Kenmerken van rijke teksten:
1. De schrijver wil met de tekst werkelijk iets communiceren en zet daarvoor
de volle rijkdom van zijn taalmogelijkheden in;
2. Er is sprake van een elementaire verhaalstructuur;
3. De tekst is actief en spreekt de lezer direct aan;
4. De zinslengte is gevarieerd;
5. Er is sprake van verbindingswoorden;
6. De tekst bevat een gevarieerde woordenschat met voldoende
laagfrequente woorden;
7. Er worden (causale) verbanden gelegd tussen tekstgedeelten en de
teksten zijn niet opsommend;
8. Het gaat om een doorlopende tekst, niet om losse fragmenten;
9. Eventuele illustraties ondersteunen het begrip van de tekst.
Tussendoelen beginnende geletterdheid
1. Boekoriëntatie -> Belangstelling voor boeken
2. Verhaalbegrip -> Wat gebeurt er in het verhaal? Hoe zit het verhaal in
elkaar? (naspelen)
3. Functies van geschreven taal -> Waar gebruiken we geschreven taal
voor? (boodschappenlijstje)
4. Relatie tussen gesproken en geschreven taal -> Kun je iets ‘vastleggen’ in
taal?
5. Taalbewustzijn -> Bewustzijn van klanken, rijmen
6. Alfabetisch principe -> Kennis van klanken/letters, opbouw van woorden in
letters
, 7. Functioneel ‘lezen en schrijven’ -> Zelf geschreven taal gebruiken, echt of
‘net alsof’
8. (Technisch lezen en schrijven – start) --> groep 3
9. (Technisch lezen en schrijven – vervolg) --> groep 3
10.(Begrijpend lezen en schrijven) --> groep 3
Taalbewustzijn
Woorden in zinnen onderscheiden
Vorm en betekenis van woorden en zinnen
Woorden in klankgroepen verdelen
Klankpatronen in woorden leren kennen - rijmen
Kleinste klankeenheden onderscheiden - p.e.n
Alfabetisch principe
Houdt in dat de klank van een woord overeenkomt met de weergave van deze
klank in letters.
Visuele en auditieve kant
Voorwaarde voor technisch lezen en schrijven in groep
3.
Hulpmiddelen:
o Lettermuur (ABC-muur)
o Klank centraal (klank van de
week)
Functioneel ‘schrijven’ en ‘lezen’
Pseudolezen – imitatiegedrag.
Kinderen schrijven vanuit eigen
behoefte (naam/boekje schrijven,
lijstje maken).
Taalbewustzijn
Je gebruikt taal om de
werkelijkheid te benoemen en je
weet dat je ook over die taal kunt
praten en ernaar kunt kijken.