Burberry vs Sacha (H1 Recht in de Creatieve Industrie) – p. 30
Het was inbreuk op merkenrecht, binnen 48 uur moesten alle schoenen verdwijnen. Alles wat nog niet
verdwenen was moesten ze 500, per paar betalen
Selfie-aap (H2 Recht in de Creatieve Industrie) – p. 44
Alleen mensen kunnen auteursrecht hebben, dus in dit geval is niemand de auteur
Het Dagboek van Anne Frank (H2 Recht in de Creatieve Industrie) – p. 47, 48
Volgens het fonds is Otto wel auteur maar volgens ons recht systeem is Anne frank de enige auteur,
waardoor het nu als nog wel in het publieke domein valt.
Van Dale vs Romme (H2 Recht in de Creatieve Industrie) – p. 49
Het is door de werktoets gekomen, en heeft een oorspronkelijke stempel van de maker. Omdat het een
selectie van letterwoorden zijn dus er is na gedacht over welke woorden wel en niet zijn toegevoegd
Endstra-Tapes (H2 Recht in de Creatieve Industrie) – p. 51
Er rust geen auteursrecht op gesprekken op de achterbank
Pictoright vs Allposters (H2 Recht in de Creatieve Industrie) – p. 58
Er is besloten dat dit toch inbreuk op openbaarmaking was, omdat het een nieuwe openbaarmaking was,
alleen het werk nu een andere vorm had gekregen.
GeenStijl vs Playboy en Britt Dekker (H2 Recht in de Creatieve Industrie) – p. 60
Geenstijl schede hier het auteursrecht van playboy. Stel het van een hyperlink naar het beschermde werk
van de auteur die dit op een andere website had geplaats had dit wel gemogen
Nijntje (H2 Recht in de Creatieve Industrie) en. Deckmyn (H2 Recht in de Creatieve Industrie) – p.
71
Het is in beide gevallen een duidelijke parodie, erin in geval 1 een duidelijk verschil in taal gebruik en het
tot van vriendelijke afbeeldingen of afbeeldingen met geweld. Ingeval 2 is het om iemand anders
belachelijk te maken en er is wederom een duidelijk verschil tussen het originele werk
Breekijzer-arrest (H3 Recht in de Creatieve Industrie) – p. 81