Molbio DEELTOETS 2
H9
Bacteriën communicatie:
▪ Populatiedichtheid
▪ Quorum Sensing; Gen expressie aanpassen op populatie-dichtheid
▪ Nutriënten beschikbaarheid
Eencellige eukaryote
communicatie:
▪ Gist
▪ Haploid a en α
▪ Mating factors (peptide)
▪ Vanuit 1-cellige ge-evolueerd
naar signalering in meercelligen
Communicatie door direct contact
- cell junctions (gap junctions / plasmodesmata / diffunderen)
- cell cell recognition (moleculen op oppervlakte van cellen binden aan elkaar, signaal wordt
doorgegeven aan de binnenkant van de cel)
Lokaal/korte afstand signalering
- paracrien (autocrien, cellen dichtbij elkaar)
- Synoptisch (neuronen)
Lange afstand signalering
- endocrien
- signaalstof (ligand) is hormoon (target cell binds hormone, heel specifiek).
Signaal transductie
- ontvangst (signaal molecuul op receptor, receptor ondergaat conformatie verandering)
- Transductie (doorgeven) (relay molecules)
- Respons (bijv genen aan of uit / celdood/ celbeweging / celdeling)
,MOLECULAIRE SCHAKELAARS
1) G-eiwit
GDP is een nucleotide
- G eiwit
- uit; GDP
- aan; GTP bindt (door GEF)
- weer uitzetten; Doordat GTP weer hydrolyseerd naar GDP (de schakelaar is G eiwit zelf)
2= signaal molecuul bindt, g eiwit bindt aan receptor, GDP wordt GTP (actief)
3= g eiwit activeert enzym (receptor inactief)
4= g eiwit hydrolyseert GTP naar GDP waardoor het systeem weer inactief wordt.
2) Fosforylering
- uit; ongefosforyleerd
- aan; ATP naar ADP, extra P gaat naar eiwit (covalent gekoppeld) (door kinase)
- weer uitzetten; fosfatase verwijdert fosfaatgroep (P).
GPCR (G-eiwit gekoppelde receptoren) (meer dan 800)
- 7 transmembraan alfa helices.
,Dit zijn tyrosine kinase receptoren. Veel groeifactoren werken via deze receptoren.
TKR
1= signaalmolecuul bindt.
2= 2 receptoren worden tot elkaar gebracht, vormt dimeer.
3= receptoren fosforyleren elkaar. Crossfosforylatie. Op tyrosine residue (tak).
4= deze gefosforyleerde receptoren binden relay moleculen die het signaal weer door geven.
Ion kanaal receptor. Kan ook intracellulair.
VOORBEELD= neurotransmitters.
, INTRACELLULAIRE RECEPTOREN
- Liganden zijn hydrofoob en klein, want deze kunnen door
het celmembraan diffunderen.
- Ligand werkt met receptor als transcriptiefactor.
SIGNAAL TRANSDUCTIE (DOORGEVEN)
- Multi step proces.
- Doorgeven van molecuul naar molecuul.
- Mogelijkheid tot amplificatie (versterken)
- Door verschillende moleculen meer mogelijkheid
tot regulatie, zoals remmen of stimuleren.
H9
Bacteriën communicatie:
▪ Populatiedichtheid
▪ Quorum Sensing; Gen expressie aanpassen op populatie-dichtheid
▪ Nutriënten beschikbaarheid
Eencellige eukaryote
communicatie:
▪ Gist
▪ Haploid a en α
▪ Mating factors (peptide)
▪ Vanuit 1-cellige ge-evolueerd
naar signalering in meercelligen
Communicatie door direct contact
- cell junctions (gap junctions / plasmodesmata / diffunderen)
- cell cell recognition (moleculen op oppervlakte van cellen binden aan elkaar, signaal wordt
doorgegeven aan de binnenkant van de cel)
Lokaal/korte afstand signalering
- paracrien (autocrien, cellen dichtbij elkaar)
- Synoptisch (neuronen)
Lange afstand signalering
- endocrien
- signaalstof (ligand) is hormoon (target cell binds hormone, heel specifiek).
Signaal transductie
- ontvangst (signaal molecuul op receptor, receptor ondergaat conformatie verandering)
- Transductie (doorgeven) (relay molecules)
- Respons (bijv genen aan of uit / celdood/ celbeweging / celdeling)
,MOLECULAIRE SCHAKELAARS
1) G-eiwit
GDP is een nucleotide
- G eiwit
- uit; GDP
- aan; GTP bindt (door GEF)
- weer uitzetten; Doordat GTP weer hydrolyseerd naar GDP (de schakelaar is G eiwit zelf)
2= signaal molecuul bindt, g eiwit bindt aan receptor, GDP wordt GTP (actief)
3= g eiwit activeert enzym (receptor inactief)
4= g eiwit hydrolyseert GTP naar GDP waardoor het systeem weer inactief wordt.
2) Fosforylering
- uit; ongefosforyleerd
- aan; ATP naar ADP, extra P gaat naar eiwit (covalent gekoppeld) (door kinase)
- weer uitzetten; fosfatase verwijdert fosfaatgroep (P).
GPCR (G-eiwit gekoppelde receptoren) (meer dan 800)
- 7 transmembraan alfa helices.
,Dit zijn tyrosine kinase receptoren. Veel groeifactoren werken via deze receptoren.
TKR
1= signaalmolecuul bindt.
2= 2 receptoren worden tot elkaar gebracht, vormt dimeer.
3= receptoren fosforyleren elkaar. Crossfosforylatie. Op tyrosine residue (tak).
4= deze gefosforyleerde receptoren binden relay moleculen die het signaal weer door geven.
Ion kanaal receptor. Kan ook intracellulair.
VOORBEELD= neurotransmitters.
, INTRACELLULAIRE RECEPTOREN
- Liganden zijn hydrofoob en klein, want deze kunnen door
het celmembraan diffunderen.
- Ligand werkt met receptor als transcriptiefactor.
SIGNAAL TRANSDUCTIE (DOORGEVEN)
- Multi step proces.
- Doorgeven van molecuul naar molecuul.
- Mogelijkheid tot amplificatie (versterken)
- Door verschillende moleculen meer mogelijkheid
tot regulatie, zoals remmen of stimuleren.