Week 1 – Methode en het methodendebat.................................................................................................... 2
Hoorcollege 1.......................................................................................................................................................2
Werkgroep 1.........................................................................................................................................................6
Week 2 – Juridisch-dogmatisch onderzoek.................................................................................................... 13
Hoorcollege 2.....................................................................................................................................................13
Werkgroep 2.......................................................................................................................................................19
Week 3 – Methoden..................................................................................................................................... 23
Hoorcollege 3.....................................................................................................................................................23
Werkgroep 3.......................................................................................................................................................28
Week 4 – Sociaalwetenschappelijke bestudering van het recht.....................................................................32
Hoorcollege 4.....................................................................................................................................................32
Werkgroep 4.......................................................................................................................................................37
Week 5 – Normatief kader........................................................................................................................... 43
Hoorcollege 5.....................................................................................................................................................43
Werkgroep 5.......................................................................................................................................................47
Week 6 – Van onderzoeksopzet naar scriptie................................................................................................51
Hoorcollege 6.....................................................................................................................................................51
Werkgroep 6 – Academische integriteit.............................................................................................................63
1
,Week 1 – Methode en het methodendebat
Hoorcollege 1
Wat is methodologie?
Als je het formeel omschrijft: systematische manier van kennisvergaring. Een methode is
belangrijk bij het schrijven van een scriptie, maar ook voor het lezen van juridische stukken,
rapporten, etc. (dus het stellen van kritische, methodologische vragen). Methodologische
keuzes die je maakt geven structuur aan de analyse/betoog die je maakt.
Voorbeeld aan de hand van promoveren en degraderen:
Dit is een systeem dat in 2014 is ingevoerd in penitentiaire instellingen. Het werkte eerst met
groen/oranje/rood, nu alleen met groen en rood. Het staat ook wel bekend als het “stoplicht”–
systeem.
Groen staat voor goed gedrag, rood staat voor ongewenst gedrag. Als gedetineerden groen
gedrag vertonen, komen ze in een plus-systeem terecht en bij rood gedrag in een kader-
systeem. In een groen-systeem kunnen ze dan bijv. vaker luchten, aan activiteiten meedoen,
en hebben ze dus meer privileges. Dit heeft dus voordelen.
Keuze discipline
Vier disciplines:
1. Juridisch-dogmatisch
2. Rechtsvergelijkend
3. Empirisch-juridisch
4. Rechtstheoretisch
Er zijn ook andere disciplines; bijv. rechtsgeschiedenis, rechtseconomisch etc. Deze komen
niet aan bod in deze cursus.
1. Juridisch-Dogmatisch (aan de hand van het voorbeeld)
Stel: je bent juridisch geïnteresseerd in het systeem van promoveren en degraderen, welke
vragen zou je dan kunnen stellen? Een paar voorbeelden:
Hoe verhoudt dit systeem zich tot het resocialisatiebeginsel?
Hoe wordt groen/rood gedrag vastgesteld? Is de rechtspositie van gedetineerden
daarbij voldoende gewaarborgd (kunnen zij in hoger beroep bijvoorbeeld)?
Van welke methode maak je dan gebruik?
Literatuuronderzoek
Wet/jurisprudentie analyse
Hermeneutiek (rechtsvinding), zie hiervoor week 2
Bij de juridisch-dogmatische onderzoeksmethode gaat het over systematische
kennisvergaring.
Systematisch
Het is belangrijk bij literatuur- en jurisprudentieonderzoek dat je het bronnengebruik kunt
verantwoorden; je mag geen belangrijke bronnen missen. Als je dit kunt verantwoorden en
rechtvaardigen dan krijgt de analyse van de jurisprudentie een meer systematisch karakter
en is er sprake van een systematische kennisvergaring.
2
,Wees transparant als het gaat om de keuzes die je hebt gemaakt en zorg dat de analyse
systematisch is
Mooi, maar wel erg uitgebreid voorbeeld:
https://pure.uvt.nl/ws/portalfiles/portal/42949056/Wijntjens_Als_11_0 9_2020.pdf
Is een gestructureerde inhoudsanalyse geworden ‘omschreven als een gestructureerde
inhoudsanalyse.
2. Rechtsvergelijking (week 3)
Stel dat je een rechtsvergelijkend onderzoek wil doen over het systeem van promoveren en
degraderen. Hoe zou je dat aanpakken?
