Introduction and Social Self
Boeken deze module:
- How Children Develop (Siegler, Saffran, Gershoff) (7th edition)
- Social psychology (12th edition, Saul Kassin. Stevein Fein)
Leerdoelen:
- Noem en leg uit welke belangrijke ideeën en theorieën er zijn in de sociale
(ontwikkelings)psychologie
- Leg uit hoe die verschillende theorieën op elkaar lijken en waarin ze verschillen
- Herken en geef voorbeelden uit het dagelijks leven waar die theorieën op slaan.
- Maak voorspellingen over wat een kind (of iemand) denkt, voelt en doet in een situatie,
op basis van een theorie
- Kijk kritisch naar psychologisch onderzoek en oordeel of het goed is, kloppend is of
ergens fout zit.
- Beschrijf welke onderzoeksmethoden meestal worden gebruikt in sociale psychologie
(bijv. proefjes, surveys, of implicit assessments) en in ontwikkelingspsychologie.
Perceiving yourself (kijk op jezelf):
- Zelf concept (self concept)
o Hoe denk jij over jezelf? Welke eigenschappen en kenmerken heb je?
- Zelf-waardering (self esteem)
o Hoe voel je jezelf? Voel je je goed of minder goed over jezelf? Trots of onzeker?
- Zelf-presentatie:
o Hoe laat je jezelf aan anderen zien? Wat je van jezelf laat zien in gesprekken en
groepen?
Voorbeeld: bedenk hoe iemand zichzelf ziet (zelf-concept), hoe die persoon zich voelt over
zichzelf (zelf-gevoel), en hoe diegene zich gedraagt in een gesprek (zelf-presentatie).
Waar komt je eigen zelfbeeld (self-concept) vandaan? EN Hoe leer jij jezelf kennen? Wat maakt
jou wie je bent?
1. Introspection: Stilletjes naar binnen kijken en jezelf afvragen wie je bent
2. Observatie van ons eigen gedrag: Kijken naar wat je doet en waarom
3. Invloeden van andere mensen: Hoe vrienden, familie en klasgenoten jou vormen
4. Je (auto)biografie (memory): Herinneringen en gebeurtenissen die je als persoon maken
5. Culturele invloeden (influences): hoe de cultuur waarin je opgroeit jou ziet en gedrag
beïnvloedt.
Snel samengevat:
• We komen erachter wie we zijn door naar binnen te kijken, ons gedrag te bekijken,
anderen te luisteren, herinneringen te gebruiken en cultuur mee te nemen.
,Observing your own behaviour (Self-perception-theory van Daryl Bem)
Self-perception-theory of Daryl Bem (1972)
- Waar gaat deze theorie over? → We leren onszelf kennen door ons eigen gedrag te
observeren.
- Hoe werkt het? → Als mensen denken dat hun gedrag ‘voluntary’ (zelf hebt gekozen, dat
je lacht is uit jezelf, niet omdat het moet) is, dan besluiten ze wat ze voelen/denken op
basis van die actie.
Voorbeeld: Stel dat je hard lacht om een grap. Daarna denk je misschien “Dan vond ik die grap
echt leuk!” Dus je gedrag (glimlachen) bepaalt wat jij denkt of voelt over de grap.
- Voorbeeld: als deelnemers zichzelf positief beschrijven (a) en daarna vragenlijst invullen
over zelfwaardering, blijken groep a positiever over zichzelf dan groep b.
Facial feedback
- Voorbeeld: Uitspreken van de ‘a’ en de ‘e’ geven je een betere ‘mood’ dan uitspreken van
de ‘u’ of ‘ü’
- Door naar je eigen gezichtsuitdrukkingen en lichaamstaal te kijken, kun je je emoties
leren begrijpen.
- Stand van je gezicht beïnvloedt hoe je je voelt.
o B.v. glimlachen kan je een beter humeur geven
Ook houding van anderen kan invloed hebben op hoe jij je voelt. Verschillende situaties laten
daarom ook zien hoe gedrag en emoties samenhangen.
Overjuistificatie (Overjustification): Belangrijkste idee
- Wanneer mensen beloont krijgen voor iets wat ze al leuk vonden, kunnen ze die taak
minder leuk gaan vinden.
- Resultaat: beloningen kunnen de intrinsieke motivatie verlagen.
Festinger’s sociale vergelijkingstheorie
- Waar gaat dit over: We leren wie we zijn door ons te vergelijken met anderen
o Kernboodschap: Vergelijkingen geven gevoel van eigenwaarde en positie in de
groep.
Schachter & Singer’s experiment (rol van anderen bij emoties)
- Als je lichaam reageert (bijvoorbeeld je hart klopt snel) en je weet niet waarom → Dan
kijk je naar je omgeving en naar hoe andere mensen zich gedragen om te begrijpen wat je
voelt.
- Hun gedrag 'kleurt' dan jouw eigen emotie. We gebruiken dus anderen als een soort 'gids'
om te snappen wat er in onszelf gebeurt, vooral als we onzeker zijn over de oorzaak van
onze lichamelijke reacties.
Dus wat is self-concept?
- Het is hoe wij onszelf zien. Een soort mentaal plaatje van wie je bent, welke
eigenschappen je hebt, en wat je gelooft over jezelf.
o Je begint al vanaf ongeveer 18 maanden oud (anderhalf jaar) een ‘ik’ te
ontwikkelen
o Je zelfconcept kan verschillen tussen groepen (bijvoorbeeld hoe mannen en
vrouwen zichzelf zien, of mensen uit verschillende culturen).
