Cursus periode 4
B-B1GENO20 | UU 1
,Deeltoets 1 →
B-B1GENO20 | UU 2
,Hoorcollege 1 - Meiose & Sexuele levenscyclus
23/04/2025
Paragraaf 13.1
Genetica
● De studie van erfelijkheid en erfelijke variatie is wat we genetica noemen
○ Simpel gezegd: nakomelingen verkrijgen genen van hun ouders door het
erven van hun chromosomen
■ Eigenschappen worden niet overgeërfd, ook al zie je die vaak wel
terug → slechts de genen erven over
Overerving
● Er zijn 2 vormen van reproductie: aseksueel en seksueel
○ Aseksuele reproductie:
■ Individu geeft al zijn genen door aan nakomeling zonder fusie van
gameten (bijv. door budding bij schimmels)
● Er vormt zich een kloon → een groep van genetisch
identieke individuen
○ Er zijn uitzonderingen → puntmutaties, en sommige
organismen hebben bovendien alternatieve DNA
opname
■ Bijv. als een organisme sterft, en zijn DNA
wordt opgenomen door een ander organisme
○ Seksuele reproductie:
■ 2 ouders hebben nakomelingen waarbij een unieke combinatie van
genen wordt geërfd van de ouders
■ Wat erven we? → genen (niet de eigenschappen)
● Genen zijn de eenheden van erfelijkheid en bestaan uit
segmenten DNA
○ Deze worden doorgegeven naar de volgende
generatie via gameten (reproductieve cellen (eicel,
sperma))
Termen overerving
● DNA (met alle genen) is verpakt in chromosomen
○ Mensen hebben 46 chromosomen in somatische cellen
■ Somatische cellen zijn alle cellen behalve de gameten en hun
voorlopers
● De plaats van een gen op een chromosoom heet een locus
○ Twee varianten van het gen op een locus heten allelen
B-B1GENO20 | UU 3
, Paragraaf 13.2
Chromosomen sets
● Een karyotype is een afbeelding rangschikking van
chromosomen, op grootte en centromeer (homologe paren)
○ Deze worden gemaakt door cellen te nemen, deze in
celcyclus te brengen en in de metafase in kaart te
brengen
■ Dan is het DNA namelijk gecondenseerd → geen
onoverzichtelijke sliert
● Er is dus al wel replicatie geweest →
chromosomen bestaan uit 2 chromatiden
○ Menselijke chromosomen set: 23 paar (46 totaal)
■ 22 autosomen, X en Y geslachtschromosomen
● Maar wat is nou precies zo’n chromosoom?
○ Chromosoom → structuur van DNA en eiwitten, drager van de erfelijke
informatie (genen) van de cel
■ Sex chromosoom → chromosoom, geassocieerd met geslacht
■ Autosoom →
alle andere
chromosomen
● In het karyogram zoeken we
de homologe chromosomen
bij elkaar:
○ Homologe
chromosomen →
chromosomen van
dezelfde grootte en
vorm met dezelfde
genen op dezelfde
positie (1 van je
moeder, 1 van je
vader → dus net
andere sequentie)
■ Eerst zijn dat niet-zuster
chromatiden → de 2 homologe (maar
niet identieke) chromatiden van
homologe chromosomen
■ Na replicatie worden dat
zusterchromatiden → de 2 identieke
chromatiden van een chromosoom
Ploïdie
● Ploïdie is het aantal chromosomen van elk type
aanwezig in de cel
B-B1GENO20 | UU 4