Basisstof 1
Bij ongeslachtelijke voortplanting ontstaan nakomelingen uit 1 ouder, de nakomelingen zijn
genetisch identiek aan de ouder. Ongeslachtelijke voortplanting komt voor bij bacteriën,
schimmels, planten en sommige diersoorten. Schimmels en sommige planten en bacteriën
planten zich voort via sporen, dit zijn een soort voorplantingscellen.
Ongeslachtelijke voortplanting kan ook op kunstmatige wijze plaatsvinden, dat heet klonen.
Sommige mensen zijn hiertegen, sommige mensen vinden dat de mens niet mag ingrijpen in
de natuur, of dat je dieren niet mag gebruiken voor onderzoek, dit zijn ethische
argumenten. Andere argumenten zijn: nakomelingen kunnen jong overlijden, kunnen
vatbaar zijn voor ziekten, dit zijn biologische argumenten. De celcyclus (levenscyclus van een
cel) bestaat uit 2 onderdelen: de M-fase en de interfase. De M-fase is de periode waarin de
mitose en celdeling plaatsvinden. De interfase is de periode tussen twee delingen
Interfase:
G1 fase --> als de cel zich gaat
delen, neemt de cel in grootte toe.
De cel maakt eiwitten die nodig zijn
om DNA te kopiëren. S-fase --> het
DNA wordt gekopieerd. Het
oorspronkelijke DNA en het
gekopieerde DNA blijven op één
punt aan elkaar vastzitten (het
centromeer). Zolang het
chromosoom uit twee identieke
delen DNA bestaat, heten deze
identieke DNA-delen chromatiden.
G2-fase --> de cel neemt in grootte
toe en maakt eiwitten die nodig zijn
voor de mitose. Organellen worden gekopieerd en er wordt celmembraan gevormd. Ook de
trekdraden die nodig zijn worden de mitose worden geproduceerd.
M-fase --> de mitose en de celdeling vinden plaats
G0-fase --> na de celdeling kan een cel een nieuwe celcyclus ingaan, maar dit hoeft niet. De
cel kan ook in tijdelijke of blijvende rust gaan of zich gaan specialiseren.
De M-fase bestaat uit de mitose en de celdeling. De mitose vindt plaats in fasen:
Profase --> het centrosoom is een organel dat bij dierlijke cellen een belangrijke rol in de
kerndeling speelt. Tijdens de profase verdubbelt het centrosoom. De centrosomen bewegen