,Conclusie:
- Je zelfconcept is jouw eigen verhaal over wie je bent. Dit verhaal begint al heel jong, kan
anders zijn afhankelijk van de groep waar je bij hoort of de situatie, en beïnvloedt hoe je
de wereld om je heen ziet en begrijpt.
Zelfwaardering:
• Simpel gezegd: het gaat erom hoe we ons voelen over onszelf. Houden we van onszelf?
Vinden we onszelf goed genoeg?
Hoe meten we het? (Rosenberg Self-esteem Schaal
- Waarom belangrijk?
o Een hoge zelfwaardering is goed voor je welzijn. Mensen die zich goed voelen
over zichzelf, zijn vaak gelukkiger, gezonder en kunnen beter omgaan met
problemen.
- Als kind is je zelfwaardering nog laag. Je moet nog veel leren en ontdekken. Tijdens
tienerjaren daalt zelfwaardering een beetje, dit is een moeilijke periode waarin je soms
onzeker bent en je veel vergelijkt met anderen.
Wat bepaalt (determines) ons self-esteem? Waar komt het vandaan?
1. Het verschil tussen wie je bent en wie je wilt zijn
o De kloof: Hoe groter het verschil, hoe lager je zelfwaardering.
2. Hoeveel je focust op dit verschil
o Als je heel erg let op de verschillen, en je blijft piekeren, dan heeft dit een grote
negatieve invloed op je zelfwaardering. Als je het makkelijk los kunt laten of
accepteren, heeft het minder impact.
Oplossingen hiervoor^^^^^^ (kloof tussen ‘actual’ en ‘ideal’ self)
Twee manieren!!
1. Probeer het verschil te verkleinen (shape up)
o Wat het betekent: Je gaat aan de slag om meer te worden zoals je ideale zelf. Als
je bijvoorbeeld fitter wilt zijn (ideaal) en je bent het niet (actueel), dan ga je
sporten om het verschil kleiner te maken.
2. Probeer te ontsnappen aan het gevoel van ‘zelfbewustzijn’ (ship out)
o Wat het betekent: Als het te pijnlijk is om jezelf te vergelijken met je ideale zelf
(omdat het verschil zo groot is), proberen mensen soms dat nare gevoel te
ontlopen
▪ Manieren:
• Situaties vermijden waarin je bewust wordt van verschil
• Drugs of alcohol gebruiken om gevoelens te verdoven of te
vergeten (niet de beste optie)
Hoe ga je je dan beter voelen over jezelf? (trucjes)
- Self-serving bias in informatieverwerking (zelfdienende vertekening)
o We hebben de neiging om successen aan onszelf toe te schrijven ("Ik was zo
slim!") en mislukkingen aan externe factoren ("Het examen was veel te
moeilijk!"). Zo blijft ons zelfbeeld positief.
- BIRG-ing (Basking In Reflected Glory):
, o Jezelf associëren met succesvolle mensen of groepen. Bijvoorbeeld: "Wij hebben
gewonnen!" als je favoriete voetbalteam wint, ook al heb je zelf niet gespeeld. Je
'baddert' in hun succes
- CORF-ing (Cut off Reflected Failure):
o Jezelf distantiëren van mensen of groepen die falen. Bijvoorbeeld: "Zij hebben
verloren" (niet 'wij'). Je wilt niet geassocieerd worden met hun falen.
- Downward social comparison (neerwaartse sociale vergelijking)
o Jezelf vergelijken met mensen die het nog slechter hebben gedaan, of minder
geluk hebben gehad. Dit laat je eigen situatie er beter uitzien en geeft je een beter
gevoel over jezelf.
▪ Bijvoorbeeld: "Ik heb misschien een 6 gehaald, maar Jan heeft een 4!"
- Self-handicapping:
o Het creëren van obstakels of excuses voor jezelf voordat je aan een prestatie
begint. Als je dan faalt, kun je de schuld geven aan het obstakel (de 'handicap')
en niet aan je eigen capaciteiten. Als je wel slaagt, ben je extra goed omdat je het
ondanks de handicap hebt gedaan!
▪ "Ik faalde omdat ik te veel had gedronken gisteren, niet omdat ik dom
ben."
Verschillen tussen mannen en vrouwen in self-handicapping:
• Mannen: 'Handicappen' zichzelf vaker door:
o Drugs of alcohol te gebruiken.
o Niet te oefenen of te studeren.
o Rivalen een voorsprong te geven.
• Vrouwen: 'Handicappen' zichzelf vaker door:
o Stress te rapporteren.
o Fysieke klachten te melden (hoofdpijn, hoesten).
De meeste mensen hebben een behoorlijk positief beeld van zichzelf, en soms zelfs een beetje
té positief!
• Positieve eigenschappen kiezen: We kiezen vooral positieve dingen om onszelf te
beschrijven.
• Belang van eigen positieve eigenschappen: De goede eigenschappen die
we wel hebben, vinden we belangrijker dan goede eigenschappen die we niet hebben.
• Positiever dan anderen: We geven onszelf meer positieve kenmerken dan anderen ons
zouden geven.
• Overdreven controle: We denken vaak dat we meer controle hebben over situaties dan
in werkelijkheid het geval is.
• Eigen naam is speciaal: We vinden de letters van onze eigen naam zelfs mooier dan
andere letters! Dit laat zien hoe sterk onze positieve 'zelf-bril' is
Implicit Egotism: