Vraag 1 Sociaal constructionistisch perspectief op organisatieverandering
Lees onderstaande casusbeschrijving, deze is ook van toepassing op de overige vragen van
dit tentamen.
De casus wordt geïntroduceerd in paragraaf 1.3.3, en de oorspronkelijke Engelstalige tekst is
terug te vinden in Interlude 7.3.
De raad van bestuur van een zorginstelling heeft een externe consultant ingehuurd om te
helpen de redenen te achterhalen voor de slechte uitkomsten van de tactische opdrachten
die ze voor het managementteam hebben opgesteld. Tijdens de eerste
kennismakingsbijeenkomst met de leden van het managementteam van de zorginstelling
vraagt de consultant hen om individueel iets te vertellen over wat zij denken dat er speelt en
wat zij van plan waren eraan te doen. Elk van de aanwezige managers vertelde voor de groep
dat ze geen probleem hadden met de tactische opdrachten, dat alles soepel verliep en dat
hun intenties om dingen te veranderen positief waren. Bovendien betoogde ook elk
managementteamlid dat er geen echte reden was voor de aanwezigheid van een externe
consultant of om een nieuw veranderingsproces te starten. Toen het bestuurslid aan het
einde werd gevraagd zijn visie te delen, antwoordde hij dat hij de verhalen die hij zojuist had
gehoord, niet kon geloven. Hij was verbijsterd en riep hard dat hij “zijn
managementteamleden niet begreep” en dat ze “totaal incompetent moesten zijn om geen
enkel probleem te zien”. Het meest merkwaardige was echter dat de aanwezige managers
zich vervolgens gedroegen alsof er niets was gezegd – laat staan geroepen. Zelfs toen de
consultant hiernaar vroeg, reageerden de managementteamleden ontwijkend. Blijkbaar was
deze dynamiek niet bespreekbaar, en zoals bleek was het niet bespreekbaar zijn op zichzelf
ook niet bespreekbaar.
a) Beargumenteer vanuit een sociaal constructionistisch perspectief hoe het kan dat mensen
die dagelijks met elkaar samen werken toch een verschillend beeld kunnen hebben van
dezelfde situatie.
Zorg ervoor dat je in je antwoord niet meer dan 300 woorden bevat, inhoudelijk aansluit bij
de tentamenstof en met name bij de premisses uit hoofdstuk 1. Voor een genuanceerde en
gedetailleerde argumentatie worden maximaal 10 punten toegekend.
b) Beargumenteer waarom de mening van het bestuurslid dat ze “totaal incompetent
moesten zijn om geen enkel probleem te zien”, als een pseudo verklaring (pseudo
explanation) geldt en hoe dit kan leiden tot een self-fulfilling prophecy.
Zorg ervoor dat je in je antwoord niet meer dan 300 woorden bevat en inhoudelijk aansluit
bij de tentamenstof. Zorg er tevens voor dat je daarbij zo gedetailleerd mogelijk alle
onderdelen van dit proces uitwerkt en ook de samenhang met de mening van de andere
aanwezigen uitwerkt. Voor een genuanceerde en gedetailleerde argumentatie worden
maximaal 15 punten toegekend.
A. Het sociaal-constructionisme vertrekt vanuit de premisse dat werkelijkheid niet objectief
gegeven is, maar sociaal wordt geconstrueerd in interactie, taal en relaties. Voor organisaties
betekent dit dat problemen, doelen en oplossingen geen vaststaande feiten zijn, maar het
resultaat van betekenisgeving door betrokken actoren. Er bestaan dus meerdere
, werkelijkheden naast elkaar, afhankelijk van positie, context en ervaring. In de casus zien we
dat het bestuur een werkelijkheid construeert waarin sprake is van slechte prestaties, lage
moraal en de noodzaak van ingrijpen. Vanuit hun perspectief is het logisch om een externe
consultant in te huren. Het managementteam construeert echter een andere werkelijkheid:
zij vertellen het verhaal dat alles goed loopt, dat de beoogde veranderingen al zijn
gerealiseerd en dat er geen probleem bestaat. Beide verhalen zijn intern consistent, maar
botsen fundamenteel met elkaar. Vanuit sociaal-constructionistisch oogpunt is het cruciaal
om te erkennen dat geen van beide verhalen “de waarheid” is, maar dat ze voortkomen uit
verschillende posities, ervaringen en belangen. De interactie tijdens de eerste bijeenkomst
laat zien hoe deze verschillende werkelijkheden niet met elkaar worden verknoopt, maar
juist langs elkaar heen bestaan.
B. De mening van het bestuurslid wordt niet gevalideerd door het managementeam waar het
omgaat. De aanwezige managers gedroegen zich alsof er niets was gezegd en voelde zich niet
geroepen door de opmerking van het bestuurslid. Hierdoor heb je al gelijk te maken met een
oppervlakkige/valse verklaring oftewel een pseudoverklaring. Het bestuurslid projecteert zijn
assumpties op datgene dat hij ziet. Zodra dit gebeurt ziet hij dus de wereld zoals zijn
assumpties die weergeven in plaats van hoe die daadwerkelijk is, waardoor hij een wereld
van complexiteit, tegenstrijdigheden en paradoxen beleeft/creëert. Het projecteren van onze
assumpties op de werkelijkheid sluit vervolgens aan op het Thomas-theorema. Die stelt dat
wanneer mensen een situatie als 'echt' interpreteren, deze ook zal plaatsvinden. We
projecteren namelijk onze assumpties op wat we zien, waardoor onze assumpties uitkomen
als een self-fulfilling prophecy.
