Samenvatting
Oef 1 & 2
Algemene tips
Afleesvragen → niet overdenken
Complexere meerstapsvragen → structuur herkennen
Extreem precies taalgebruik → signaalwoorden zijn key
Vaste volgorde van onderwerpen → leren per blok
Blok 1 – Basis longitudinaal & multilevel (1–13)
Longitudinaal vs cross-sectioneel
Clustervariabele
Cross-level interactie
ICC
AIC vergelijking
Random parameters tellen
Blok 2 – Multilevel casus (ethisch hacken) (14–22)
Niveau 1 vs niveau 2 interpretatie
Random intercept vs random slope
Variantiecomponenten
Interactiecoëfficiënten interpreteren
Cross-level interacties
Blok 3 – ESM & moderatiegrafieken (29–30)
Parallelle vs niet-parallelle lijnen
Hellingsverschillen = moderatie
Blok 4 – Interventie multilevel (32)
Interactie met Time interpreteren
Blok 5 – Mediatie (klassiek + multiple mediators) (33–40)
Indirect effect significant?
CI bevat 0?
Direct vs indirect
Volledige vs partiële mediatie
Verschil tussen indirecte effecten?
,Belangrijkste tentamenpatronen
Ze testen continu:
“Wat betekent deze coëfficiënt precies?”
“Op welk niveau is dit gemeten?”
“Is dit een interactie?”
“Mag je deze conclusie trekken?”
Ze misleiden met taal
Voorbeelden:
“voordeel” terwijl effect positief is
“verklaard voor 6,4%” terwijl 0.064 geen percentage is
“groter dan” terwijl CI’s overlappen
Ze verwachten dat je:
Random intercept vs slope herkent uit een plot
Weet dat lagere AIC beter is
Begrijpt dat mediatie = CI indirect effect ≠ 0
Weet dat je voor verschil tussen indirecte effecten een aparte toets nodig hebt
Toets 1 vs Toets 2
Ze hergebruiken exact dezelfde strikpunten:
“voorspelt” vs “zorgt voor” (causaliteit)
parallelle lijnen = geen moderatie van slope
Time-interacties zijn het interventie-effect
mediatie: CI indirect effect ≠ 0
“groter dan” tussen indirecte effecten: je mag dat bijna nooit claimen zonder
verschiltoets/CI verschi
1. Kernbegrippen Thema 1 (wat moet je echt kennen)
2. Vergelijkingen die vaak terugkomen in meerkeuzevragen
3. Causaliteit (klassieke valkuil)
4. Typische tentamenvragen (zoals in toets 1 en 2)
5. Instinkers die ze graag gebruiken
, THEMA 1 DE FACTOR TIJD IN ONDERZOEK
Ongeveer vraag 1 t/m 7 op het tentamen
Wat is longitudinaal onderzoek?
→ Oefententamen vraag 1
Definitie:
Longitudinaal onderzoek is onderzoek waarbij dezelfde variabelen met hetzelfde
meetinstrument meerdere keren worden gemeten bij dezelfde personen over de tijd.
Essentieel:
• Herhaalde metingen
• Zelfde personen
• Tijd als expliciete factor
Verschil met cross-sectioneel onderzoek:
• Cross-sectioneel: één meetmoment
• Longitudinaal: meerdere meetmomenten
Tentamenpunt:
Alleen longitudinale data maken het mogelijk veranderingen binnen personen te
modelleren.
Tentamenpatroon (beide versies):
Alleen longitudinale data maken het mogelijk veranderingen binnen personen te
modelleren.
“Minimaal drie meetmomenten” is géén noodzakelijke voorwaarde.
Longitudinaal is niet per se causaal
Longitudinaal ≠ automatisch causaal.
Een observationele longitudinale studie kan ontwikkelingen beschrijven , maar bewijst
geen causaliteit.
Wat is de hiërarchische structuur van longitudinale data?
→ Oefententamen : vraag 2
Bij longitudinale data:
Niveau 1 = meetmomenten
Niveau 2 = personen
Metingen zijn geclusterd binnen personen.