zo belangrijk dat er regels voor zijn. (Veel
gedragsregels zijn zo belangrijk dat het wordt opgenomen in de wet, en als het
wordt overtreden dan volgt er een straf.)
2 – geschiloplossende functie: de rechter lost een geschil op.
3 – additionele functie: als er op bepaalde punten geen afspraak is gemaakt, dan
regelt de wet wat je moet doen. (Het consumentenrecht, boek 7 BW)
4 – instrumentele functie: de overheid bepaalt de ordening, anders kunnen er
ernstige gevolgen komen
3. 1 – de wet (de nu geldende Nederlandse wetgeving)
2 – het verdrag (regels uit een door NL geratificeerd (ondertekend door de
overheid) en in het Tractatenblad gepubliceerd verdrag)
3 – jurisprudentie (rechtsregel geformuleerd in de Nlse of Europese rechtspraak
(HR of HvJ EU/EHRM))
4 – de gewoonte (het is nergens vastgesteld, maar dat ontstaat doordat
gedurende lange tijd een bepaalde gewoonte als recht wordt geaccepteerd. Vb:
als de Kamer het vertrouwen heeft verloren, dan moet de minister vertrekken)
4. nr 2 – auteurswet/vermogensrecht (privaatrecht), want het gaat om illegaal
downloaden, dus er is geen rekening met het auteursrecht gehouden.
nr 3 – staatsrecht (publiekrecht), want het gaat over de inhoud van de Tweede
Kamer.
nr 4 – strafrecht (publiekrecht), want er is een overtreding geweest en een straf
daarvoor opgelegd.
nr 5 – bestuursrecht (publiekrecht), want het gaat om de gemeente die het beleid
moet aanpassen.
nr 6 – internationaal recht (publiekrecht), want het gaat om een internationaal
verdrag.
5. A (vermogensrecht)
6. A (bestuursrecht, materieel)
7. B (strafrecht)
8. B
9. A (ondernemingsrecht)
10. De wetten uit de rechtsbronnen (zie vraag 3).
11. A: Nee, het is geen hier geldend recht en geen positief recht.
B: Nee, het geldt niet hier en het geldt ook niet nu.
12. Grondwet – Regering en Staten-Generaal
Wetten in formele zin – Regering en Staten-Generaal
AMvB’s (Algemene Maatregel van Bestuur) – regering
Ministeriele regelingen – ministers
Provinciale verordeningen – provinciale staten
Gemeentelijke verordeningen – gemeenteraad & waterschapsverordeningen
(waterschap is altijd bijzonder) – alg bestuur waterschap
13. Nee, want hoge regels gaan voor lage regels.
14. E
, Publiekrecht:
Bestuursrecht Staatsrecht Internationaal publiek recht Strafrecht
/ \ / \
Materieel Formeel Materieel Formeel
Formeel gaat over de processen/verordening
Privaatrecht:
/ \
Materieel privaatrecht Formeel privaatrecht
/
-Vermogensrecht
-Personen- en familierecht
-Rechtspersonenrecht/Ondernemingsrecht
De hoogste wet gaat voor.
Als twee wetten op hetzelfde niveau zitten, gaat de bijzondere wet voor.
Wet in formele zin (van wie?):
Tot stand gekomen door de regering en de Staten-Generaal
Wet in materiele zin (voor wie?):
Eenieder verbindend algemeen voorschrift afkomstig van een bevoegd orgaan
Huwelijksvoltrekking in de Koninklijke familie: wel wet in formele zin, maar geen wet in
materiele zin.
Begrotingswet: wel een wet in formele zin, maar geen wet in materiele zin.