Lees onderstaande casusbeschrijving, deze is ook van toepassing op de overige vragen van
dit tentamen.
De casus wordt geïntroduceerd in paragraaf 1.3.3, en de oorspronkelijke Engelstalige tekst is
terug te vinden in Interlude 7.3.
De raad van bestuur van een zorginstelling heeft een externe consultant ingehuurd om te
helpen de redenen te achterhalen voor de slechte uitkomsten van de tactische opdrachten
die ze voor het managementteam hebben opgesteld. Tijdens de eerste
kennismakingsbijeenkomst met de leden van het managementteam van de zorginstelling
vraagt de consultant hen om individueel iets te vertellen over wat zij denken dat er speelt en
wat zij van plan waren eraan te doen. Elk van de aanwezige managers vertelde voor de groep
dat ze geen probleem hadden met de tactische opdrachten, dat alles soepel verliep en dat
hun intenties om dingen te veranderen positief waren. Bovendien betoogde ook elk
managementteamlid dat er geen echte reden was voor de aanwezigheid van een externe
consultant of om een nieuw veranderingsproces te starten. Toen het bestuurslid aan het
einde werd gevraagd zijn visie te delen, antwoordde hij dat hij de verhalen die hij zojuist had
gehoord, niet kon geloven. Hij was verbijsterd en riep hard dat hij “zijn
managementteamleden niet begreep” en dat ze “totaal incompetent moesten zijn om geen
enkel probleem te zien”. Het meest merkwaardige was echter dat de aanwezige managers
zich vervolgens gedroegen alsof er niets was gezegd – laat staan geroepen. Zelfs toen de
consultant hiernaar vroeg, reageerden de managementteamleden ontwijkend. Blijkbaar was
deze dynamiek niet bespreekbaar, en zoals bleek was het niet bespreekbaar zijn op zichzelf
ook niet bespreekbaar.
a) Beargumenteer vanuit een sociaal constructionistisch perspectief hoe het kan dat mensen
die dagelijks met elkaar samen werken toch een verschillend beeld kunnen hebben van
dezelfde situatie.
Zorg ervoor dat je in je antwoord niet meer dan 300 woorden bevat, inhoudelijk aansluit bij
de tentamenstof en met name bij de premisses uit hoofdstuk 1. Voor een genuanceerde en
gedetailleerde argumentatie worden maximaal 10 punten toegekend.
b) Beargumenteer waarom de mening van het bestuurslid dat ze “totaal incompetent
moesten zijn om geen enkel probleem te zien”, als een pseudo verklaring (pseudo
explanation) geldt en hoe dit kan leiden tot een self-fulfilling prophecy.
Zorg ervoor dat je in je antwoord niet meer dan 300 woorden bevat en inhoudelijk aansluit
bij de tentamenstof. Zorg er tevens voor dat je daarbij zo gedetailleerd mogelijk alle
onderdelen van dit proces uitwerkt en ook de samenhang met de mening van de andere
aanwezigen uitwerkt. Voor een genuanceerde en gedetailleerde argumentatie worden
maximaal 15 punten toegekend.
A. Het sociaal-constructionisme vertrekt vanuit de premisse dat werkelijkheid niet objectief
gegeven is, maar sociaal wordt geconstrueerd in interactie, taal en relaties. Voor organisaties
betekent dit dat problemen, doelen en oplossingen geen vaststaande feiten zijn, maar het
resultaat van betekenisgeving door betrokken actoren. Er bestaan dus meerdere
, werkelijkheden naast elkaar, afhankelijk van positie, context en ervaring. In de casus zien we
dat het bestuur een werkelijkheid construeert waarin sprake is van slechte prestaties, lage
moraal en de noodzaak van ingrijpen. Vanuit hun perspectief is het logisch om een externe
consultant in te huren. Het managementteam construeert echter een andere werkelijkheid:
zij vertellen het verhaal dat alles goed loopt, dat de beoogde veranderingen al zijn
gerealiseerd en dat er geen probleem bestaat. Beide verhalen zijn intern consistent, maar
botsen fundamenteel met elkaar. Vanuit sociaal-constructionistisch oogpunt is het cruciaal
om te erkennen dat geen van beide verhalen “de waarheid” is, maar dat ze voortkomen uit
verschillende posities, ervaringen en belangen. De interactie tijdens de eerste bijeenkomst
laat zien hoe deze verschillende werkelijkheden niet met elkaar worden verknoopt, maar
juist langs elkaar heen bestaan.
B. De mening van het bestuurslid wordt niet gevalideerd door het managementeam waar het
omgaat. De aanwezige managers gedroegen zich alsof er niets was gezegd en voelde zich niet
geroepen door de opmerking van het bestuurslid. Hierdoor heb je al gelijk te maken met een
oppervlakkige/valse verklaring oftewel een pseudoverklaring. Het bestuurslid projecteert zijn
assumpties op datgene dat hij ziet. Zodra dit gebeurt ziet hij dus de wereld zoals zijn
assumpties die weergeven in plaats van hoe die daadwerkelijk is, waardoor hij een wereld
van complexiteit, tegenstrijdigheden en paradoxen beleeft/creëert. Het projecteren van onze
assumpties op de werkelijkheid sluit vervolgens aan op het Thomas-theorema. Die stelt dat
wanneer mensen een situatie als 'echt' interpreteren, deze ook zal plaatsvinden. We
projecteren namelijk onze assumpties op wat we zien, waardoor onze assumpties uitkomen
als een self-fulfilling prophecy.