Een citaat van het systeem van promoveren en degraderen: “Het doel van het klimaat is het
bevorderen van de interne veiligheid, het motiveren van gedetineerden om mee te werken
aan re-integratie en het voorkomen van detentieschade.” (Plaisier & Van Ditzhuijzen 2009).
Rechtsvergelijkende vraag hierbij: deze doelen zoals veiligheid in de gevangenis, is niet iets
wat alleen in Nederland speelt maar ook in andere landen. Hoe hebben andere landen dit
aangepakt? Hebben zij dit beter gedaan?
Hoe wordt in NL en twee andere landen de interne veiligheid in een gevangenis bevorderd
en detentieschade voorkomen?
Dit wordt ook wel de functionele methode genoemd (vergeleken hoe specifieke doelen in
verschillende landen worden nagestreefd), zie ook week 3.
3. Juridisch-Empirisch
Hoe zou je een juridisch-empirisch onderzoek kunnen aanpakken? Je gaat voornamelijk
kijken naar de effectiviteit: worden bepaalde doelen gehaald? Enkele voorbeeldvragen
hierbij:
Hoe verhoudt het systeem zich, leidt dit tot een grotere mate van recidive?
Hoeveel incidenten worden hier vermeld en hoe was dit 10 jaar geleden?
Draagt het systeem van promoveren en degraderen bij aan een grotere interne
veiligheid in detentiecentra?
Wat voor methode gebruik je hier? Bijv. interviews, kijken naar statistieken, enquête,
observatieonderzoek, literatuuronderzoek, etc.
De nadruk op straffen en beloningen [binnen het systeem van Promoveren en Degraderen]
illustreert de principes van operante conditionering (Elbers et al 2022). Bv: [Hoe worden
binnen het systeem van Promoveren en Degraderen] de operante conditioneringsprincipes
precies toegepast en wanneer kan worden gesproken van effectieve doelbereiking?
Elders zoekt uit of die doelen op deze manier kunnen worden bereikt. Hij stelt wel dat zo’n
systeem met directe prikkels moet werken. Als de beloning pas na enkele weken later volgt,
dan is geen sprake van conditionering meer. Conditionering moet direct werken.
Citaat: “Uit voornoemde literatuur over conditionering van dieren en compliance van mensen
volgt bovendien dat hoe sneller de consequentie volgt op het gedrag, hoe beter het gedrag
wordt aangeleerd of afgeleerd […] De termijn van zes weken, waarna gedetineerden een
promotie, degradatie of bestendiging van hun plek in een programma krijgen, voldoet niet
aan de kwalificatie ‘onmiddellijke’ beloning.”
3
, 4. Rechtstheoretisch/normatief
Stel dat je een rechtstheoretisch/normatief onderzoek wil doen naar het systeem van
promoveren en degraderen; welke vraag zou je dan stellen? Bijv.: hoe verhoudt het beginsel
van operante conditionering zich tot het idee dat rechtssubjecten dragers zijn van
verantwoordelijkheid? (Geeraets 2022 spanningsverhouding).
Voor sommige gedetineerden is het groene systeem niet haalbaar, bijvoorbeeld vanwege
hun beperking. Hierdoor ontstaat strijd met het gelijkheidsbeginsel.
Methode? Toetsing aan een leerstuk/theorie; hermeneutiek; interne en externe
perspectieven, zie ook week 5.
In schema
Vervolg
Empirisch onderzoek mogelijk, maar ook normatief onderzoek. Tussen de disciplines kan
ook een spanning ontstaan.
Empirisch: Worden binnen het systeem van Promoveren en Degraderen de operante
conditioneringsprincipes juist toegepast?
Normatief: Is het wenselijk dat binnen het systeem van Promoveren en Degraderen
conditioneringsprincipes worden toegepast?
Dus: soms spanning tussen evidence based (empirisch) en value based (normatief)
Ook belangrijk wat de grondslagen zijn van het recht en waar je dat op baseert.
Waarom methodendebat?
Stolker heeft het methodendebat aangewakkerd. Waarom zou je kunnen twijfelen aan de
wetenschappelijkheid van de rechtsgeleerdheid? Soms blijven methodologische vragen een
beetje onderbelicht.
Geen hypothesen, theorieën, experimenten, statistiek, etc.
Geen neutrale distantie
Samenloop onderzoek en rechtspraktijk
Bespreken tijdens de werkgroep: Stolker en Van Gestel
Onderwerp blijvend in de belangstelling
4